Guus Vleugel: Mal du Siècle

 


 

.................................................

//NON-FICTIE//
Mal du Siècle: Columns en interviews uit HP/De Tijd (uit de periode 1989-1995)

Guus Vleugel
Keuze: Ton Vorstenbosch
Amsterdam: Lubberhuizen, 1998
ISBN: 9076314225

Recensie: Connie van Gils

.................................................


 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

Een boekje uit de oude doos

Bij de gelukkigste momenten uit mijn jeugd hoorden die waarin ik de afwas deed met mijn zus en wij samen Nederlandstalige liederen zongen, hard en vals als een kraai. Onze afwastoppers waren Zeur niet van Annie M.G. Smidt, Meisje van zestien van Boudewijn de Groot en Roll another one van Guus Vleugel. Mijn persoonlijke lievelingsliedje was Er was een man die dolgraag zelfmoord wilde plegen (waarom dat wist-ie niet, al zijn er redenen zat), eveneens van Guus Vleugel. 

Toen Jasperina de Jong haar destijds vaste tekstschrijver Guus Vleugel dumpte en zijn teksten inruilde voor de rijmelarij van Ivo de Wijs waarna het met haar carrière bergafwaarts ging, deed Guus een echte zelfmoordpoging. Ik was geschokt, ontzet, toen ik het hoorde. Dat liedje waarin ik zo’n lol had, was blijkbaar geen geintje. Vleugel had echt een drang naar zelfdoding. Sinds dat moment draag ik Guus mee in mijn leven als een persoonlijke wijsgeer, iets hartverscheurend grappigs maken van je eigen pijn, dat leek me een bruikbare tip. Ik gooide mijn pacifistisch-radicaalfeministisch-socialistische ideeën in de prullenbak wegens te weinig humor. Voor mij geen politiek meer, maar kleinkunst (Hij had de plek al uitgezocht, twas bij een brug. Hij dacht hier doe ik het, o God, maak het toch vlug)

Maar nu Mal du Siècle. Toen de uitgever me het boekje met verzamelde columns uit de HP/deTijd ter recensie toestuurde, was ik blij als met een cadeautje, een column van Vleugel had ik immers nooit gelezen. Ik ging er eens echt voor zitten, en ai, dat viel zomaar niet mee. Dat viel een beetje tegen zelfs. De lezer wordt geacht bekend te zijn met de ideeën van Witggenstein, Heidegger, Barthes, Nietzsche en Derrida en hoe die zich verhouden tot elkaar. Er worden woorden gebruikt als Jungiaans-expansionistisch, anti-metafysisch, deconstrueren, poststructuralistisch, mechanistisch wereldbeeld en culturele pluralist, en dit is nog maar een greep. Het is ondenkbaar dat iets van een dergelijk intellectueel niveau nu nog in een algemeen tijdschrift of krant zou staan. 

In de columns spelen de Nederlandstalige literatuur en vooral de (homoseksuele) auteurs ervan een belangrijke rol. Gerrit Komrij, Bas Heijne, Frans Kellendonk, Carry van Bruggen, Doeschka Meijsing, Oscar van de Boogaard en Willem Melchior komen allemaal voorbij.

Vleugel is niet voor de poes. Hij speelt, vals en vilein, liever de man dan de bal. Het lijkt alsof hij niet voor zijn lezerspubliek schrijft, maar over de hoofden van de lezers heen de auteurs zo smadelijk mogelijk wil bejegenen. Over het algemeen zijn ze hem allemaal te dom, te stom, te ijdel, te doorzichtig, te truttig, onbenullig en vooral te Nederlands. En soms is dat wel heel erg grappig, maar toch meer voor de incrowd. Het lijkt allemaal om de perikelen binnen een heel klein literair grachtengordelwereldje te gaan, waarin eenieder de ander liever ziet vallen dan opstaan. De beroepsnijd spat er van af. En nu zoveel jaar later denk je, ach wat doet het er toe wie de beste was?

Voor wie zijn de columns uit Mal du Siècle leuk om te lezen, vraag ik me af. Ik denk vooral voor mensen die het literaire klimaat in Nederland uit die tijd goed kennen of erin geïnteresseerd zijn. En voor schrijvers/journalisten/recensenten die zich willen bekwamen in het venijnig beledigen van collega’s. Persoonlijk hou ik het liever bij zijn liedjes (maar bij die brug daar vond-ie toen een zieke hond, hij had het dier het liefst ter plaatse willen worgen, maar nee, hij bleef er tot de laatste snik voor zorgen, en gaf toen eigenlijk met tegenzin de geest, hij dacht wat gaan ze met hem doen, het stomme beest).

 





   





    

Collectie