|
................................................. //FICTIEVROUWEN// Doeschka Meijsing Recensie: Connie van Gils .................................................
|
|
Literatuur met een hoofdletter L Ik las laatst ergens dat uitgevers erover klagen dat homoliteratuur vaak meer homo is dan literatuur. Dat is bij Doeschka Meijsing’s Over de liefde niet het geval. Als je het niet wist zou je amper doorhebben dat Over de liefde lesbische literatuur is. De tekst op de achterflap laat de lezer in het ongewisse. Er wordt alleen, en waarschijnlijk heel bewust, gerept over een ‘stukgelopen liefdesrelatie’. Dat het om een verbroken relatie tussen twee vrouwen gaat, is blijkbaar niet relevant. Je komt er op een gegeven moment achter dat de hoofdpersoon een vrouw is, omdat het uitgelegd wordt, maar in de tijd ervoor had de ik, ‘Pip’, ook wel een man kunnen zijn. De hoofdpersoon lijkt geslachtsloos, zonder borsten, zonder ongesteld te worden, zonder menopauze of erna, ze kleedt zich nooit aan, laat staan dat ze zich afvraagt wat ze aan zal trekken, als ze in het ziekenhuis ligt wordt ze nooit gewassen, een wc komt er niet in voor. De ik lijkt een persoon te zijn die alleen bestaat uit een – onzijdig - hoofd. Het is dan ook in dit geval niet verbazingwekkend dat ze als ze door een vrachtwagen wordt aangereden, alleen een schedelbasisfractuur heeft. Naast haar haast verzwegen geslacht, komt ook het feit dat ze lesbisch is weinig naar voren. Ze lijkt een liefdevol maar seksloos verleden achter de rug te hebben en ook nu geen seksuele gevoelens te koesteren. Haar homoseksualiteit komt alleen ter sprake als ze zich beklaagt om alle kitcherige homohuwelijken die ze meegemaakt heeft, waarvan alle stellen inmiddels uit elkaar zijn. Of als ze haar hersens pijnigt met de vraag hoe het kan dat een lesbische vrouw, haar ex, voor een mán heeft gekozen (van biseksualiteit heeft haar hoofdpersoon nog nooit gehoord). En ook als ze zich afvraagt hoe het heeft kunnen gebeuren dat ze is geworden wat ze nooit heeft gewild: "een eenzame oudere vrouw met homoseksuele gevoelens". Het zijn een paar alinea’s, meer niet. Goed nieuws dus voor de uitgever: het boek is meer literatuur dan homo, want literatuur is het wél. Over de liefde is een schitterend boek over pijn en schaamte. De pijn van gedumpt te zijn door degene van wie je het meest houdt, de schaamte: je bent gewogen en te licht bevonden. Je bent ingeruild voor een leuk en aantrekkelijk iemand. En de hele wereld weet het. Geen wonder dat Pip zich thuis opsluit. Ze wil niet dat iemand getuige is van haar vernedering. Pip wil alleen zijn met haar eigen gedachten en denken doet ze een hoop. Ze beschrijft zichzelf als iemand die niet goed kan vallen. Als ze valt weet ze zich niet op te vangen zodat ze plat op haar gezicht landt, iets wat haar ex altijd buitengewoon ergerlijk vond. Zichzelf niet goed kunnen opvangen, is niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk het geval. Lusa heeft haar laten vallen en Pip heeft niets om zich aan vast te klampen en valt in honderdduizend stukken uiteen. Ze heeft alleen de waarom-vraag in handen: waarom heeft Lusa me verlaten? En het is niet de eerste, maar de derde keer. Het moet dus wel aan haar liggen. Pips gevoel van eigenwaarde is tot ver onder nul gezakt. Deze situatie, die van de ultieme pijn, vernedering, verbittering, wanhoop en woede weet ze uitmuntend maar soms wel erg gedetailleerd te beschrijven. Ik ken de misère van een in de steek gelatene maar al te goed, maar toch was ik niet altijd bereid met haar mee te gaan, omdat ik er buikpijn van kreeg en daarbij een gevoel van plaatsvervangende schaamte. Maar als de nood het grootst is, is de redding nabij. Steeds als ik het boek weg wilde leggen om haar verder maar in haar appartement te laten creperen, kwamen levenskunstenaar Jason of de drie grote broers aanbellen. Over de Liefde is Literatuur met een hoofdletter, maar alsjeblieft, mag het de volgende keer iets lesbischer? |