Door Henny Brandhorst
| Vernietiging homogemeenschap Na de machtsovername van de nazi's in maart 1933 maakten zij snel werk van de ontmanteling van de homoseksuele subcultuur van Berlijn. Bars en cafés werden gedwongen hun deuren te sluiten en homo-organisaties werden ontbonden. In de eerste dagen van mei 1933 roofden de nazi's het beroemde Institut für Sexualwissenschaft leeg en vernietigden het. De bibliotheek, de archieven en een buste van oprichter en directeur Magnus Hirschfeld, een van de belangrijkste voorvechters van de emancipatie van homosekselen, werden publiekelijk verbrand. Hirschfeld zelf verbleef toen als balling in Zürich. Hij had Duitsland in 1930 verlaten en was vanwege de toenemende dreigementen van de nazi's niet naar zijn vaderland teruggekeerd. |
![]() Magnus Hirschfeld |
| Himmler De vernietiging van de infrastructuuur van de Berlijnse homogemeenschap, werd in 1934 gevolgd door de vervolging van individuele homoseksuelen. Paragraaf 175 van het Duitse wetboek van Strafrecht dat homoseksuele handelingen tussen mannen verbood, werd in 1935 aangescherpt en ingezet om harder op te treden tegen homoseksuele mannen. In 1936 richtte SS- en politiechef Heinrich Himmler zelfs een speciale organisatie op, de Reichszentrale zur Bekämpfung der Homosexualität und Abtreibung. Roze driehoek Het aantal veroordelingen steeg naar nieuwe hoogten. In 1934 waren in heel Duitsland bijna 1000 homoseksuele mannen veroordeeld op grond van de oude §175. In 1938 was dat aantal verachtvoudigd. In de jaren 1933 en 1945 werden tussen de 50.000 en 63.000 personen op verdenking van homoseksuele handelingen veroordeeld en kwamen er tussen de 5.000 en 15.000 om die reden in concentratiekampen terecht. Zoals joden een gele ster droegen, zo kregen homo's een roze driehoek op hun gevangenispak. In de gevangenishiërachie stonden zijn op de laagste trede. Zestig procent van hen overleefde het niet. Alleen al in Sachsenhausen, het beruchte concentratiekamp even ten noorden van de Duitse hoofdstad, werden vanaf eind 1939 tot midden 1943 ruim 600 homo's vermoord. |
![]() |
Boek In 2000 wijdden het Schwules Museum in Berlijn en het museum bij het voormalige concentratiekamp Sachsenhausen een tentoonstelling aan de vervolging van homoseksuelen door de nazi's en in het bijzonder aan het lot van homoseksuele gevangenen in dit concentratiekamp. Bij de tentoonstelling behoort ook een boek: Homosexuelle Männer im KZ Sachsenhausen. Dit indrukwekkende boek is het resultaat van meer dan tien jaar archiefonderzoek. Alhoewel de kamparchieven grotendeels vernietigd werden door de SS en de restanten afgevoerd naar Moskou, hebben de schrijvers een schat aan informatie boven tafel weten te krijgen over hoe het deze groep gevangenen verging. Klinckerwerk Volgens hun schatting hebben tussen 1936 en 1945 1000 tot 1200 homoseksuelen in Sachsenhausen gevangen gezeten. Terwijl het tot najaar 1939 nog voorkwam dat |
| homoseksuelen uit dit kamp werden vrijgelaten, was er vanaf eind 1939 tot halverwege 1943 sprake van een meedogenloos regime. Al bij aankomst werden homoseksuelen vrijwel meteen gescheiden van andere gevangenen en ingedeeld in strafkompagnieën en speciale arbeidscommando's die te werk werden gezet in het zogenaamde Klinckerwerk (de steengroeve). Lotgevallen In deze groepen was het sterftecijfer bijzonder hoog. Alleen al in de zomer van 1942 vonden in tijd van zes weken minstens 89 homoseksuele gevangenen op gruwelijke wijze de dood tijdens een gerichte moordaktie van de SS. Dankzij hun speurwerk hebben de auteurs inmiddels van 300 van de 600 door de SS vermoorde homo's de namen weten te achterhalen. Daarnaast hebben zij van enkele tientallen mannen meer dan alleen de naam, geboorte- en sterfdatum weten terug te vinden, zodat ook de levensgeschiedenis en lotgevallen van een aantal individuele homoseksuele kampgevangen beschreven kon worden, van onopvallende mannen met alledaagse beroepen tot relatief bekende persoonlijkheden als beeldend kunstenaar Richard Grune en acteur en musicus Robert T. Odeman. |
Grune en Odeman Ondanks de terreur van de SS wisten homoseksuele kampgevangenen een netwerk van onderlinge steun en solidariteit te onderhouden; er was zelfs sprake van een illegaal cultureel leven in het kamp. Richard Grune schreef tijdens zijn gevangenschap twee boeken met liederen over het kampleven. Robert T. Odeman werd in Berlijn twee keer veroordeeld (in 1937 en 1942) op grond van homoseksualiteit. Eind 1944 werd hij naar Sachsenhausen gestuurd. In april 1945 wisten hij en twee andere homoseksuele mannen te ontsnappen tijdens een van de beruchte dodenmarsen. Evenals andere homoseksuele kampoverlevenden, kreeg hij nooit enige vorm van schadeloosstelling. Na 1945 bleef de door de nazi's aangescherpte §175 van kracht. De meeste aanvragen om te worden erkend als oorlogsslachtoffer werden niet gehonoreerd, en aanspraken op een uitkering van overheidswege al evenmin. Homoseksuele slachtoffers van het nazi-regime wachten nog steeds op maatschappelijke erkenning en rechtsherstel. Ooggetuigeverslag Een van de bekendste gevangenen uit Sachsenhausen is ongewijfeld de Oostenrijker Josef Kohout, die in 1972, onder het pseudoniem Heinz Heger, zijn ooggetuigeverslag Die Männer mit dem rosa Winkel publiceerde (hij zat de eerste maanden van 1940 gevangen in Sachsenhausen; in mei van dat jaar werd hij overgebracht naar Flossenbürg). Tot dan toe was er bijzonder weinig gepubliceerd over dit onderwerp. De homovervolging door de nazi's werd decennia lang praktisch doodgezwegen. |
|
| Gedenktekens Pas na het verschijnen van Hegers herinneringen kwam er meer aandacht voor het lot van homoseksuele kampslachtoffers. De hoeveelheid studies over diverse aspecten van de homovervolging is sindsdien enorm gegroeid. Daarnaast ontstonden talrijke initiatieven tot het in herinnering houden van de geschiedenis van de homovervolging, zoals gedenktekens (o.a. in de voormalige kampen Mauthausen en Neuengamme) en exposities zoals die in Sachsenhausen. |
![]() |
Nazi-dictatuur Tegelijkertijd met de tentoonstelling in Sachsenhausen, werd in het Schwules Museum, het Berlijnse homomuseum, een expositie gehouden over de vervolging en overlevingsstrijd van homoseksuelen in de Duitse hoofdstad tijdens de nazi-dictatuur. Ook bij deze tentoonstelling hoort een boek: Wegen der zu erwartenden hohen Strafe... : Homosexuellenverfolgung in Berlin 1933-1945. Hierin wordt de vervolging van homoseksuelen in Berlijn uitvoerig beschreven op basis van meer dan 2000 strafdossiers in het archief van het Landgericht Berlijn en ca. 17.000 gerechtelijke onderzoeksverslagen in het archief van het Ministerie van Justitie. Daaruit blijkt onder meer dat één op de honderd strafrechtelijk vervolgde meerderjarige inwoners van Berlijn verdacht werd van homoseksuele handelingen. |
| Opsporing In vergelijking met "Sonderaktionen" die her en der in het land plaatsvonden, was er in Berlijn sprake van een bijzonder intensieve en langdurige vervolging. Van 1935 tot 1940 was hier uitsluitend de Gestapo met de opsporing belast, waarna de Kripo, de gewone politie, het werk waarmee de Gestapo begonnen was, tijdens de oorlogsjaren voortzette. Zelfs in het begin van maart 1945 was hier nog een speciale eenheid rechercheurs van het "Homosexuellendezernat" op pad om homoseksuelen op te sporen. Uitbundig homoleven In het tweede deel van het boek worden zeventien strafzaken tegen mannen die werden beschuldigd van homoseksuele handelingen minitieus gereconstrueerd. Deze dossiers laten zich echter ook lezen als verhalen waaruit een beeld oprijst van het leven van alledag van homoseksuele mannen in de jaren dertig en veertig, die er ondanks de vervolgingen en repressie toch in slaagden contacten te leggen in parken, pisbakken en andere openbare ontmoetingsplaatsen. Uit sommige bronnen kan zelfs worden opgemaakt dat er tijdens de oorlogsjaren sprake was een uitbundig homoleven in de Duitse hoofdstad. Vele homo's hebben ongetwijfeld het geluk gehad niet in de netten van de Gestapo en de Kripo verstrikt te zijn geraakt, maar dat is nog geen reden om te beweren, zoals Hugo van Win deed in zijn memoires Een jood in nazi-Berlijn (1997), dat er helemaal geen sprake was van vervolging. Hij heeft er alleen niets van gemerkt. |
Onzichtbaarheid Twee jaar voor de exposities in Sachsenhausen en Berlijn vond in Keulen een tentoonstelling plaats onder de titel "Das sind Volksfeinde": Kölner 'Sonderaktion' gegen Homosexuelle im Sommer 1938. Ter gelegenheid hiervan verscheen de bundel "Das sind Volksfeinde": die Verfolgung von Homosexuellen an Rhein und Ruhr 1933-1945, met artikelen over onder meer de gedwongen sluiting van de homoseksuele uitgaansgelegenheden, de vervolging van homo's in steden als Düsseldorf, Essen en Keulen, de castratiepraktijken (voor van homoseksuele handelingen verdachte mannen was 'vrijwillige' castratie soms de enige manier om te voorkomen naar een concentratiekamp te worden gestuurd, maar dat werkte overigens lang niet altijd) en de onzichtbaarheid van lesbiennes als slachtoffers van het nazi-regime. |
![]() |
Lesbische vrouwen Alhoewel mannelijke homoseksualiteit in Duitsland, zowel voor als na de machtsovername door de nazi's, strafbaar was, gold dat niet voor vrouwelijke homoseksualiteit. Lesbische vrouwen bleven verschoond van vervolging op grond van § 175, ook na de verscherping ervan in 1935. Dat betekende overigens niet dat Duitse lesbiennes helemaal buiten schot bleven. In 1937 vaardigde Himmler een decreet uit met betrekking tot de 'preventieve misdaadbestrijding'. Op grond van dit decreet konden personen die als raciaal en sociaal minderwaardig werden beschouwd, worden opgepakt en in een kamp gestopt, ook al hadden zij geen strafdelict gepleegd. Hieronder vielen niet alleen dak- en werklozen, zigeuners en prostituees, maar ook homoseksuelen. Hoe vaak deze maatregel werd ingezet tegen lesbische vrouwen is niet te achterhalen, omdat elk bewijs daarvoor ontbreekt. Als lesbische vrouwen op grond van deze maatregel in een concentratiekamp terecht kwamen, bleven zij als zodanig 'onzichtbaar', mede doordat geen enkele vrouw daar een roze driehoek droeg. |
![]() Hanns Heinz Ewers |
Hanns Heinz Ewers In "Das sind Volksfeinde" is ook een opmerkelijk bijdrage te vinden over de dubbelzinnige positie die schrijver Hanns Heinz Ewers (1871-1943) innam tussen homobeweging en nationaal-socialisme. Ewers leverde regelmatig bijdragen aan Der Eigene, het eerste homotijdschrift ter wereld en schreef verhalen en romans met een homoseksuele thematiek. Hij was een van de eersten die in een roman een geslachtsverandering beschreef (Der Fundvogel; die Geschichte einer Wandlung, 1928). In 1931 schreef Ewers, die zich inmiddels tot het nationaal-socialisme had bekend, zijn 'fascistische roman' Reiter in deutscher Nacht, waarin hij de ontwikkeling van het fascistische gedachtegoed van de vrijkorpsen schetste. Dankzij deze roman wist hij door te dringen tot de hogere echelons van de nazi-hiërarchie, al waren er sommige nazi's die verre van gelukkig waren met het in positieve bewoordingen geschilderd portret van een homoseksuele vrijkorpsofficier in dit boek. |
| Eldorado Later dat jaar volgende een ontmoeting met Adolf Hitler, op wiens verzoek Ewers een roman over nazi-idool Horst Wessel schreef, maar tot ergernis van zijn politieke geestverwanten beschreef hij in dit boek een scène waarin Wessel een bezoek brengt aan de Berlijnse homobar Eldorado. Na Hitlers machtsovername werden de meeste van Ewers' boeken verboden, maar vreemd genoeg niet de twee waar de nazi's de meeste aanstoot aan hadden genomen. De schrijver zelf werd met rust gelaten en kon tijdens de oorlog zelfs verhalen met een homoseksuele thematiek laten verschijnen (in 1992 verscheen bij uitgeverij Grupello een biografie over Ewers, geschreven door Wilfried Kugel). |
Completer beeld De geschiedenis van de vervolging van homoseksuelen in nazi-Duitsland wordt steeds verder en gedetailleerder in kaart gebracht. In 1999 publiceerde Rainer Hoffschildt zijn regionaal-historische studie Die Verfolgung der Homosexuellen in der NS-Zeit: Zahlen und Schicksale aus Norddeutschland, waarin hij de individuele lotgevallen van homoseksuele vervolgingsslachtoffers beschrijft op basis van tot voor kort onbekend of ontoegankelijk archiefmateriaal en interviews met getuigen. In datzelfde jaar verscheen Verfolgung von Homosexuellen im Nationalsozialismus, een bundel uitgegeven onder auspiciën van de KZ Gedenkstätte Neuengamme en een jaar later publiceerde Till Bastian het overzichtswerk Homosexuelle im Dritten Reich: Geschichte einer Verfolgung. Een bundel met bijdragen aan een in september 1997 gehouden wetenschappelijke conferentie onder de titel Homosexuelle in Konzentrationslagern: Vorträge maakt het beeld steeds completer. |
![]() |