|
................................................. //TRANSGENDER// Max Dohle Recensie: Connie van Gils .................................................
|
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
De allerdiepste kast Homo’s, lesbo’s, biseksuelen en transgenders hebben minimaal één ding met elkaar gemeen: ze zitten aanvankelijk in de kast en moeten een keer uit die kast komen, biseksuelen zelfs uit twee. Hoewel het de vraag is of ook interseksuelen (mensen van wie het lichaam niet honderd procent mannelijk of vrouwelijk is) in dit lgbt-rijtje thuis willen horen, hebben ze één ding met ons gemeen: ze zitten in de kast, en het is een heel diepe. Het verschil met ons is dat ze er maar zelden uitkomen, de schaamte is te groot, de noodzaak wellicht te klein. Foekje Dillema, de vrouw over wie dit boek gaat, had zo’n lichaam. Ze zag er mannelijk uit, sprak met lage stem, had baardgroei en geen menstruatie. Toen ze ging sporten bleek al snel dat ze, ondanks een beroerde techniek, harder liep dan alle anderen. Vervolgens ging het snel met haar. Binnen no-time was ze niet meer weg te denken uit de topsport, brak ze een Nederlands record dat overigens later geschrapt werd, en de Olympische Spelen in Peking van 1950 lonkten naar haar. Er was slechts één probleem. Er waren mensen die twijfelden of Foekje wel echt een vrouw was. Was ze niet eigenlijk een man? Er gingen in die tijd nogal wat verhalen in het rond over Russische hardloopsters die eigenlijk mannen zouden zijn en door zich voor te doen als vrouw allerlei records naar zich toe trokken. Fanny Blankers-Koen mengde zich al snel in het geheel. De regerend kampioene had weinig zin zich te laten verslaan, haar positie aan de top op te geven, en al helemaal niet door/voor een man. "Ik loop niet tegen een vent", zei ze en ze vermeed tegen Foekje uit te moeten komen. Haar man Jan Blankers die tevens haar coach was, voelde er ook weinig voor en gaf zijn vrouw opdracht Foekje te begluren bij het omkleden. Dat gebeurde en volgens Fanny had Foekje inderdaad een penis, zij het een heel kleintje. Uit het feit dat Jan Fanny de opdracht gaf Foekje te bespioneren, blijkt dat ze beiden serieus twijfelden aan het geslacht van Foekje. Ze roken een manier om van de concurrentie af te komen met een ‘in de liefde, oorlog en topsport is alles geoorloofd’ houding. Ze kregen het voor elkaar dat Foekje onderworpen werd aan een medische keuring. De rampspoed volgde al snel. Foekje, met de Nederlandse equipe op weg naar de Olympische Spelen, werd uit de trein gehaald door vier mannen van de KNAU, op het perron werd haar bars te verstaan gegeven dat ze voor de rest van haar leven geschorst is, omdat ze geen vrouw was. Met het treinkaartje dat in haar hand werd geduwd, enkele reis naar huis, keerde ze terug naar haar dorp en sloot zich twee jaar lang op. Tot haar dood heeft ze nooit over de affaire en zichzelf kunnen en willen praten. Max Bohle, de auteur van dit boekje, is zeker van zijn zaak. Fanny en haar man zijn de schuldigen aan dit drama. Jan is bovendien fout geweest in de oorlog en de spijkerharde Fanny wordt slechts gedreven door blinde ambitie. Foekje is een honderd procent echte vrouw, ondanks haar waarschijnlijk afwijkende genetische code, een mozaïekstructuur waarbij zowel xx als xy cellen aanwezig zijn. Zijn felle en dwingende stellingname maakt dat ik behoefte krijg bij het lezen van dit boek aan een zekere nuance. Wat er met Foekje is gebeurd is, is een nachtmerrie en inderdaad een tragedie. Ik weet niet hoe er tegenwoordig met interseksuele vrouwen wordt omgegaan in de topsport. Ik weet wel dat ze haar record door dit boekje weer terug heeft gekregen plus een zeker eerherstel. Maar ik denk dat als Jan en Fanny er destijds niet waren geweest, er wel een ander was geweest die zijn twijfels aan haar geslacht omgezet had in actie. Dan was ze naar de Olympische Spelen gegaan, had drie gouden plakken om haar nek gehangen en die waren haar later dan misschien weer afgepakt. Wat me vooral bijgebleven is uit dit verhaal is het beeld van die soevereine getalenteerde hardloopster, eens op weg naar een gouden medaille, die haar kamer niet meer afwil, haar huis niet meer uitdurft. De schok moet immens geweest zijn, ze had immers geen idee. Hoevelen zitten er eigenlijk net als zij ook nu nog opgesloten in deze diepe kast? Durven of kunnen niet praten over wat er met hun lichaam aan de hand is? Verder lezen: Middlesex van Jeffrey Eugenides (normale bibliotheekcollectie, afdeling romans), een weergaloze roman over een meisje die uiteindelijk een jongen blijkt te zijn. Mijn iks-ij doet koekoek! van Olivier van Gierdeghom (ihlia-homodok: cat. (gierd/mij) fb), over een jonge man, leerkracht, die door mensen vaak aangezien wordt voor een vrouw wat hem erg in verwarring brengt over zijn gender. Geschikt voor middelbare scholen om in klasverband te spreken over dingen als genderidentiteit en genderrol |