|
................................................. //(AUTO)BIOGRAFIEËN// Roos Ouwehand Recensie: Connie van Gils
//(AUTO)BIOGRAFIEËN// Recensie: Connie van Gils
|
![]() |
Joop Admiraal & Leen Jongewaard, twee bijzondere homomannen Nijgh & Van Ditmar heeft in het voorjaar van 2009 biografieën van twee van Neerlands grootste acteurs uitgebracht. Roos Ouwenhand, als actrice bekend van de televisieserie Keyzer en De Boer Advocaten en de films Leef en TBS schreef een boek over het leven en werk van Joop Admiraal (1937-2006). Van jongs af aan koesterde ze een grote bewondering voor zowel de mens als de toneelspeler die hij was. Vanaf 1993, vers van de toneelschool, heeft ze tien jaar lang met hem samengewerkt bij Toneelgroep Amsterdam. Ze heeft voor haar boek dus kunnen putten uit haar eigen herinneringen. Daarnaast is ze te rade gegaan bij vrienden, familie en collega’s van Joop, waaronder collega’s Jacques Commandeur en Peter Oosthoek, regisseur Gerardjan Rijnders, en Jaap Jansen die 22 jaar lang Joops partner was. Jammer genoeg was Ramses Shaffy, Joops eerste grote liefde, niet meer in staat tot het ophalen van herinneringen. Voor het stukje toneelgeschiedenis dat dit boek zeker ook is, is ze de archieven van het theaterinstituut ingedoken, want met een acteur is het anders dan met een schrijver of een schilder, er blijft na zijn dood niets van over. Als het doek valt, is het voorbij. Het resultaat van alle inspanningen mag er zijn. Eigenlijk ben ik Spaans is een verbluffend mooi & uitstekend geschreven levensverhaal. Doordat Ouwehand heden en verleden vloeiend in elkaar over laat lopen, ontstaat er een speels en dynamisch geheel. We volgen haar sporen terwijl ze langsgaat bij de dierbaren van Joop en luisteren met haar mee naar de geestige, ontroerende, dan wel bitterzoete anekdotes, herinneringen en sterke verhalen. Ze creëert daarmee een intimiteit die je doet smelten. Even ben je jaloers dat jij die verfijnde, bescheiden, moeilijk te doorgronden man niet gekend hebt. Nooit hebt zien spelen, zelfs. Of misschien toch, zonder dat je wist wie het was, die ene voorstelling lang geleden van het Werktejater waar je met school naartoe bent geweest. Uit de verhalen blijkt dat Joop een sociaal dier was, hij hield niet van alleen zijn. Het liefst bracht hij al zijn tijd bij zijn roedel door, zijn toneelclan was zijn alles. Tegelijkertijd was hij ook sociaal angstig en wist niet hoe hij een buurman moest groeten op straat. Eigenlijk ben ik Spaans is een boek geworden dat voor een belangrijk deel over Joop’s werk als acteur gaat, van rol naar rol. Met altijd weer die faalangst, de dranklust en de gloedvolle recensies. Het gaat wat veel over toneel, zal ik maar zeggen. Over zijn tijd bij de Nederlandse Comedie, bij het Werktejater en bij Toneelgroep Amsterdam. Dat is leuk voor kenners, maar zal sommige andere lezers boven de pet gaan. Zijn werk wás zijn leven, zal Ouwehand menen. Ik denk dat het misschien voor een heterovrouw als Roos Ouwehand moeilijk is voor te stellen wat voor impact homoseksualiteit op iemands bestaan had en heeft. Voor haar is het gewoon. Acteurs zijn homo en die zitten daar niet mee. Toch kan het haast niet anders dan dat Joop in de tijd dat hij zijn homoseksualiteit ontdekte, en misschien ook wel transgender-identiteit, zijn coming out en tijdens zijn eerste relatie met Ramses Shaffy, daar veel mee bezig is geweest. In die begintijd werd homo zijn nog gezien als een ernstige zonde, en later als een ernstige ziekte. Ernstig was het in ieder geval sowieso. Later kwam dan de homobevrijding. Weer later de aidscrisis, waarbij ook hij vrienden verloren zal hebben. Dat doet allemaal wat met je, het gaat je niet in de kouwe kleren zitten. Wat de beleving van homoseksualiteit betreft, zit bijvoorbeeld de biografie over het leven en werk van Hans Lodeizen geschreven door Koen Hilberdink heel goed in elkaar. Maar het is Ouwehand vergeven. Ze verdient een ovatie want met Eigenlijk ben ik Spaans heeft ze een onvergetelijk boek afgeleverd dat qua leeservaring nog het meest lijkt op een avondje theater, bis bis! Henk van Gelder schreef de biografie over het leven van Leen Jongewaard (1927-1996). Het boek is lezenswaardig, maar blijft vergeleken bij Eigenlijk ben ik Spaans meer op een afstand. Qua vorm is het chronologisch, zo van ‘en toen en toen’ zonder die woorden daadwerkelijk te gebruiken en dat maakt het een beetje, tja... degelijk. Het is zeker boeiend om te lezen over het leven van deze Jordanezer, de man wiens vader bij het Leger des Heils zat, het nakomertje dat bij het toneel wilde, bij Sonneveld aanbelde en door hem uitgelachen werd omdat hij plat Amsterdams sprak. Een perfectionist pur sang, een jongen die nooit kon vergeten waar hij vandaan kwam en daarom altijd verwachtte dat ze er nog wel achter zouden komen dat het allemaal op een vergissing berustte. Want wie voor een dubbeltje geboren is… Een man die klein en gedreven begon met amateurtoneel, die later grote successen kende onder andere als ‘opa’, maar uiteindelijk zwoer dat hij nooit meer op het toneel zou staan en zich daaraan hield. Omdat Leen Jongewaard veel tv deed, zal Leen alleen herkenning oproepen bij veel mensen. Herinneringen ook aan die goeie ouwe tijd toen je nog met de buren en opa en oma heerlijk aan de buis gekluisterd zat voor Ja zuster nee zuster of ’t Schaap met de vijf poten. Je hóórt hem af en toe zingen: "Duifjes, duifjes, kom maar bij Gerritje, zal je niet vechten om één zo’n erretje." Ook bij Henk van Gelder wordt de impact van homoseksualiteit op het leven van Leen ‘an sich’ niet uitgebreid besproken. Leen was al getrouwd toen hij voor het eerst ‘iets’ deed met zijn gevoelens. Wat heeft dat met hem gedaan? Hij hield van anonieme seks in openbare toiletten. De feiten krijgen we te horen, maar de beleving minder. Hij hield van jongens, lezen we. Wat voor jongens? Heel af en toe sluipt er iets kenmerkends door de tekst heen, bijvoorbeeld als we lezen dat Leen het advies aan André van Duin geeft om vooral niet te koop te lopen met zijn homoseksualiteit. Dat hij maar niet hand in hand moet lopen met zijn vriend. Leen zegt dit omdat iemand kort daarvoor paardenpoep door zijn brievenbus heeft geduwd met een hatelijk briefje erbij dat hij een smeerlap is. Al met al is het een doorwrocht boek dat een helder inzicht geeft in het karakter en leven van Leen Jongewaard, maar hem niet dichterbij de lezer brengt. Er wordt enorm veel in gelachen en gehuild door Leen en zijn collega-acteurs, maar als lezer mag je bijna nooit eens lekker mee lachen of huilen. Dat is wel een beetje jammer. Verder lezen: Ramses Shaffy: Naakt in de orkaan van Bas Steman. - Hofstede: Strengholt, 2003. (Opgenomen in de IHLIA-collectie van het Anna Blaman Huis) |