Het Lesbisch Archief Amsterdam (LAA) wilde niet alleen de geschiedenis van lesbische en biseksuele vrouwen verzamelen en ontsluiten, maar ook de lesbische cultuur bevorderen en beter zichtbaar maken. Met maandelijkse borrels rond een thema, tentoonstellingen en stadswandelingen bliezen de medewerksters leven in het verzamelde erfgoed. Eef Keijzer en Jeannette Nijboer, jarenlang werkzaam als vrijwilliger halen herinneringen op:

Eef:

“Had Coco Chanel niet ook ‘iets’ met vrouwen? In 1986, was ik daar van overtuigd. Gewapend met mijn (nog steeds) onafscheidelijke Chanel nr. 19 meldde ik mij direct na mijn afstuderen bij het Lesbisch Archief Amsterdam. Chanel en ik werden aangenomen en hartelijk welkom geheten in het souterrain van het statige grachtenpand.

Mijn motivaties waren diffuus, maar één ding stond vast: ik zou iets betekenen voor het lesbisch erfgoed, waarvan ik zelf immers ook deel uitmaakte. Wel was het woord archief in mijn ogen nogal misplaatst, al hoorde het werven van archieven bij de kernactiviteiten.

Vier jaar daarvoor was het LAA feestelijk opgericht en ik vond de collectie in die donkere, ietwat geheimzinnige ruimte toen al indrukwekkend. Ook indrukwekkend was dat je moest bellen voor het adres. De maandelijkse borrels waren desalniettemin een groot succes.

En soms deden wij bescheiden wolken stof opwaaien. Zoals die keer toen we een ‘borrel’ met tentoonstelling over vrouwenvoetbal organiseerden. De telefoon stond roodgloeiend. Het Parool vroeg het adres, maar kon helaas alleen een mannelijke verslaggever sturen – sport, nietwaar? – en die kwam er bij ons natuurlijk niet in! Een rel in een rel! Verontruste Buitenveldertse moeders vernamen het nieuws en dreigden hun dochters van de plaatselijke voetbalclub te halen. Meiden boos, want die wilden gewoon lekker voetballen. Dat sterkte ons uiteraard in het idee dat we heel goed werk deden en dat voor deze ‘moedige meisjes’ vooral moesten blijven doen. Toen zelfs de KNVB (vrouwenafdeling) zich ermee ging bemoeien wisten we zeker dat we een punt hadden gezet.

Ik ben ruim tien jaar bij ‘het’ archief gebleven. Het is een open deur, maar ik heb er veel geleerd. Ook veel plezier gehad en hard gewerkt. Het is mij meer dan duidelijk dat het Lesbisch Archief Amsterdam, tegenwoordig IHLIA, onmisbaar is: voor onze samenleving, ons historisch besef, onze herinnering.

Aan ‘het’ archief heb ik bovendien een zeer dierbare vriendin over gehouden. Die kwam in 1992, toen het LAA tien jaar bestond. Ze rook (en ruikt) ook erg lekker en heeft een substantiële bijdrage geleverd aan de professionalisering van het ‘collectief’.”

Jeannette:

“Ja, ik ruik vooral naar Manifesto van Rosselini (smaken zijn divers, gelukkig). Toen ik in 1992 bij het LAA kwam vond ik dat politiek idealisme en activisme ook zakelijk kon worden opgepakt. Door de dienstverlening en promotie te verbeteren konden meer mensen kennis nemen van onze unieke collectie. Zo maakten we een lesbisch videojaaroverzicht, een reizende postertentoonstelling, automatiseerden wij onze collectie met betaalde medewerkers, waren wij vaak op MVS-radio en -tv te gast en organiseerden wij aantrekkelijke bijeenkomsten: de lingerieparty die druk werd bezocht, de thema-avonden over Oost-Europa en Chili of de speelse avonden over lesbische normen en waarden in het COC.

Onze nieuwsbrief Uit de kast verfijnden we met informatieve artikelen en lieten wij verkopen via de boekhandels Xantippe en Vrolijk. Verder hernieuwden wij onze samenwerking met de lesbische archieven in Nijmegen en Leeuwarden en met het Homodok en het IIAV. Daarnaast gingen we op werkbezoek bij de andere archieven in Amsterdam. Alles onder het mom van echt professioneel uit de kast komen.

Eef bracht me met haar eerste ‘lesbische wandeling’ door Amsterdam op het idee om informatie en beeldmateriaal uit het LAA te gebruiken voor een publicatie van wandelingen, boot- en fietstochten langs de geschiedenis van lesbisch Amsterdam. Het werd het boekje Op de lesbische tour in Amsterdam. Met de wandelingen die wij met dat boek in de hand organiseerden, bereikten we een nieuw publiek.

Mijn directe betrokkenheid bij het LAA eindigde na vijf jaar, tegelijk met een spetterend jubileumfeest LAA 15 jaar op 15 november 1997 in het COC. Honderden vrouwen vierden feest met optredens van Frédérique Spigt en Groove the Princess. Het LAA deed het stof echt opwaaien. We hebben met veel champagne op die vijftien jaar geklonken.

Daarna werd het onvermijdelijk: het LAA redde het alleen niet meer en is gefuseerd met Homodok en het Anna Blaman Huis in Leeuwarden. Daarmee is het LAA een onderdeel van het professionele IHLIA geworden. Het is alleen jammer dat er geen ‘saphige’ bijeenkomsten meer zijn.”