|
................................................. //(AUTO)BIOGRAFIEËN// Recensie: Connie van Gils .................................................
|
|
Rijmen en dichten, zonder zijn hemd op te lichten Wat wist ik van hem, van Willem de Mérode (1887-1939)? Dat hij een pedofiel was, een beroemde dichter, dat hij godsvruchtig was, en in de gevangenis heeft gezeten voor seks met minderjarigen. Wát er precies was gebeurd, wát voor gedichten hij schreef, en de rest van zijn leven, daarvan wist ik eigenlijk niets. Ik nam Bitterzoete overvloed: De wereld van Willem de Mérode van Hans Werkman dan ook met interesse ter hand. Werkman schreef al eerder een biografie over de dichter. Deze werd in 1983 gepubliceerd en bekroond met de Henriëtte-de-Beaufort-prijs. De zojuist verschenen biografie is een grondig gereviseerde versie van dit boek. Sinds 1983 zijn veel nieuwe gegevens boven water gekomen. Het levensverhaal van Willem de Mérode, het officiële en meest gebruikte pseudoniem van Willem Keuning, is chronologisch opgetekend door de auteur, vanaf zijn jeugd in Spijk en Wormser tot aan zijn dood in Eerbeek. Het dramatisch hoogtepunt is de tijd in Uithuizermeeden waar hij vele jaren woonde en onderwijzer was. De ontwikkeling van zijn schrijversschap wordt aan de hand van dichtfragmenten inzichtelijk gemaakt en gekoppeld aan echte gebeurtenissen en ontwikkelingen uit De Mérode’s leven. Dat is iets wat eigenlijk vanzelf spreekt in een biografie, maar wat De Mérode vreselijk zou vinden. Hij vergaf het een recensent nooit als deze een gedicht psychologisch koppelde aan zijn persoon of leven. De Mérode voerde zoals in die tijd gebruikelijk vele correspondenties en ook daaruit wordt volop geciteerd. De brieven, die overigens voornamelijk over zijn kwaaltjes gaan, maken ook zijn visie op pedofilie duidelijk. De Mérode vond dat hij het volste recht had van jongens te houden, zich te laven met zijn ogen aan hun schoonheid, te genieten van hun gezelschap, zijn dichterlijke inspiratie te halen uit zijn verlangen naar hen. Hij wilde voor hen zijn als een moeder, zorgzaam, opvoedend en chanterend. Hij wilde ze heerlijk verwennen en vertroetelen met chocola en aandacht. Hij was er echter ook van overtuigd dat het volstrekt verkeerd was de jonge en meestal heteroseksuele jongens seksueel te gebruiken/kopen/verleiden. Hij misbruikte de macht die hij over hen had als meester niet. Pedofielen die wel praktiserend waren, veroordeelde hij scherp. De Mérode was van mening dat het beteugelen van zijn begeerte hem dichter bij God zou brengen en dat gebeurde ook voor zijn gevoel. Het schokkende verhaal over hoe hij dan toch in de nor terechtkwam voor seks met een minderjarige, is te lezen in het boek. Een rode draad is zijn levenslange liefde voor Okke/Ekko, een van zijn leerlingen met wie hij een jarenlange vriendschap onderhield. Deze wilde echter niets meer met hem te maken hebben na zijn arrestatie. Hij voelde zich bedot toen hij begreep dat er achter de vriendschap van zijn meester een ander soort liefde school. Het verdriet van De Mérode om deze afwijzing van Okke laat zich niet moeilijk raden. Verder gebeurt er in zijn leven niet bar veel. De Mérode heeft van jongs af te kampen met een zwakke gezondheid, zowel psychisch als lichamelijk. Hij kan weinig verdragen. Na zijn vrijlating uit de gevangenis leeft hij vrij teruggetrokken. Lesgeven kan en mag hij niet meer. Zijn broer onderhoudt hem. Schrijven betekent alles voor hem, maar put hem ook volkomen uit. Hij heeft af en toe succes met zijn werk. Dat betekent veel voor hem, maar smaakt altijd naar meer. Daarnaast verzamelt hij een prachtige bibliotheek dichtbundels bij elkaar. De gedichten van Mérode doen vandaag de dag gedateerd aan. Rijm en ritme, strakke vormen als sonnetten en kwatrijnen, veel natuur, veel Gods- en veel jongensaanbidding. Soms deden ze me hardop lachen om hun gedragenheid, alsof het parodieën op gedichten waren. Bijvoorbeeld het slot van zijn christelijk gedicht Leerstelling: "Laat ons stil zijn en onschuldig, Lijkt wel een psalm. Soms ontroerden ze me tóch. Ik herken me dan in de onbeantwoorde begeerte, herken het verlangen dat pijn doet aan je handen door de onmogelijkheid de geliefde ander aan te raken: "Zoo zijn de oogen en de fijn aroom Of deze: "Wij stonden samen stil waar de weg zijn blanke bogen Toen reed gij heen, wijl ’t licht speels op uw rijwiel spette. Mooie gedegen gereformeerde biografie. |