|
................................................. //NON-FICTIE// Paul van Gelder en Léon van Lier Dit onderzoek van Van Gelder en van Lier is gefinancierd door OCW en begeleid door medewerkers van Stichting Hulp en Opvang Prostitutie en Mensenhandel (SHOP), GGD Den Haag en OCW Recensie: Connie van Gils .................................................
|
![]() |
Prostitutie 2.0 In tegenstelling tot tien jaar geleden is het tegenwoordig vrij gebruikelijk voor prostitués en prostituanten om seksuele diensten aan te bieden of op te zoeken via internet. Aan de ene kant komt dat doordat internet een heel geschikt medium is voor vraag en aanbod, aan de andere kant is het aantal homobordelen na de opheffing van het bordeelverbod in 2000 afgenomen tot pak en beet nul. Prostitués hechten nu eenmaal veel waarde aan hun anonimiteit (en hoerenmadammen hebben een pesthekel aan belastingen, red.). Naast het zich aanbieden op internet is er van oudsher ook een mogelijkheid voor het vinden van klanten in bepaalde parken en bosjes, en in bars/sauna's. Buiten is het evenwel ook moeilijker geworden, doordat de politie strenger handhaaft en om id-kaarten vraagt, en de gemeente de bosjes waarin veel gesekst wordt, snoeit of afrastert. 'Jongens' (boys) is de in dit boek vaak gebruikte benaming voor de sekswerker. Met de leeftijd heeft dit niet veel van doen. Het woord 'man' wordt gebruikt voor de klant. Dit is conform de manier waarop de aanbieders en gebruikers van seksuele diensten gewoonlijk over zichzelf praten. Doel van het onderzoek is om de groep jongens die zich bezig houdt met, zoals ze het zelf liever noemen, 'paydates' in zicht te krijgen. De vraag is bijvoorbeeld om hoeveel jongens het gaat, wat hun achtergrond is, leefomstandigheden, toekomstplannen, of ze problemen hebben, hulp behoeven en zo ja, wat voor hulp. Van belang is ook hun gezondheid en of informatie over de mogelijke veranderingen in hun werkwijze/omstandigheden de afgelopen jaren. Het wordt niet gezegd, maar omdat het woord enigszins lijkt te worden vermeden in het boek, wat toch vreemd is, zou een van de achterliggende gedachten van dit onderzoek ook wel kunnen zijn om mogelijke besmettingshaarden van hiv/aids tijdig te signaleren. Het onderzoek heeft zich toegespitst op de regio Den Haag. Naast literatuuronderzoek is er met instellingen als een daklozencentrum, een soa-centrum, politie en verslavingszorg contact gezocht. Het blijkt dat er weinig tot geen (bewust) contact is van de verschillende instanties met de doelgroep. Ook is met veel moeite een vijftiental jongens bereid gevonden over hun werk, de omstandigheden en hun problemen te praten. De bulk van het onderzoek heeft zich echter afgespeeld op en via internet. Als voordeel van het aanbieden van seksuele diensten voor geld op internet wordt gesteld dat je voor het zoeken naar klanten de deur niet meer uit hoeft. Een nadeel is dat het vak sterk geïndividualiseerd is. Waar vroeger de jongens in een club een sterke band met elkaar hadden, moeten ze nu in hun eentje hun boontjes zien te doppen. De manier waarop de jongens zich aanbieden op internet is het leukst om te lezen. De taal is pornografisch van aard en vaak zit er een zekere hoerige humor in: - "Geile topescort Den Haag, paal 19 cm. Ontvangt en verplaatst." Over condooms of safe seks wordt in het geheel niet gesproken. Het aardige van prostitutie 2.0 is natuurlijk dat de klanten ook van zich kunnen laten horen. Dat wordt nog niet heel veel gedaan bij M$M, maar het gebeurt wel en dan in een heel andere stijl: - "Geen klokkijker" Er wordt door de onderzoekers gepleit om te proberen de groep blijvend te volgen, en de vraag aan organisaties is om meer oplettendheid te betrachten. Het advies is om gericht door te vragen en op signalen te letten (geen werk en toch duur gekleed bijvoorbeeld). Om de deskundigheid van de organisaties te bevorderen stellen ze jaarlijkse workshops voor. Omdat veel contact zich afspeelt via internet pleiten de onderzoekers er ook voor on-line hulp aan te bieden waarbij de jongens (anoniem) kunnen mailen of chatten met een hulpverlener. Interessant voor hulpverleners, dienstverleners en beleidsmakers, ook in de andere grote steden. |