Rolf A Döhrn: Mijn bizarre leven als roze Duitser

 


 

.................................................

//(AUTO)BIOGRAFIEËN//
Mijn bizarre leven als roze Duitser

Rolf A. Döhrn
Rotterdam: Aristos, 2009
ISBN: 9089730145

Recensie: Connie van Gils

.................................................


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mopperdemopper 'oral history'

Mijn bizarre leven als roze Duitser is de autobiografie van een man die bitter terugkijkt op zijn leven (1924-2009). Een leven waarin hij buiten zijn schuld doorlopend in de hoek zat waar de klappen vielen. De verkeerde man was hij, op de verkeerde plek.

Als kind van een ongehuwde moeder vond hij de eerste jaren van zijn leven weinig geborgenheid. Zijn moeder liet hem veel alleen, werkte als Duits dienstmeisje in Nederland of ging er - op zoek naar een man - pierewaaien, en zodoende was hij de meeste tijd overgeleverd aan haar oudste en zeer bazige zuster. Op zijn zevende jaar nam zijn moeder hem met zich mee naar Nederland, een land waarvan hij de taal niet sprak. Hij wist zich het Nederlands niet eigen te maken. De anti-Duitse sentimenten liepen in die tijd al hoog op en werden, onbestraft door autoriteiten als vaders en schoolhoofden, uitgeleefd op de kleine Rolf. Zo leerde hij al vroeg dat het laagje beschaving van de mensen maar dun is. Zijn moeder trouwde met een oudere Joodse man die goed voor Rolf zorgde, die hij ook respecteerde, maar die hij toch nooit kon zien als een vader.

Toen de oorlog uitbrak, bevond Rolf zich in de volgende situatie. Hij was een volbloed Duitser, een Arische prins, met een Joodse stiefvader. Hij werd onder druk van de Duitsers lid van de Hilterjugend, en was daarmee meteen de perfecte kandidaat om Joodse kennissen van zijn vader naar veilige schuiladressen te brengen en waar nodig pakketjes te bezorgen en boodschappen over te brengen. Strak in zijn Hitlerjugend-uniform en met een ferm en luid "Heil Hitler" paraat. Het was een totaal verknipte situatie waarover hij met niemand kon spreken. Hij mocht zijn stiefvader en diens sociale netwerk niet in gevaar brengen.

Onnodig te zeggen hoeveel haat de zestienjarige Rolf op straat over zich heen kreeg in zijn ook door hemzelf zo verafschuwde uniform. Alleen sommige mensen uit de Joodse gemeenschap wisten van de spagaat waarin hij zich bevond en zij waren het die Rolf in het geheim onderricht gaven en hem het vak leerden van architect. Zo’n situatie kan alleen het leven zelf bedenken.

Helaas is Rolf uiteindelijk niet bij machte zijn eigen stiefvader te behoeden voor vervolging. Hij zou niet meer terugkeren.

Na de oorlog wordt het er voor Rolf niet makkelijker op. De anti-Duitse sentimenten vieren meer nog dan vroeger hoogtij. Iedereen heeft geleden, iedereen heeft dierbaren verloren en het is voor de meeste mensen heerlijk om de mof Rolf te straffen, te kwellen, niet aan te nemen, te bespugen. Het is nog steeds, of alweer, een gepermitteerde uitlaatklep. Het zogenaamde dappere verzet van na de oorlog. Begrijpelijk, maar voor Rolf een hel. Naar Duitsland gaan is geen optie, want ook Duitsland is zwaar getroffen en hij kan de Nazi-praatjes die daar nog altijd breed worden verspreid niet aanhoren.

Als hij achter zijn homoseksuele geaardheid komt is dat een schok, maar na alles wat hem al is overkomen, geen onoverkomelijke. Wel wordt hij door zijn Duitse familieleden voorgoed uitgestoten en ondergaat hij diverse therapieën om te genezen. Deze boeken geen resultaat. Op de arbeidsmarkt maakt zijn homoseksualiteit zijn toch al zwakke positie als Duitser nog zwakker. Er zijn echter ook homomannen zoals bijvoorbeeld de Joodse Benno Premsela die hem aan een baan helpen.

Rolf is jong en mooi, geliefd bij de mannen, en voor het eerst in zijn leven wordt hij gezien en behandeld als waardevol en aantrekkelijk mens. Zijn levensweg lijkt nu de goede richting in te gaan. Liefde en seks vallen hem royaal ten deel. Maar hij is beschadigd door zijn verleden en vindt het moeilijk om om te gaan met de slechtere kanten van mensen. Hij heeft te jong te veel daarvan te lijden gehad.

Pagina’s lang beschrijft hij collega’s, bazen, geliefden en vrienden en dat ze uiteindelijk toch niet deugden. En dat hij dan weer de pineut was. Hij weet de rol van het onschuldige slachtoffer dat hij ooit was zijn leven lang niet meer van zich af te schudden. Nergens, maar dan ook nergens overvalt hem de gedachte dat hijzelf misschien ook niet perfect is, dat hij niet de heilige is voor wie hij zich houdt. Dat is jammer. Als je de significante anderen in je leven ervan langs geeft, moet je jezelf ook niet ontzien, anders wek je al snel de indruk van een man vol zelfbeklag.

Goed geschreven is dit boek niet, je moet het ook niet zien als literatuur maar als 'oral history'. Mijn bizarre leven als roze Duitser is de aanklacht van een oude, moede man, een rekening en een zwanenzang tegelijk. De waarde van dit boek schuilt voor mij in de hoofdstukken 4 en 5: De oorlog en De bevrijding, hoewel de inleiding van Chris Jans er ook mag zijn.

Veel mensen zullen, net als ik, 65 jaar na de bevrijding wel een beetje genoeg hebben van al die films en verhalen over de Tweede Wereldoorlog. Desondanks vond ik het belangwekkend en interessant om kennis te nemen van het bizarre en onthutsende oorlogsverhaal van deze homoseksuele Duitse jongen in Amsterdam.