|
................................................. //NON-FICTIE// Sandew Hira Recensie: Connie van Gils .................................................
|
![]() |
Niet het individu versterken maar de hele familie Onlangs was ik bij de première van de sterke documentaire Allemaal lesbisch van Mildred Roethof. Ik sprak daar onder andere met een prachtige vrouw, moslima, over de situatie van Ikram die in de film haar verhaal vertelt. Ikram is gevlucht uit Marokko om in Nederland zichzelf te kunnen zijn. Ze is echter verstoten door haar familie en wordt met de dood bedreigd door haar broer. Nu is dat niet goed mogelijk als het gezin in een ander land verblijft, maar misschien wel als het om een etnisch gezin gaat dat in Nederland woont. Uit The Holy Sex Project : pastors and church members on sexual and reproductive health in The Netherlands, waarin de resultaten zijn verwerkt van een onderzoek uit 2009 in migrantenkerken in Amsterdam, blijkt dat het idee dat homoseksualiteit een (duivelse) ziekte is, een schande en een zonde, nog wijdverspreid is. Algemeen aanvaard eigenlijk, ook onder de pastors en priesters. Je zou naar aanleiding van dat onderzoek kunnen concluderen dat juist in groepen in de samenleving waarin het gezin en de extended familie heel belangrijk is, de homohaat en onwetendheid het ergst is. De moslima van wie ik de naam niet ken, zei ook: “Het is over het algemeen veel makkelijker om een ander te verdedigen dan om jezelf te verdedigen. Dus als een Islamitische homo of lesbo anderen in de familie heeft om hem of haar te verdedigen, dan komt hij of zij minder makkelijk alleen te staan.” Waarbij ik meteen moest denken aan de Vlaamse documentaire van de Marokkaanse Saddie Choua over haar lesbische zusje: Mijn Zus Zahra of hoe ik mijn vader wilde veranderen in 52 minuten. Het idee dat niet zozeer het individu versterkt moet worden, maar het hele gezin, en dat binnen het gezin informatie gegeven moet worden en gezocht moet worden naar bondgenoten, is ook de grondgedachte achter Verboden liefde. Verboden liefde is, meen ik, van grote waarde omdat Suriname een smeltkroes is, en het boek dus in één handomdraai alle mogelijke religieuze of etnische achtergronden kan behandelen, en dat ook doet. De levensgeschiedenissen in dit boek van Surinaamse homo’s en lesbo’s zijn persoonlijk en ontroerend, sommigen blijven liever anoniem, anderen weer niet. De verhalen worden steeds in een groter cultureel en etnisch/religieus kader geplaatst door de auteur Sandew Hira. Het boek is heel begrijpelijk en prettig geschreven. Je hoort de Surinaamse tongval er fraai doorheen, af en toe komt er een aardige Surinaamse uitdrukking voorbij (ik ga je mars breken), beetje Winti erbij en hier en daar een vleugje opstandigheid tegen de Nederlandse borstklopperij. Eén anekdote komt steeds terug. “Ik wist niks van homoseksualiteit. Het enige wat ik wist was dat er bij ons in de buurt een man woonde en daar gooiden ze altijd stenen naar. Dat was een homo.” We kunnen dus aannemen dat er in iedere buurt in Suriname een man of vrouw woont naar wie stenen gegooid worden. Dat is de homoseksuele zichtbaarheid ter plaatse. Maar er wordt de laatste tijd hard aan de weg getimmerd onder de Surinaamse bevolking, zowel hier als daar. Dit boek is een van de heipalen. Conclusie: homoseksuele Surinamers en ook andere Nederlanders van ‘exotische’ origine willen vanuit hun eigen tradities hun eigen weg banen, homo-emancipatie bewerkstelligen vanuit en binnen hun eigen familiecultuur. Zolang ouders en andere familieleden denken dat homoseksualiteit een ziekte is die genezen kan worden, een doodzonde, iets slechts wat eruit geslagen kan worden, een smet op het familieblazoen, blijft het lastig homo te zijn. Verstoten worden is een blijvend leed. Aan Nederlandse schouderklopjes ten onder gaan is ook niet alles. En voordat iedereen denkt dat wij witte Nederlanders het toch maar goed getroffen hebben met onszelf. Er zijn ook moeders, vaders en smekkies in alle smaken die zeggen: “Je bent en blijft mijn kind/broer/zus en ik ben trots op je.” |