Agnes Elling: Buitengewoon grensoverschrijdend: Sportervaringen van transseksuele mannen en vrouwen

 


 
.................................................

//TRANSGENDER//
Buitengewoon grensoverschrijdend: Sportervaringen van transseksuele mannen en vrouwen

Agnes Elling
Den Bosch: Muller, 2010
ISBN: 9789054721437

Uitgave in het kader van het Onderzoeksprogramma 'Sport: Passie, Praktijk & profijt 2007-2010'

Recensie: Connie van Gils

.................................................


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het kán dus wel

Buitengewoon grensoverschrijdend is de weinig verleidelijke titel van een parel van een boek over transgendervrouwen en –mannen  in de sport. Het is het verslag van een onderzoek getiteld ‘Sport: Passie, Praktijk & Profijt’ waarin de sportdeelname van transgenders centraal staat. De vraag waar antwoord naar gezocht wordt is: in welke mate waren en zijn mensen ‘die in het verkeerde lichaam geboren zijn’ actief in de sport en wat zijn hun ervaringen?

Aan de hand van sportbiografieën van transseksuele mannen en vrouwen gaat Elling in op de sportloopbaan en onderhandelingen die zij voer(d)en voor, tijdens en na de geslachtstransitie in de strikte mannetjes-en-vrouwtjes structuur en cultuur van de (wedstrijd)sport.

Het boek begint, na het voorwoord van Judith Schuyf (voorzitter Stichting Homosport Nederland) en Carolien van de Lagemaat (voorzitter Transgender Netwerk Nederland) met een aantal voorbeelden van topsporters die te maken hebben gehad met ontmaskering als interseksueel (wat ze zelf overigens niet wisten), of met diskwalificatie/problemen/weigering tot deelname vanwege hun nieuwe geslacht.

Deze voorbeelden maken meteen duidelijk dat sport en dan vooral topsport een zaak is van de scheiding der seksen. Iets er tussen in zijn mág wel, zolang je niet wint, want dan zijn de poppen aan het dansen.

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 1 duidelijke en begrijpelijke informatie gegeven over wat transseksualiteit nu eigenlijk is en wat het verschil is met interseksualiteit. Uitgelegd wordt ook dat er een vrij groot grijs gebied is in de menselijke natuur, een glijdende schaal van mannelijkheid en vrouwelijkheid, die botst met de rigide man/vrouw scheiding in de sport.

Mooi beschreven wordt hoe vooral transgendervrouwen met hun (bloemetjes)jurken heel rolbevestigend kunnen zijn en tegelijk woest roluitdagend vanwege hun beslissing hun geslacht aan te passen aan hun genderidentiteit.

Hoofdstuk 2 behandelt de transgenderissues in de wedstrijdsport, met name de sekse-test en de vraag wanneer, hoe en of transgenders toegelaten kunnen worden op het hoogste niveau. Deze kwestie speelt vooral in de vrouwentopsport, omdat van vrouw naar man transities geen mannen op het hoogste podium voortbrengt.

De interviews met twaalf transgenders over hun sportcarrière, te beginnen bij de gymnastiek op school, het sporten in clubverband, individuele sporten, teamsporten, meisjessporten, jongenssporten en de kleedkamerstress zijn heel herkenbaar. Het is geweldig boeiend over hun ervaringen met sport te lezen en hen via de sport beter te leren kennen. Je kan eigenlijk niet anders ook dan jezelf herkennen. Je eigen sportbiografie komt automatisch naar boven. Je ruikt de geboende gymzaal en de zweetgeur in de kleedkamers, je voelt bijna weer hoe het is om je uit te moeten kleden, rondjes te rennen, op de evenwichtsbalk te lopen of handstand te doen, breek me de bek niet open.

De ervaringen van de geïnterviewden zijn heel divers. Je kan er niet een eenduidige conclusie uit trekken. De overeenkomst is misschien dat tijdens de transitiefase, dus wanneer alle medische handelingen plaatsvinden, de meeste sporters zich terugtrekken uit verenigingsverband om er later weer in terug te komen in het nieuwe geslacht, vaak bij een andere club. Een nieuwe start dus, ook daar.

Eén vraag heb ik nog wel na lezing van Buitengewoon grensoverschrijdend. In het algemeen roept geslachtsverandering, maar ook biseksualiteit of homoseksualiteit bij mensen die ermee in aanraking komen buitengewoon veel emotie op. En de meeste aardige mensen willen heel graag eens een homo, transgender of bi accepteren, tolereren of tot vriend houden, maar ze weten zich geen raad met hun emoties. Afstand nemen, negeren, uit de weg gaan zijn strategieën waarvan de geëmotioneerde medemens zich bedient. En hoe ga je nu als trangender/ho/he/bi/int om met een collega/kennis/sportmaatje met wie je heel dik was en die na je coming out ineens ‘anders’ doet. Die niet meer met je lacht, niet meer naast je komt staan, niet meer zoals van ouds de nieuwste roddels met je deelt. Niet omdat het ineens een naar, bekrompen, burgerlijk iemand is, maar vanwege de emoties die het oproept. Die vraag, daar zit ik nog mee, maar dit terzijde.

Pluim voor Elling die van een onderzoek een boek heeft weten te maken dat concreet, herkenbaar, informatief, intiem en onderbouwd is.