Oral history: Martien Sleutjes

 

Wat vooraf ging - van homoscriptie naar homologie


Oral History
 
In het kader van 25 jaar Homodok hebben een paar mensen geprobeerd een begin te maken met een geschiedenis opgebouwd uit eigen herinneringen. Veel werk op het Homodok is niet gedocumenteerd. Vrijwilligers kwamen er om mee te werken aan een ideaal. Bij een documentatiecentrum is het eigenlijke werk best wel saai en dus dreigt een deel van de geschiedenis verloren te gaan.
 
Op deze plek nu het verhaal van Martien Sleutjes uit de beginperiode.

Tekst en foto's: Martien Sleutjes
 
Wat vooraf ging
Ik studeerde geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en was juist bezig me te richten op mijn hoofdvakscriptie. Walter Brohet maakte me attent op een oproep aan alle homoseksuele en lesbische studenten aan de Universiteit van Amsterdam. Geleerden mochten wel iets zeggen over homoseksualiteit, waarom mochten homoseksuele wetenschappers zichzelf niet onderzoeken?
 
Februari 1978. De vrouwen waren voorgegaan met ‘vrouwenstudies’. Terwijl overal homoseksuele subgroepjes als popcorn oppopten, bleven de studenten achter. Bij wijze van spreken was er wel een subgroep voor homoseksuele tramconducteurs, maar ze werden bestudeerd door heteroseksuele antropologen.
De tijd was zwanger van verandering. Artikel 248bis, het wetsartikel wat homoseksualiteit veroordeelde, was in 1971 afgeschaft. De jaren daarna gebruikten homo’s duidelijk om de tolerantie van Nederland en de wereld af te tasten. Het COC, jarenlang een intern gerichte organisatie, begin langzaam naar buiten te treden en intern te radicaliseren. Amerika en de daar sterk groeiende homoscene kwam dichterbij te liggen. Zelfs zo dichtbij dat een anti-homocampagne in Florida geleid door Anita Bryant ook hier tot veel bezorgdheid leidde.
 
Miami Nightmare
Omdat het ver weg was kon Nederland zich van zijn tolerante kant laten zien: het Concertgebouw, de cultuurtempel van Nederland werd gebruikt voor een grote anti-Anita happening. De Miami Nightmare was een doorslaand succes, meer nog dan je op het eerste oog vermoedde.
Die avond maakt Nederland ook publiekelijk kennis met de Rooie Flikkers. Links, Nijmeegs en dus radicaal, probeerde deze groep de Nederlandse schijntolerantie bloot te leggen. Hun verschijning – in drag - op de tramhalte voor het Concertgebouw schokte menige bezoeker van de Nightmare. Later werden ze instemmend ontvangen op het alternatieve feest ‘De Miami Nichtenherrie’ in de studentensoos De Weesper. De niet-gevestigde orde wachtte hier om terug te slaan.
 
Venster open
In de homo subcultuur waren grote veranderingen gaande. De leer- en smscene groeide als kool vooral door de instroom van Engelse homo-vluchtelingen. Amsterdam kreeg echt naam als tolerante stad.
Nog steeds speelde de subcultuur zich af in geblindeerde kroegen en nachtclubs met angstaanjagende portiers. In de meeste Europese steden bleef dit het gebruik tot zelfs ver in de jaren negentig. In dit dorre landschap verschenen in Amsterdam twee etablissementen die de homo letterlijk in de etalage zette: Coffeeshop Downtown en Café April. Ze maakten een van de meeste lugubere straten van de binnenstad tot het centrum van de zelfbenoemde gay capital of Europe.
 


Ron Mooser met het tweede
nummer van Homologie op
de demonstratie tegen Gijsen
in Roermond

En dan was er nog Gay Pride, nee sorry, toen heette het nog Roze Zaterdag en was het iets Nederlands. Pas later is de Nederlandse homobeweging haar eigen geschiedenis vergeten en een schaamteloze kopie geworden van Amerikaanse marsen. Inmiddels is de gay capital van Europe opnieuw Berlijn, wacht alleen de Nederlandse dansmuziek op wisseling van de wacht door Berlijnse dj’s en zwemt de Nederlandse homo en lesbo rond in een poel van begrip.
 
In februari 1978 lag dit alles nog ver weg. Een grote collegezaal in de rechtenfaculteit aan de Oude Manhuispoort was overvol. Allerlei ideeën over activiteiten werden ontplooid: per faculteit, per subfaculteit, maar ook dwarsverbanden met andere universiteiten.
Natuurlijk werd besloten in het voorjaar een feest te organiseren. Daar zou dan ook het eerste nummer van ons eigen tijdschrift het levenslicht zien: het eerste nummer van Homologie heette dan ook Tijdschrift voor Homologie.
 
De Scriptieplannen
Intussen was mijn geest op hol geslagen. Mijn hoofdvakscriptie Nieuwste Geschiedenis zou ik definitief wijdde aan de homozaak. Omdat ik op de VU zat werd dat ‘Het veranderende confessionele denken over homoseksualiteit 1900 – 1960’. Leuk plan, vurig gesteund door de toenmalige prof Horst Lademacher die echter meer een ‘great inspirator’ dan een goede begeleider bleek te zijn.
Toen hij wegging werd de boedel verdeeld. Ik kwam terecht bij iemand die met zijn onbegrip voor historische onderstromen aantoonde dat homostudies een bittere noodzaak waren.
De scriptie werd een verschrikking, een hoop gebazel, teveel verdedigend. Tot overmaat van ramp werd door nog getypt door iemand die ze gemakkelijker het spijkerschrift hadden kunnen leren. Het enige interessante stukje uit deze brij werd dankzij de vaardige eindredactionele hand van Sacha Wijmer jaren later een gedegen stuk in Homologie onder de kop ‘Het Studiecentrum voor Speciele Sexuologie’.
 
Via Vianen naar Homologie
Maar toen in 1978 kon ik alle hulp van de wereld gebruiken. De oprichting van homostudies was een steun in de rug. Naar aanleiding van de bijeenkomst zicht ik contact met Rob Tielman, een socioloog uit Utrecht. Hij was bezig met eigenlijk een historisch-sociologisch proefschrift over de geschiedenis van de Nederlandse homobeweging als sociale beweging. Hij werd mijn externe begeleider van mijn scriptie, ik een van zijn historische meelezers van zijn proefschrift.
Hij zette me vanuit zijn huis in Vianen op diverse sporen. In de kelder lag veel materiaal. Bert Boelaars, een Utrechtse collega van het Humanistisch Verbond was door Rob aan het werk gezet om het archief van het COC te ordenen. Uit dat archief had ik het oudste materiaal nodig, door Jaap van Leeuwen met liefde in herinnering gehouden erfenis van Jhr. Schorer.
Omdat ik al lay-out ervaring had met het VU-studentenblad Pharetra werd in Vianen het idee geboren dat ik me moest melden bij het clubje dat onder andere met Bert het Tijdschrift voor Homologie moest gaan onderhouden.

Roze Zaterdag in Amsterdam