|
................................................. //FICTIEVROUWEN// Guido Conti Oorspr. titel en uitg.: Le mille bocche della nostra sete. - Milaan: Mondadori, 2010. Vertaling (uit Italiaans): Manon Smits Recensie: Connie van Gils .................................................
|
|
De duizend monden van onze dorst is de exaltatische titel van een waargebeurde liefdesgeschiedenis die zich afspeelt in 1946 in Italië. Marzia en Emma, beiden adembenemend mooi, leren elkaar kennen tijdens het tuinfeest dat ter ere van de achttiende verjaardag van Emma gehouden wordt. De vaders van de twee meisjes zijn zakenrelaties. De zaak van de vader van Marzia staat echter op de rand van een faillissement en de vader van Emma is in de positie de ander te redden van de ondergang door een contract te tekenen. Hiermee zijn de machtverhoudingen getekend. De moeder van Emma is al heel lang dood en de moeder van Marzia is een kille, ontevreden vrouw die weinig om haar geeft. Als de vader van Emma ziet dat de meiden het goed met elkaar kunnen vinden, nodigt hij Marzia uit om te blijven logeren. De moeder van Marzia vindt het maar niks, haar dochter alleen bij zo’n weduwnaar, maar de vader van Marzia heeft geen keus. Marzia en Emma krijgen al snel een hechte band met elkaar. Hun ontluikende liefde leidt tot een tedere, sensuele hartstocht die hen beiden erg gelukkig maakt, maar die strikt geheim moet blijven. Het is uiteindelijk de huishoudster die zichzelf ziet als plaatsvervangend moeder en daarnaast een verhouding heeft met de vader van Emma, die hen verraadt. Wat volgt is een gedwongen huwelijk voor Marzia met een rijke man waardoor zowel de schande als het faillissement afgewend worden, en een leven in eenzaamheid, opgedragen aan de kunsten, voor Emma. Vergeten kunnen ze elkaar echter niet... Mooi tragisch verhaal, volgens de flaptekst waargebeurd zonder verder namen of rugnummers te noemen, maar nogal onbeholpen geschreven. Het perspectief wisselt aan een stuk door, de lezer hopt van het ene hoofd in het andere en kan zich daardoor aan niemand verbinden, alles wordt uitgelegd, men krijgt ongevraagd commentaar, het boek leest eigenlijk als een synopsis die af en toe ontaardt in lyrische aanstellerij, overdrijving of gewoon gestumper. Je kan het volgens mij echt niet iets als de Italiaanse ziel noemen die hier spreekt: “Opgesloten in haar kamer had ze het liefst willen huilen om die hardvochtige woorden van haar ouders, die ze stiekem had afgeluisterd, maar ze voelde niks, ze haatte niemand. Ze was onverschillig. Het waren alleen woorden geweest en gesprekken die als koel water van haar af gleden. Ze had verdriet willen voelen, zich ellendig willen voelen, maar ze merkte dat ze zo hard was als steen. Die onverschilligheid zat haar dwars, het was net of het haar allemaal niet meer aanging, ze had alleen maar medelijden met haar ouders.” “De wereld was van haar, hij was echt alleen van haar, geschapen om eer te betonen aan haar kwetsbare ziel, die lichtjes trilde als een blaadje in de ochtendbries.” We zijn op pagina 150 als we voor het eerst lezen dat Emma houdt van fotografie. “‘Niet bewegen!’ En ze drukte af. ‘Je zag er prachtig uit!’ zei Emma met een blik op haar camera. Ze draaide het rolletje door. Van haar vader had ze haar eerste fototoestel gekregen. Een van de eerste draagbare camera’s die er op de markt waren. Ze had er een keer zo een om de hals van een zwarte soldaat zien hangen, en toen had ze voor hem geposeerd met haar witte rok en haar ballerina’s. Op die dag was Emma’s passie voor fotografie ontstaan.” Al met al kan ik niet begrijpen dat een uitgeverij als de Bezige Bij dit boek uitgegeven heeft. Het is af en toe gewoon een straf om te lezen. Wat heeft de acquirerend redacteur buitenlandse fictie gedacht? Laten we ééns in de twee jaar een lesbische roman uitgeven, het geeft niet wat, gewoon een doelgroepenboekje? Maar dat is niet voldoende! Wij dorsten naar iets beters. |