F.J.A.M. van der Helm: Gesodemieter in Den Haag: over homofilie en de homovervolging in Den Haag anno 1730


 

.................................................

//NON-FICTIE//
Gesodemieter in Den Haag: over homofilie en de homovervolging in Den Haag anno 1730

F.J.A.M. van der Helm
Hoogwoud: Kirjaboek, 2011
ISBN: 9789460081040

Recensie: Connie van Gils

.................................................

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 


 

Historisch belangwekkend boek van een blije eikel

In 1730 zijn in Den Haag na een periode van behoorlijke veiligheid waarin een bruisende homo-subcultuur ontstond, veertien homomannen vanwege hun homoseksualiteit opgehangen waarna hun lijk zo ver mogelijk in zee werd gegooid. Vele anderen zijn bijtijds gevlucht om nooit weer te keren. Van der Helm heeft onderzoek gedaan naar deze zwarte badzijde in de geschiedenis van Den Haag. Wie waren deze mannen, hoe leefden ze en waarom werden ze veroordeeld tot de doodstraf?

Van der Helm begint zijn boek met een inleiding over wat homofilie nu eigenlijk is en wat de oorzaken zijn. Volgens Van der Helm zijn er twee soorten: de ontvangende partij (nature=bottom) en de gevende partij (nurture=top). Hij schrijft er het volgende over:

De geboren homojongen:
“... De jongeman herbergt een vrouwelijke ziel in zich (...). De jongen die met deze vrouwenziel is geboren, gedraagt zich bij de ontwikkeling in zijn leven steeds duidelijker als iemand met vrouwelijke gevoelens. Daarbij vallen niet alleen de aangeboren gebaren en de houding van het lichaam op, maar ook de beroepen waarin hij zich het meest op zijn gemak voelt, namelijk dienende beroepen van verpleging tot verzorging. (...) Vooralsnog gaan we ervan uit, dat een geboren homojongen met zijn vrouwelijke ziel een ontvanger is (...). Hij ligt onder.”

De van oorspong heteroseksuele homojongen:
“Het gaat hierbij vermoedelijk niet om de jongens met een aangeboren neiging tot sodomie, maar veeleer zijn dit de jongens die deze drang hebben aangeleerd tijdens de puberteit. Het zijn de jongens die zijn blijven steken in hun experimentele fase. (...) Een voor de hand liggende reden is een minderwaardigheidsgevoel dat hij op de een of andere manier heeft opgelopen, waardoor hij zich niet durft te wagen aan een vrouw. (...) Doch hem is gebleken dat hij in de jongenswereld uitstekend aan zijn trekken komt. Hij blijft een gever en penetreert de jongens even smakelijk als hij een vrouw had gedaan. Het zijn de stoere jongens, die niet als homo zijn geboren, doch in hun seksuele ontwikkeling zijn blijven steken en tevreden zijn gebleken met hun homocontacten.”

Na deze inleiding, die al vragen oproept, volgt een tekening van het Den Haag uit die tijd, de politieke situatie, macht van de kerk, de internationale betrekkingen en het leven van alle dag waarin de homomannen het goed voor elkaar hadden. Er waren tal van ontmoetingsplaatsen zowel buiten als binnen waar men elkaar kon oppikken. Deze plekjes worden in kaart gebracht en we leren dan ook al enkele personages kennen die een sleutelrol hebben gespeeld in de homogemeenschap uit die tijd en die later nog terugkomen onder minder fortuinlijke omstandigheden. Maar voor je er echt voor gaat zitten, worden er nog meer vragen opgeroepen.

Het blijkt namelijk al snel dat de auteur geen benul heeft van het verschil tussen verkrachting en seks met wederzijds goedvinden, tussen seksueel misbruik van rechtelozen en machtsmisbruik aan de ene kant en seksueel plezier voor alle betrokken partijen aan de andere. ‘Iedereen elke dag geil’, lijkt het motto. Seks kán alleen maar leuk zijn, zelfs als één van de betrokkenen geen keuze heeft. En dat gaat dan allemaal op een olijk toontje. Wat moet de lezer bijvoorbeeld hier van denken? Dit gaat over seks met jongens vanaf twaalf jaar:

“Onder de jongens die op jonge leeftijd omgang hadden met mannen waren vaak wezen die op zoek waren naar een huis met een dak en bed. Dat het bed gedeeld moest worden met de heer des huizes was een bijkomstigheid die hun niet moeilijk bleek.”

Of deze opmerking die over een andere tijd gaat:

“Vijf jaar eerder, in 1459, werd de jonge Hanneman slechts gegeseld en verbannen en hij hoefde zijn gesodemieter niet met zijn bevlekte lijf te betalen. De minderjarige jongen was door zijn natuurlijke vader Jacob anaal gepakt. En ofschoon hij de eerste keren nogal weerstand bood en zelfs door vaderlief stevig werd vastgebonden om het karwei te klaren, accepteerde hij de vaderlijke penetratie later zonder tegenstribbelen en tegenwerking.”

Ik word daar echt niet goed van.

Maar als bovenstaande teksten je niet tegen de borst stuiten, en zinnen als deze ook niet: “Lichtelijk aangeschoten vonden de lieden elkaar en gingen dan lachend en pleziermakend met elkaar mee om zich van hun zaad te ontlasten,” dan is het boek zeker interessant. Van der Helm heeft namelijk wél serieus onderzoek gedaan in de archieven. De gehangenen krijgen van hem een naam en een gezicht. Hun leeftijd, achtergrond, beroep, relaties tot elkaar, rol in het geheel en in het proces worden belicht. Ook toen kwam het vanzelfsprekend al in alle kringen voor.

Overigens was het rond 1730 niet alleen in Den Haag mis, maar bijvoorbeeld ook in Utrecht, Amsterdam en Faan (Groningen).

Verder lezen:

Protestants fundamentalisme in het Groningse Faan
Koert ter Veen
Soesterberg: Aspekt, 2002. - 238 p.: ill.
ISBN: 905911082X

In 1731 vond in het Groningse Faan een monsterproces plaats, waarbij grietman Rudolf de Mepsche een belangrijke rol vervulde. Een groep mannen uit de streek werd beschuldigd van sodomie en door de knechten van De Mepsche vreselijk gemarteld om bekentenissen af te dwingen. Uiteindelijk werden tweeëntwintig mannen schuldig bevonden en opgehangen. Waarschijnlijk is het proces niet eerlijk verlopen, want onder de slachtoffers bevonden zich politieke tegenstanders van De Mepsche.
HDK-LAA: cat. (veen-k/pro) b boven
ABH    : Bib F8 Veen

 

Collectie