|
................................................. //(AUTO)BIOGRAFIEËN// Hans Jongeleen, Nanda Claessen, Salomon Slier, Rob de Vries, Eddie Elsdijk en Piet Gamelkoord Recensie: Connie van Gils Dit boek kwam tot stand met de steun van Oud Roze Rotterdam, het Prins Bernhardt Cultuurfonds, Stichting Humanitas en de Van Leeuwen Van Lignac Stichting .................................................
|
|
Eén vrouw en vijf mannen vertellen hun levensverhalen waarin hun coming-out als homoseksueel, lesbisch of biseksueel in de jaren ’50-’80 van de vorige eeuw een belangrijke rol speelt. Het besef homoseksueel te zijn betekende nogal wat voor de jongeren van toen, want in de jaren ’50 en ook nog daarna was homoseksualiteit iets voor viezeriken en zieligerds. De politie kwam er soms zelfs aan te pas. Toch wisten deze jonge mensen ook toen al tegen de verdrukking in hun weg te vinden, hun zelfrespect en trots te bewaren, geliefden te vinden en ontmoetingsplaatsen. Het zijn mooie verhalen uit de oude doos die weinig aan actualiteit verloren lijken te hebben. De stijl waarin de schrijvers hun levensverhaal vertellen is de enigszins formele stijl waarvan amateurs zich vaak bedienen, maar het is wellicht daarom dat sommige zinnen en citaten als diamanten van de bladzijden afstralen: "Mijn handen waren bij de vrouwen, maar mijn ogen bij de mannen," zegt de door meisjes geadoreerde zanger van een beatband. Als hij voor het eerst in een homokroeg is en aan de barman bekent dat hij ontzettend nerveus is, antwoordt deze laconiek: "Wie zijn ze dan helemaal die kerels? Ze doen zich allemaal voor als John Wayne, maar zodra ze met je in de koffer liggen gaan ze gelijk met de bolle kant boven." En als de ouders van Joodse Salomon op een dag door de psychiater worden ingelicht, komen ze thuis met: "We dachten dat je gek was, maar dat bleek erg mee te vallen." De jaren '60 brengen een zekere bevrijding. De seksuele moraal wordt losser en daarmee wordt het leven ook wat gemakkelijker voor homo’s en lesbo’s. En zo kan het gebeuren dat de vrouw die haar man in huis betrapt met een andere man en ze allebei het huis uitgooit, de volgende dag zegt: "Ik vond het eigenlijk best een heel leuke knul. Kan je hem een keer uitnodigen?" Ontroerend is ook de oma met een marktcafé die, als haar opvallend nichterig geklede kleinzoon met zijn vriend vijandig wordt bejegent, roept: "Had je d’r wat van! Da’s toevallig MIJN KLEINZOON! En dat is zijn vriend!" De jongens worden de hele avond vrijgehouden door de stamgasten. Wat de verhalen met elkaar gemeen hebben is het leven buiten de platgetreden paden, gewoon omdat het niet anders kan, door wie je nu eenmaal bent. De vernederingen, veroordelingen en afwijzingen zijn talrijk, en waarschijnlijk voor velen herkenbaar. Desondanks is het een boek waar je blij van wordt en zeker niet somber. Dat komt door de alom aanwezige boodschap in het boek: ‘Liefde overwint’. De liefde van man tot man en vrouw tot vrouw, maar ook die van de ouders voor hun kinderen, van zussen en broers voor elkaar. Dat laat de lezer achter met vechtlust, vechtlust om te kiezen voor jezelf. |