|

.................................................
//FICTIEMANNEN//
Gevallen Engelen
Eric Jourdan
Rotterdam: Aristos, 2009
ISBN: 9089730152
Oorspr. titel en uitg.: Les Mauvais Anges – Paris: Pensee Moderne, 1955
Vertaling (uit Frans): Maurits van Friesland; met een voorwoord van Gert Hekma
Recensie: Connie van Gils
.................................................
|
                     |
Verboden te lezen!
Gevallen Engelen is de vertaling van het boek Les Mauvais Anges dat na verschijning in 1955 vrijwel meteen verboden werd in Frankrijk, in 1974 nog een keer werd gepubliceerd en weer werd verboden. Uiteindelijk is het boek pas in 1985 zonder problemen op de Franse markt verschenen. De auteur is de destijds 17-jarige Eric Jourdan.
Voorwaar een boek met een geschiedenis, een verhaal eromheen, en daarom alleen al interessant. Geweldig leuk dat dit boek nu in het Nederlands is verschenen, goeie zet van Uitgeverij Aristos.
Dat vindt ook professor Hekma die een uitgebreid voorwoord schreef bij Gevallen Engelen waarin dit alles te lezen staat, en waarin hij bovendien het boek in de geschiedenis van de homoliteratuur plaatst, in het bijzonder wat betreft het thema van de knapenliefde.
Hekma maakt daarbij de blunder literatuur over de liefde tussen twee jongens van zeventien gelijk te scharen aan literatuur over de seksuele interesse van oudere homomannen voor jonge knapen (efebofilie). Dat laatste is een persoonlijk stokpaardje van Hekma, maar een wezenlijk ander literair thema. Hekma probeert en passant ook nog de lezer te manipuleren door een link te leggen tussen de censuur op dit boek destijds in Frankrijk en het leed (hoe erg kan het zijn?) dat homo’s in de huidige tijd nog altijd wordt aangedaan door het verbod seksueel getinte foto’s van knapen te maken en te verspreiden.
Dan nu het verhaal. Frankrijk, 1955. Twee neven zijn door familieomstandigheden (van beiden is de moeder gestorven) bij elkaar in één huis terechtgekomen, omdat hun vaders uit praktische overwegingen samen zijn gaan wonen. Allebei de jongens zijn wondermooi en het kan dan ook niet uitblijven, ze raken verliefd op elkaar. Jourdan schrijft poëtisch realistisch over de seksuele aantrekkingskracht die ieders schoonheid op elkaar uitoefent en over de liefde die ze voor elkaar voelen. Deze twee energiëen staan elkaar soms in de weg, door trots, maar versterken elkaar op andere momenten. Het is een boek met zinnen als:
"Als één van ons ineens besloot dat die dag zijn dag van onafhankelijkheid moest worden, gebeurde het dat de ander, gedreven door een gevoel dat hij niet onder controle had, iets onderdanigs deed, zoals een woord uitspreken dat dicht bij liefde lag."
De begrenzingen van lichaam en ziel frustreren de twee minnaars. Ze verlangen naar versmelting, naar verder gaan dan de huid, naar elkaars bezit zijn en daarom speelt geweld een grote rol in hun relatie. Je zou kunnen zeggen dat het bdsm is, maar dan wel avant la lettre, zonder dat de schrijver wist dat het zo heette, dat het bestond en dat het ook een ‘spel’ kan zijn. Dat laatste is het in dit boek bepaald niet.
De manier waarop Jourdan over de liefde schrijft is bij tijd en wijle geëxalteerd, maar niet omdat hij decadent of aanstellerig is. Hij is gewoon jong. De liefde die hij beschrijft is een zaak van leven of dood, zoals bij de meeste pubers tijdens het beleven van hun eerste grote liefde. Ze zijn op melodramatische wijze bereid hun toekomst, familie of leven er aan op te offeren. In de ogen van de twee geliefden zijn hun vaders het grootste gevaar, omdat die de macht hebben hen uit elkaar te halen. Ze beseffen niet dat ze met hun bloeddorst en hang naar geweld elkaars grootste bedreiging zijn.
Het boek is opgedeeld in twee delen. Het verhaal wordt eerst verteld vanuit het perspectief van de ene neef, Pierre, en later vanuit de andere neef, Gérard. Deze indeling geeft spanning aan het geheel.
Ik vond het verhaal met enige regelmaat moeilijk te volgen omdat er hier en daar abrupt gesprongen wordt in de tijd. Het is ook niet overal even geloofwaardig. De wreedheid van de personages is op sommige momenten onbegrijpelijk. Aan de andere kant spraken de lyrische beschrijvingen van de ongerepte natuur om hen heen, de verlaten schuur, het huis en de scooter me wel aan. Ook de scherpzinnige observaties zijn bij tijd en wijlen aangenaam prikkelend. Het is geen eigentijds boek, ook geen ‘verbijsterende’ roman zoals wordt beweerd in het voorwoord, maar toch beslist de moeite van het lezen waard.
|