In 1978 werd Homodok opgericht. Eerst idealistisch en enigszins amateuristisch, maar al heel snel professioneel. Een terugblik door Jack van der Wel, vrijwilliger van het eerste uur en tegenwoordig hoofd Collectie en Informatiedienstverlening:

“Begin maart 1978 verhuisde ik als student naar Amsterdam. Ik zat midden in mijn coming-out en wilde graag medehomostudenten ontmoeten. In het universiteitsweekblad Folia las ik dat op 12 maart 1978 de tweede bijeenkomst ‘homostudies’ werd georganiseerd door Jim Holmes en Annemarie Grewel. Een schot in de roos: workshops en discussies over het opzetten van werkgroepen en structuren om homo/lesbisch onderzoek te verbeteren, te promoten en op de academische kaart te zetten.

Eén van deze werkgroepen was een documentatiegroep, omdat literatuur over homoseksualiteit in de ‘normale’ bibliotheken en documentatiecentra moeilijk te vinden was. Net als de arbeidersbeweging (IISG) en vrouwenbeweging (IIAV) wilden we die literatuur zelf toegankelijk maken.

Via Annemarie Grewel kregen we een kamertje in het Baschwitz Instituut voor massapsychologie van de Universiteit van Amsterdam (UvA) aan de Weteringschans. In het Baschwitz Instituut werd in de jaren zeventig uitgebreid onderzoek gedaan naar meningen over homoseksualiteit in Nederland. Annemarie Grewel kende de secretaris, Peter Roth, en van hem hebben we altijd veel steun gehad. Helaas is hij in 2003 overleden, zodat we bij het vieren van het 25-jarig bestaan van IHLIA zijn gierende lach en zangerige Zwitserse accent moesten missen.

Homosaurus

Officieel was de naam Dokumentatiecentrum Homostudies, maar deze werd al snel afgekort tot Homodok. We schreven of typten literatuurgegevens op bibliotheekkaartjes en stopten die in een oude schoenendoos. Later werd de schoenendoos vervangen door kaartenbakken en vanaf 1982 werden de gegevens ingetypt op het computercentrum van de UvA. Daar rolden dan enorme vellen met uitdraaien uit. De eerste pc, een echte Tulip, werd al in 1987 aangeschaft, tegelijk met het databaseprogramma Cardbox dat IHLIA nog steeds gebruikt.

Dit heeft sterk bijgedragen tot de professionele naam die Homodok altijd heeft gehad. We leverden kwaliteit, mede doordat zich in het begin vrijwilligers aanmeldden met een bibliotheekachtergrond die er strikt op toezagen dat alle punten, komma’s en streepjes op de juiste plaats werden gezet.

Ook de ontwikkeling van een eigen thesaurus – de Homosaurus – is in dit opzicht een belangrijke mijlpaal. Deze werd samen met het Anna Blaman Huis ontwikkeld. In ellenlange sessies werd ieder woord gewikt en gewogen en op de juiste plek gezet, waarbij de ‘deel/geheel-relatie’ heilig was.

Historische bibliotheek van Van Leeuwen en COC-archief

Behalve het documenteren werd het collectioneren ook steeds belangrijker. Mensen wilden niet alleen weten wat er op homogebied uitkwam, ze wilden ook graag de publicaties inzien. Eerst verzamelden we alleen wetenschappelijke publicaties, maar al snel breidden we dit uit naar allerlei soorten publicaties. Het materiaal stroomde binnen.

Zo vroeg John Stamford, de uitgever van de Spartacus Guide, of wij belangstelling hadden voor zijn tijdschriften- en knipselarchief. Hij ging verhuizen en we moesten meteen komen. Met een aantal vrienden togen we in een ijskoud weekeinde in januari naar de onverwarmde grote villa van Stamford in Baarn. Er was een huiszoeking door justitie geweest vanwege vermeende belastingfraude en in die chaos moesten we de tijdschriften zien te vinden. Er waren drie autoritten nodig om alles naar Amsterdam te brengen en het was al geen kleine auto.

Ook verwierf Homodok het archief van de International Lesbian and Gay Association (ILGA) met veel tijdschriften. Dit ging niet zonder slag of stoot, want de Zweedse homo-organisatie RFSL – waar het archief was opgeslagen en die een belangrijke financiële contribuant van de ILGA was – weigerde het archief af te staan en dreigde de ILGA te verlaten. Met veel geduld, overredingskracht, steun van het COC en andere Nederlandse homo/lesbische organisaties en bezoeken aan Stockholm lukte het dit archief toch naar Nederland te halen.

De grootste bijdrage aan de collectie vormden echter de Van Leeuwenbibliotheek en de COC-bibliotheek. De Van Leeuwenbibliotheek (historische bibliotheek van het COC) was ondergebracht in het pand van het IIAV en moest daar van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid weg. De COC-vrijwilligers wilden deze bibliotheek overbrengen naar de Universiteitsbibliotheek van de UvA, maar uiteindelijk werd toch voor Homodok gekozen. Toen het landelijk COC ging verhuizen naar de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam, werd ook de actuele COC-bibliotheek naar het Homodok overgebracht.

IHLIA in de OBA

De sterk groeiende collectie legde echter ook het zwakke punt van Homodok door de jaren heen bloot: de huisvesting. Een grote collectie is leuk, maar je moet hem wel goed kunnen onderbrengen. De UvA dreigde steeds weer haar steun in te trekken en uiteindelijk moest Homodok in 1999 verhuizen naar de niet centraal gelegen ruimte in Bos en Lommer. Daar was wel genoeg ruimte om de lang gekoesterde fusieplannen met het Lesbisch Archief Amsterdam (LAA) te realiseren. Uiteindelijk is dit in 2000 gebeurd en is Homodok samen met het LLA en het Anna Blaman Huis in Leeuwarden gefuseerd tot het IHLIA.

Voor het probleem van de huisvesting kwam een paar jaar later een oplossing: de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) wilde IHLIA graag opnemen in de nieuwbouw op het Oosterdokseiland in de buurt van het Centraal Station. Als centrum van kennis en cultuur kreeg de OBA in één klap de bij IHLIA aanwezige homo/lesbische kennis en cultuur in huis, die zo goed bij een stad als Amsterdam past. Sinds mei 2007 zitten we nu op deze unieke locatie.”