Keith Vaughan: Dagboek 1939-1977

 


 

.................................................

//(AUTO)BIOGRAFIEËN//
Keith Vaughan; Dagboek 1939-1977

Vertaling en van aantekeningen voorzien door Harry Oltheten
Bodegraven: Vorroux, 2009

ISBN: 9079702022

Oorspr. titel en uitg.: Keith Vaughan, Journals 1939-1977. – Murray, 1989

Recensie: Connie van Gils

.................................................


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De kwellingen van een subtopper

Uitgeverij Vorroux komt ter gelegenheid van haar vijfjarig bestaan met een jubileumuitgave in de vorm van de mooi ogende publicatie van het dagboek van de homoseksuele Britse kunstenaar Keith Vaughan (1912-1977).

Vaughan, zo blijkt uit het dagboek, is een begaafd en gerespecteerd kunstenaar die desondanks lijdt aan zichzelf en zijn plaatsje in de wereld. Hij heeft last van depressies, zelftwijfel, faalangst, lethargie en jaloezie op hen die beter zijn, werklustiger of die meer aandacht krijgen, evenwel zonder een groter talent te bezitten dan hij. Hij verlangt naar ongedwongen vriendschappen en ‘erbij horen’, maar ergert zich snel aan zijn vrienden en collega kunstenaars. Hij verkiest daarom vaak de eenzaamheid, keert zich af van de maatschappij, op latere leeftijd meer en meer. Drank, pillen en masturbatie met behulp van een zelf ontworpen elektrisch apparaatje waarover hij zeer enthousiast is, helpen hem door menige lege dag heen.

Heerlijk tongue-in-cheek zijn de scènes in het boek waarin hij beschrijft hoe sociale gebeurtenissen verlopen. Hij heeft oog voor de acties die anderen ondernemen om een gesprek tot stand te brengen of om een positie in een groep te verwerven. Hij verlangt er dan naar om mee te doen, maar hij kijkt meestal toe en analyseert ondertussen wat er gebeurt, met de bekende onderkoelde Engelse humor.

Prachtig vond ik de spaarzame alinea’s waarin hij over seks schrijft. Hij beschrijft onder andere zijn ontmoeting met de jonge soldaat Boulanger, die hij mee naar huis neemt. Ze vrijen niet met elkaar. Vaughan heeft er genoeg aan om naar hem te kijken:

"Hij was zestien. Uren lag ik volkomen meegesleept, met het licht aan, te staren naar deze perfecte lieflijkheid. Hij lag daar half slapend, beneveld door de drank. Zijn half geopende lippen toonden een rand van witte tanden. Ik kuste hem vele malen maar kreeg niet meer respons dan van een standbeeld."

Enkele pagina’s daarvoor hebben we gelezen:

"…zes maanden later werd hij volgepompt met heet metaal. Om zoiets moois als Boulangers lichaam te vernietigen (hij was een Frans-Canadees van zeventien) is een misdaad die elk begrip te boven gaat. Ik bedoel natuurlijk elke rechtvaardiging."

Boulanger vocht en stierf op het strand van Lazio in Italë. Vaughan is er kapot van, al vertelt hij daar pas over aan het eind van zijn dagboek als hij een oudere man is die terugkijkt op zijn leven en de oorlog.

Vaughan's dienstweigering op grond van gewetensbezwaren waarmee hij zijn dagboek aanvangt, lijkt voor een belangrijk deel geïnspireerd te zijn door zijn homoseksualiteit. Hij houdt van Duitse en Italiaanse soldaten net zo veel als van Engelse, al beschrijft hij die liefde subtiel en tussen de regels door. Hen te moeten zien als vijanden en te doden in de bloei van hun leven is ondenkbaar, wat voor reden machthebbers ook verzinnen om hem anders te doen geloven.

Gaandeweg schrijft hij in zijn dagboek meer expliciet over zijn homoseksualiteit. Dat kan er mee te maken hebben dat vanaf 1967 seks tussen mannen in Engeland niet langer verboden is en hij minder heeft te vrezen van de politie.

Vaughan bestudeert op latere leeftijd dagboeken, memoires en brieven van andere auteurs, kunstenaars en wetenschappers, zoals Freud, Delacroix, Russell, Rimbaud en Barbellion. Hij is met regelmaat onder de indruk van bepaalde fragmenten die hij vervolgens citeert. Pijnlijk is dat door die citaten duidelijk wordt dat hij zelf nooit de absolute top zal bereiken waarnaar hij diep in zijn hart verlangt, en dat hij dat ook weet. Als lezer zuig je namelijk juist de door hem gekozen fragmenten op, inmiddels net zo behoeftig aan houvast geworden als hijzelf.

Al met al kon Vaughan’s dagboek mij niet vreselijk boeien. Er lijkt weinig substantieels te gebeuren in zijn leven, het meeste vindt exclusief plaats in zijn binnenwereld. Hij wordt beheerst door zijn eigen angsten, depressies, eenzaamheid, verlangen naar gezelschap en weerzin om aan de slag te gaan. Als hij dan eindigt met een zelfgekozen dood omdat het einde door voortwoekerende kanker toch al nabij is, voel je weinig. Je bent het eigenlijk wel met hem eens dat het zo maar beter is.

Ondanks deze kanttekening laat het dagboek toch indruk achter. Er zitten opmerkelijke passages, notities en observaties in. Ik denk dat het voor bewonderaars en kenners van zijn werk zeker interessant is.

In het middenkatern zijn afbeeldingen opgenomen van een aantal van zijn werken.