Richard de Nooy: Zacht als Staal

 


 

.................................................

//FICTIEMANNEN//
Zacht als Staal

Richard de Nooy
Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2010

ISBN: 9038893549

Recensie: Connie van Gils

.................................................


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

"ca·thar·sis, de; v -sen reiniging, loutering" (Van Dale)

De mooiste leeservaring is misschien wel wanneer je tijdens het lezen tegelijkertijd moet huilen en lachen. Als er een loutering, een catharsis plaatsvindt in jezelf. Bij het lezen van Zacht als Staal overkwam het me doorlopend. Voor het eerst heb ik er moeite mee een boek dat ik heb mogen bespreken terug te geven aan IHLIA. Ik wil het houden.

Zacht als Staal gaat over Staal, een Zuid-Afrikaanse homojongen van Boerenafkomst die vanwege zijn nichterigheid en angsten van jongs af aan snoeihard wordt aangepakt. Op school en thuis willen ze voor zijn eigen bestwil een echte jongen van hem maken. Het idee is dat als ze hem maar vaak genoeg laten schrikken, dat hij dan minder bangig zal worden. Dat mislukt. Wat hij wel ontwikkelt is een talent om op het juiste moment te vluchten én hij wordt kampioen in het vinden van verstopplekjes. Uiteindelijk ondergaat Staal zelfs een gedwongen psychiatrische behandeling in een militair strafkamp. Ook dat helpt niet. In Zuid-Afrika is voor jongens als hij, bij wie de homoseksualiteit van honderd meter afstand te zien is, geen plaats onder de zon. Dan besluit Alma, Staals moeder, dat hij naar Nederland mag gaan. Het is 1985, net voordat aids toe zal slaan in het Amsterdamse homocircuit.

Het boek begint als Staal al dood is en Alma naar Amsterdam komt om verhaal te halen. Zij wil weten wie haar zoon gekend heeft en met hen praten, weten waar hij geweest is, wat er mogelijk gebeurd kan zijn, zijn sporen nagaan. Het verhaal wordt verteld aan en door journalist Rem.

Ik wil hier een fragment opnemen, want ik kan 1000 maal 1000 maal zeggen hoe mooi het allemaal opgeschreven is, dat werkt nu eenmaal niet.

Staal heeft op zijn eerste dag in Amsterdam een bordje zien hangen bij kapsalon Beau en Belle waarop gevraagd wordt om een veeghulp. 'Liefst vrolijke ventjes', stond erbij en hij gaat de dag erna terug om te solliciteren. Hij is zich er zeer van bewust dat de kapsalon homoseksualiteit uitstraalt en dat hij hier de eerste homo's van zijn leven gaat ontmoeten, twee nichten als kathedralen. Het is heel koud. Staal kijkt door de etalage naar binnen:

Gekleed in witte jassen waren Beau en Belle bezig met twee klanten, die beiden gevangen zaten in een roze pudding waar alleen hun hoofd uitstak. Ze zagen er bespottelijk uit, maar leken dat niet erg te vinden. Ze lachten zelfs. Geen enkele man in Zeerust zou zich zo laten vernederen. Sterker nog, geen enkele Zeerust-tannie zou haar man in roze willen hullen.

Inmiddels waren de kappers gestopt met knippen en werd je door vier man aangestaard. Ze mimeden venijnige opmerkingen en lachten besmuikt. Langzaam kroop de twijfel onder je huid. Je was al aan het wegdraaien, toen een van de kappers vriendelijk wenkte en naar de deur liep. Hij had een maltezer leeuwtje op zijn hoofd gebonden.

"Kom snel binnen! Anders moeten we je ontdooien voordat we je kunnen knippen!" riep de man. Zijn opmerking werd begroet met een lachsalvo en een reeks onnavolgbare grappen die de prachtige operamuziek overstemden.

"Je zal even moeten wachten," zei de man met het maltezerkapsel. 'We zijn bijna klaar met deze heren. Koffie?"
"Asseblief," antwoordde jij en stapte op de andere kapper af, een wat oudere man die tevergeefs de kale plek op zijn achterhoofd had getracht te verbergen door zijn haar eroverheen te kammen. Hij droeg een damesbril met dikke glazen waardoor hij op een geschrokken nachtaapje leek. Hij keek verbaasd naar je uitgestrekte hand.

"Hallo, hik bent Staal," zei je in je beste Nederlands.
"Een ijzersterke naam!," zei het nachtaapje, "Hik bent Martijn."

Terwijl de twee puddingen schudden van het lachen, riep de man met het maltezerkapsel vanuit de keuken: "Jezus wat flauw, Martijn! Ik hoop dat je nog wat bijtrekt vandaag"
"Gaat zeker lukken, schat!," riep Martijn. "Je weet hoe graag ik bijtrek."
"Breek me de bek niet open,'"zei de maltezer, waardoor de puddingen bijna van hun stoelen afgleden.
"Ik ben Dirk, trouwens. Drink rustig je koffie op en let vooral niet op deze toetjes en hun boze stiefmoeder."

Er volgde weer een spervuur van opmerkingen, die zich als een aria met de muziek mengden. Je begreep de helft niet, Prinses, maar het was of je het huilen van je eigen roedel hoorde.”

Alle mensen uit Staal's leven komen aan het woord, tot en met de boze stiefbroers en de psychiater toe. Langzamerhand kom je achter de gebeurtenissen die geleid hebben tot Staal's voortijdige dood. Af en toe weet je even niet wie er ook al weer aan het woord is, maar dat maakt niet uit, je begrijpt dit boek toch wel.

Zacht als Staal is een boek dat je in dankbaarheid achterlaat, getroffen, gelouterd, en jaloers dat er maar zo weinig lesbische boeken zijn van dit niveau.

Richard Nooy's debuutroman: Six Fangs Marks and a Tetanus Shot (2007) werd in Zuid-Afrika bekroond met de Best First Book Award van de Universiteit van Johannesburg.

Nooy is opgegroeid in Zuid-Afrika als kind van Nederlandse ouders.