|
................................................. //NON-FICTIE// Huub ter Haar Dit boek is tot stand gekomen in samenwerking met de John Blankenstein Foundation en COC Nederland en met een financiële bijdrage van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en het VSBfonds. Recensie: Connie van Gils .................................................
|
|
Homo’s en lesbo’s in de topsport: coming-out slapstick, kleedkamerstress en ferm gedragen eenzaamheid Mensen vragen nog wel eens bij ons aan de IHLIA-balie waarom er een apart homoplein is in de Centrale Bibliotheek van Amsterdam? Is dat niet een béétje overdreven. Homo’s zijn toch helemaal geaccepteerd? Niets blijkt minder waar als je Gelijkspel leest van Huub ter Haar. En toch ook weer wel. Het is een verwarrende tijd voor lgbt-ers. Het maatschappelijk klimaat om ons heen is onvoorspelbaar. Het kan vriezen, het kan dooien. Tussen de buien door is het droog. Gevoelstemperatuur -10, feitelijk gemeten temperatuur 0 graden. Zoiets. Op zoek naar topsporters om te interviewen voor zijn boek Gelijkspel: portretten van homo topsporters kreeg Ter Haar het ene na het andere nee te horen. "Mogelijke reactie van het publiek, negatieve invloed op hun marktwaarde en sponsorbelangen voeden de terughoudendheid," schrijft hij in zijn inleiding. Het is daarom dat er in dit boek acht portretten staan van ex-topsporters die niets meer te verliezen hebben en maar twee nog actieve sporters. Need I say more? Het gros van de geïnterviewden blijkt een jarenlange innerlijke strijd te hebben gevoerd voordat ze uiteindelijk aan hun teamgenoten hun geaardheid verklapten. Enkelen hebben in die tijd hun liefdesleven in de wachtkamer gezet, anderen hebben een dubbelleven geleid. Vrijwel niemand is vanaf het begin af aan open geweest. De angst voor de coming-out was tamelijk beklemmend en heeft in sommige gevallen gezorgd voor mindere prestaties. Het kost volgens de sporters veel energie om je privéleven geheim te houden en altijd maar op je woorden te moeten letten, toneel te spelen. Maar was dat wel nodig? Want wat dan buitengewoon opmerkelijk is, is de uiteindelijke reactie van hun teamgenoten. Meer dan een schouderophalen en een ‘leuk voor je dat je een vriend(in) hebt, hoe heet hij/zij?’ wist de uiteindelijke schoorvoetende coming-out echt niet op te roepen. En dat was het dan. Klaar. Slapstick, anders kan ik het niet noemen. Een sporter heeft echter niet alleen te maken met zijn of haar eigen teamgenoten, maar ook met die van de tegenpartij, met het publiek en met de sponsoren. Een topsporter heeft ook een internationale weg te gaan, soms in landen waar homorechten en mensenrechten twee heel verschillende zaken zijn. Het blijft altijd leuk coming-out verhalen te lezen. Zoals van de schaatster Marieke Wijsman die twee jaar lang een geheime relatie had, met een teamgenote notabene! Zelfs het team wist van niks. Uiteindelijk hield ze het niet meer vol en hebben de twee hun relatie beëindigd, omdat haar vriendin er na al die tijd nog steeds niet aan toen was om open te zijn (sic). Anders ging het met de zwemmer Johan Kenkhuis. Toen hij aan zijn coming-out in de sportwereld toe was, vroeg hij aan een bevriende medespeler de roddel te verspreiden dat hij een vriend had. Ervaring heeft ons geleerd dat zo’n roddel sneller gaat dan het licht, dus Johan was er in één keer vanaf (tip van Johan: schakel zelf de tamtam in). Erica Terpstra (Wat is zij eigenlijk? Hetero, homo, bi? Ze laat zich er niet over uit) roept in haar column op vooral uit de kast te komen. Het NOC*NSF steunt! Kan het misschien dan ook iets doen aan de torenhoge schuld van Michele Aboro die haar sponsor kwijtraakte, ondanks dat ze wereldkampioen boksen was? En waarom? Omdat ze te mannelijk was. Omdat ze niet naakt in een ‘fuck-me-guys’ pose in de Playboy wilde. Carrière kapot, rechtszaak begonnen. Dat kost veel centjes. Biedt het NOC juridische en financiële steun als het onverhoopt toch misgaat? Pijnlijk is het relaas van de schaatser Elinga die tot zijn 27ste op advies van zijn moeder een dubbelleven leidde. Als hij bij zijn vriend bleef slapen, vertelde ze anderen dat hij op trainingskamp was ("Wel een heel speciaal trainingskamp…" zegt hij daar zelf over). De angst van zijn moeder werd ook zijn angst. Terugkijkend op zijn leven heeft hij erg veel spijt van al het liegen en bedriegen en denkt hij dat het een negatieve invloed heeft gehad op zijn prestaties. En soms ineens van die lieve mensen. Zoals de captain van het hockeyteam van Carina Benninga op een dag tegen haar zei: "Carina, als je me nu niet vertelt wat er met je aan de hand is, hoef je nooit meer tegen me te spreken, zo krijgen we geen contact." Pas na deze aanzet werden vele jaren van zwijgen, een periode die ze heeft ervaren als misvormd, doorbroken. Het ontroerendste portret vond ik dat van Edward Gal, dressuurkampioen en nog altijd actief in de topsport. Hij is qua type eigenlijk meer biseksueel dan homo of hetero en hij vertelt prachtig over zijn strijd om zijn plaats te vinden tussen twee werelden, die van de homo’s en die van de hetero’s. Hij rouwt om het niet kunnen hebben van een ‘normaal’ gezin. Hij is geen homo, maar gevallen voor die ene man. Een situatie die over het algemeen trouwens vaker bij vrouwen voorkomt dan bij mannen, wat hem nog meer een eenling maakt. Wat ik jammer vind is dat de kleedkamerstress, die volgens mij vrij centraal staat in de angst om bij je eigen team openheid van zaken te geven, wel genoemd wordt, maar niet wordt uitgediept. Ik had daar graag meer over willen lezen, ook over mogelijke oplossingen daarvoor. Het blijft bij praten over acceptatie en respect van mens tot mens, van sporter tot sporter. Het naakt zijn van hetero’s en homo’s/lesbo’s samen tijdens het omkleden en douchen en wat dat met iedereen doet, is een onderbelicht issue. Dit boek wil sporters aanmoedigen om zichzelf te zijn en daarmee zichtbaar voor anderen. Dat is inderdaad heel, heel belangrijk, maar dat ‘jezelf zijn’ ook negatieve gevolgen kan hebben maakt het geval van Aboro duidelijk. Zij staat niet in dit boek. Ik denk dat het NOC*NSF een juridisch en financieel vangnet moet bieden aan topsporters die vanwege hun homo-, lesbisch,- bi, transgender zijn in de problemen komen. Anders eindigen ze misschien net als Aboro roemloos aan de bedelstaf. |