Alain Claude Sulzer: Een volmaakte kelner

 


 

.................................................

//FICTIEMANNEN//
Een volmaakte kelner

Alain Claude Sulzer
Amsterdam: Anthos, 2008
ISBN: 9041413307

Oorspr. titel en uitg.: Ein perfecter KellnerZürich: Epoca, 2004

Vertaling (uit Duits): Annemarie Vlaming

Recensie: Connie van Gils

.................................................


  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De homme fatale en de dooie diender

Eén van de bekendere literaire personages is wel die van de femme fatale. De vrouw die harten breekt, maar wier eigen hart nimmer gebroken wordt. Zij wordt aanbeden om haar schoonheid en charme, maar zelf is zij koud en ze aanbidt niemand. Zij gebruikt de liefde van anderen slechts om er beter van te worden. En wanneer de geliefden daar uiteindelijk achter komen, houden ze alleen nog maar met meer volharding van haar. Uiteindelijk gaan ze aan hun liefde voor haar ten onder en eigenlijk verdienen ze niet anders. Van deze femme fatale is ook een homovariant: de ‘homme fatale’, en daarover gaat Een volmaakte kelner.

Het verhaal is een raamvertelling waarvan de eerste akte zich afspeelt in de zomer van 1935 en de tweede dertig jaar later. Het geheel is gesitueerd in een Grand Hotel ergens in de bergen van Zwitserland bij een meer en een stationnetje.

1935: superkelner Erneste beleeft een zomer vol passie met de knappe, charmante leerling-kelner Jakob. Het zorgeloze geluk duurt maar kort. Jakob bedriegt Erneste met de beroemde en rijke Duitse schrijver Julius Klinger die met zijn gezin in het hotel logeert. Als Klinger moet vluchten voor de nazi’s, gaat Jakob met hem mee naar New York als zijn privé-secretaris en geheime minnaar. Het is een stap waarmee hij zijn eigen leven redt.

1965: dertig jaar zijn voorbijgegaan waarin Erneste niets van Jakob heeft gehoord. Hij denkt nog elke dag aan hem en leidt een vreugdeloos bestaan waarin zijn enige ambitie is om een volmaakte kelner te zijn. Dan krijgt hij een brief uit New York die hij pas na twee dagen durft te openen. Een brief van ‘Jack’, zoals Jakob nu heet. Het gaat slecht, hij heeft geld nodig. Erneste moet dat voor hem gaan halen, bij de man voor wie Jakob hem in de steek liet.

Deze op zich puntgave intrige ontwikkelt zich traag als stroop. Het lage tempo waarin het verhaal wordt verteld, is een vorm die goed aansluit bij de literatuur uit de tijd waarin het speelt. Dat geldt ook voor de inhoud en het smaakvolle taalgebruik dat nergens shockeert of tegen de borst stuit. Het heeft allemaal een zekere noblesse. Het mist helaas wel de bloemrijke vocabulaire die veel vooroorlogse romans uit die tijd kenmerkt. Dat kan een vertaalprobleem zijn, maar toch niet uitsluitend. We lezen bijvoorbeeld aldoor over de kenmerken waaraan een volmaakte kelner moet voldoen (geruisloos, onzichtbaar, onkreukbaar, attent, onopvallend aanwezig, oplettend, begripvol en dienstbaar), en al ken ik die voorbeeldige kelner wel, toch zie ik hem niet voor me. Ook de beschrijvingen van het hotel, het station, de armetierige kamer van Erneste, het grandioze uitzicht op het meer en de bergen spreken niet tot de verbeelding. Ik zie die Zwitserse bergen niet. In Een volmaakte kelner wordt alles oneindig en tot in den treure uitgelegd, maar slechts weinig wordt verbeeld.

Alleen met veel doorzettingsvermogen heb ik me door deze ‘silent seller’ heen geworsteld, daarbij geholpen door mijn nieuwsgierigheid. Want eerlijk is eerlijk, ik was toch wel heel benieuwd hoe het af zou lopen.

Aan het eind van het boek lag mijn sympathie overigens geheel bij de homme fatale, de hartenbreker die zo gul was met zijn lichaam al vroeg hij er wel wat voor terug. Ik begreep de begeerlijke, verslavende, berekenende Jacob beter dan die dooie poppenkastpop van een Erneste die zich een leven lang heeft vastgeklampt aan een verloren liefde. Ik heb zo mijn twijfels of dat nu wel de bedoeling van de schrijver is geweest.