|
................................................. //FICTIEMANNEN// Ronald de Waal Recensie: Connie van Gils .................................................
|
|
Coming Out in Rotterdam Ogen open! is een coming out-roman die zich afspeelt eind jaren zeventig en dat is ook meteen de makke van het boek. Je vraagt je bij het lezen echt onmíddellijk af hoe het er op dit moment aan toe gaat op middelbare scholen, met het angstige vermoeden dat het nog wel eens een graadje erger zou kunnen zijn dan toen. Vooral in steden als Rotterdam waar dit verhaal zich afspeelt zal op de zogenoemde zwarte scholen weinig ruimte zijn voor homoseksualiteit en schijnen zelfs leerkrachten weer in de kast of WAO te zitten. Het boek is ingedeeld in korte hoofdstukjes die steeds met de deur in huis vallen, een speelse vorm die zeker aan zal spreken bij de zap-jeugd. Het verhaal: Edwin zit op de middelbare school en wordt vanwege zijn timide gedrag en vermoede homoseksualiteit flink gepest door klasgenootje Steen en zijn kornuiten. Edwin is natuurlijk doodsbang voor hun getreiter en pesterijen en krijgt een hekel aan school. Een mishandeling/aanranding in de jongens-wc loopt net niet uit de hand door ingrijpen van een docent. Edwin zoekt naar een manier om de intimidaties te stoppen en geeft daarbij blijk van een solide inborst. Hij is niet van plan zich kapot te laten maken door een stelletje klootzakjes. De steunpunten in zijn leven zijn z’n hartelijke oma, z’n viool en later de vriendschap met pianist Bart, zijn eerste grote beantwoorde, maar niet geconsumeerde liefde. Als Edwin na de erkenning van zijn geaardheid het homocircuit gaat verkennen, ontmoet hij daar een jongen wiens vader dominee is. Via deze vader vindt hij aansluiting bij een kerk. Omdat Edwin wars is van seks om de seks, richt hij zich op het zoeken naar een vaste vriend. Waarmee hij maar weer bewijst dat de vertrutting van de homoscene niet pas begonnen is met het homohuwelijk zoals sommigen wel beweren, maar dat er altijd al huisje-boompje-beestje-homo’s waren. Het mooie aan dit boek is dat onze limonadedrinkende held steeds zijn eigen weg zoekt en niet toegeeft aan groepsdruk. Hij hoeft niet zo nodig cool te zijn, en daarom is hij het uiteindelijk toch wel. Hij is als een pas ontsproten eikensprietje dat vastberaden door blijft groeien en tegen alle verdrukking in een ferme eik wordt. Geen onvergetelijk, opwindend romanpersonage dus, maar wel één die een steun kan zijn voor gelovige homojongens uit de provincie en voor hen die zich niet aangetrokken voelen tot het lustvolle leventje in de homoscene. De boodschap van dit boek is wellicht vooral: durf te zijn wie je bent, niet alleen op de middelbare school, in de kerk en thuis bij je familie, maar net zo goed in homowereld. |