|
................................................. //JONGEREN// Sacha Sperling Oorspr. titel en uitg.: Mes illusions donnent sur la cour – Paris: Fayard, 2009 Vertaling (uit Frans): Kiki Coumans Recensie: Connie van Gils .................................................
|
“Overmorgen begint het nieuwe schooljaar.” Zo eindigt de proloog van de veertienjarige Joodse Sacha, zittenblijver in de derde van de École de Lorraine te Parijs. Wat volgt is het in korte zinnen vertelde relaas van het mislukte jaar dat aan deze dag voorafgaat. Waar is het misgegaan? Sacha woont bij zijn moeder die fotografe is. De twee hebben eerder een vriendschappelijke relatie dan een moeder-zoon-relatie. Af en toe ziet hij zijn vader van wie zijn moeder gescheiden is. Tussen zijn vader en hem wil het niet vlotten. Op de terugweg van een vakantie in het buitenhuis van zijn moeder á la campagne, ontmoet hij in de trein Augustin, een jongen met een capuchon die hem om een euro vraagt. De twee raken bevriend. Sacha kijkt tegen Augustin op: "Hij is zo'n jongen die eerst overgeeft en dan nog eens in de Space Mountain wil," legt hij uit aan de lezer. Augustin is cool; grenzeloos, mateloos, hij is een thrillseeker en een player. Hij laat Sacha kennis maken met drugs. Pas nadat ze op commando van twee meisjes op een feestje met elkaar hebben gezoend, ontdekken ze de aantrekkingskracht die ze voelen voor elkaar. De twee worden in het allerdiepste geheim geliefden. Het is ondenkbaar dat hun peers van hun relatie op de hoogte worden gesteld. Ze houden de schijn op door ook met meisjes uit te gaan, vooral Augustin. Als hun verhouding op een dag toch ontdekt wordt, ontkennen ze glashard. Vooral Augustin. Hij is woedend. Hij wil geen homo zijn en reageert nogal losgeslagen. Hij begint meer en meer drugs te gebruiken en gedraagt zich soms gevoelloos, minachtend en wreed tegen Sacha. Sacha's bewondering voor Augustin slaat om in afhankelijkheid. Augustin duwt Sacha vaak van zich af, maar laat zich wel zwijgend bevredigen door hem, komt en gaat meteen weer zonder hem aan te kijken. Geeft hem na afloop een sigaret, en nog een voor straks. "Dat is niet duur betaald," vindt Sacha. Op school gaat het steeds slechter, omdat Sacha niets uitvoert ondanks herhaaldelijke aansporingen van zijn docenten en zijn moeder. Op een dag realiseert Sacha zich dat hij zo'n jongen is geworden, die hij eigenlijk niet was. Het soort jongen dat aan de drugs is, dat blijft zitten. Hij beseft dat hij te veel Augustin heeft in zijn leven en te weinig Sacha. Daarmee is misschien de eerste stap gezet naar herstel. Het mooie aan dit boek is de toon waarop het geschreven is. Het verhaal wordt volstrekt humorloos verteld, bloedserieus zoals alleen iemand van veertien dat maar kan. Er is geen distantie, geen observatie, geen spot, er zijn geen goeie grappen, geen avontuur. Sacha is alleen maar een verliefde jongen van veertien die baalt van school en van zijn vader en die kapot gaat aan de liefde. Indrukwekkend debuut van de achttienjarige auteur. Staat bij jongeren vanwege de middelbare schoolperikelen, maar is absoluut ook de moeite waard voor volwassen lezers. Vertaling zozo. |