Klaas Slagman: Het eenzame homokind

 


 

.................................................

//NON-FICTIE//
Het eenzame homokind

Klaas Slagman
Krommenie: www.boekenmaker.nl, 2008

ISBN: 9088420504

Recensie: Connie van Gils

.................................................


 

 

 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Niet meer dan een verzameling ruw materiaal

De eerste avond van mijn vakantie met pakweg vijftien hetero’s in een landhuis op Texel liggen er op de salontafel in de woonkamer veel boeken; het is een leesgraag gezelschap. Ik heb Het eenzame homokind van taxichauffeur en counselor Klaas Slagman meegenomen en ertussen gelegd. Vooralsnog leest niemand, we zitten tevreden uit te puffen van een warme dag aan het strand.

Tijdens dit genoeglijk samenzijn reikt keer op keer één van de aanwezigen naar Het eenzame homokind. Als enige exemplaar wordt het tussen de andere boeken uitgekozen, opgetild en bekeken. Jammer genoeg ontstaat er geen gesprek over het onderwerp van het boek. In mijzelf roept de titel wel onmiddellijk de vraag op: is het eenzame homokind eenzamer dan het eenzame hoogbegaafde kind, het eenzame verlegen kind, het eenzame mishandelde kind, het eenzame kind van gescheiden ouders, eenzamer dan het eenzame gewone kind? En dan is er ook nog de vraag: zijn homokinderen eigenlijk wel per definitie eenzaam? En als ze eenzaam zijn is dat dan omdat ze homo zijn?

Naast deze kritische vragen die in me opwellen voel ik me alleen al door de titel getroost voor iets, ik weet niet voor wat precies. Bij mijn weten is er nooit eerder een non-fictieboek verschenen over het homokind.

In plaats van een uitwisseling van ideeën over al dan niet eenzame homokinderen gebeurt er iets heel anders. De pedagoge van het gezelschap pakt het op, slaat het open, en geeft me ongevraagd ‘advies’: "Dit boek moet je volledig negeren. Hier moet je geen enkele aandacht aan besteden. Die therapeut weet niet eens of hij counselor of counsellor is." Het eenzame homokind wordt van de salontafel geveegd. ‘Met jou willen we niet spelen!’

De volgende vraag die bij me opkomt is: is een boek waardeloos omdat er taalfouten in staan? De ervaring zal het leren, lezen dus maar, die 539 bladzijden.

Het boek vertelt het verhaal van de kleine Benjamin. Benjamin wordt in 1960 geboren als jongste van een gezin met vijf kinderen. Hij is een bang en gevoelig ventje dat niet van voetballen en jongens houdt, en graag met poppen en meisjes speelt. Zijn vader vindt hem raar en verbiedt Benjamin tot diens grote verdriet met poppen te spelen. Ieder jaar van Benjamin’s leven, dat volgens de auteur model staat voor dat van veel andere homokinderen, wordt minutieus beschreven. Na ieder jaar volgt nog een uitgebreide evaluatie.

Verrassend genoeg leest het boek ondanks het tenenkrommende Nederlands en de wijdlopigheid vrij aardig. Dat komt denk ik door de rake beschrijving van de sfeer op school en in het gezin van Benjamin. Daarnaast spreekt vooral de oprechtheid en het engagement waarmee de auteur zijn boodschap overbrengt aan. Hij wil zó graag begrip voor het ventje. Hij zou het liefst hoogstpersoonlijk door middel van dit boek alle homokinderen van de wereld een fijne veilige jeugd met aandacht, acceptatie, respect en warmte geven zodat ze nooit meer eenzaam hoeven te zijn, of worden verstoten omdat er iets niet aan ze ‘deugt’. Jammer is wel dat Slagman niet met een mogelijke oplossing voor het probleem op de proppen komt en het boek evenmin naar deze tijd toe trekt. De Benjamin uit zijn boek is inmiddels bijna vijftig, maar hoe is het leven voor de homokinderen van nu? En is er überhaubt wel een oplossing, want hoe kun je ooit weten of een kind van acht homoseksueel geaard is? En zo ja, wat dan?

Klaas Slagman zal met dit boek niet serieus genomen worden, zeker niet door zijn collega hulpverleners zoals de pedagoge, en ook wel terecht.

Op dit moment is Het eenzame homokind nog niet meer dan een verzameling ruw materiaal. Een paar willekeurige zinnen: "Behalve dat Benjamin zich verloren voelt, was het voor hem ook een vreemde gewaarwording dat nu ook de jongens en meisjes met elkaar praten en lachen. Op deze manier aandacht krijgen vindt Benjamin verschrikkelijk, maar deed toch maar wat de badmeester hem opdroeg."

Om er een boek van te maken dat in de boekenkast komt te staan van ouders, onderwijzers en pedagogen moet Slagman opnieuw aan de slag en dit keer samen met een goede redacteur. Die zijn daarvoor.

 

Collectie