Overdracht bureau Schorer op 31 mei 2017 te Leiden, v.l.n.r. Jack van de Wel (IHLIA), 
Harold Tieman, Bald Tieman.

Het bureau van Jonkheer mr. Jacob Anton Schorer (Heinkenszand 1866 – Harderwijk 1957) is in 1957 geërfd door de familie Tieman uit Harderwijk en is altijd in de familie gebleven. Op 31 mei is het bureau door de huidige erfgenaam Harold Tieman aan IHLIA geschonken.

Van de familie Tieman is nog één persoon in leven die de heer Schorer persoonlijk heeft gekend, Bald. Bald speelde in de jaren vijftig als jonge tiener samen met zijn drie jaar oudere broer Aernout vrijwel dagelijks een partijtje domino met Schorer. Schorer woonde in die tijd in dezelfde straat als de familie Tieman. Hij liep toen al tegen de negentig.

Het gezin Tieman had zes jongens, waarvan er drie veel contact hebben gehad met Schorer: Ralph, Aernout en Bald. Ralph en Aernout zijn beiden niet meer in leven.

De vader van de zes jongens (1900-1981) regelde als bankier de bankzaken van Schorer. Hij was ook zijn executeur testamentair. De twee mannen hadden een goede band met elkaar.

Tekst loopt door onder tekstvak

Wie was Schorer?

Jonkheer mr. Jacob Anton Schorer was de oprichter van de eerste Nederlandse organisatie voor homo-emancipatie. Al in 1912 richtte hij de ‘Nederlandsche afdeeling van het WhK’ op. Dit was een zusterorganisatie van het Duitse WhK, het Wissenschaftlich-humanitäre Komitee van zijn grote voorbeeld seksuoloog Magnus Hirschfeld. Vanaf 1919 ging de Nederlandsche afdeeling van het WhK zelfstandig verder onder de naam NWHK, ofwel het Nederlands Wetenschappelijk Humanitair Komitee.

 

De organisatie verzette zich met name tegen artikel 248-bis van het Wetboek van Strafrecht dat ingesteld werd in 1911. Dit artikel verbood seksuele contacten met personen van het eigen geslacht onder de 21 jaar. Een wetsartikel dat Schorer hoogst persoonlijk raakte, want hij voelde zich juist zeer aangetrokken tot tienerjongens.

 

Ondanks de strijd die het NWHK voerde, zou het nog tot 1971 duren voordat de leeftijdsgrens voor seks met iemand van het eigen geslacht gelijk werd getrokken met de leeftijdsgrens voor heteroseksuelen. Deze lag en ligt op 16 jaar.

 

Bibliotheek

Een van de vele andere dingen die Schorer deed, was het samenstellen van een omvangrijke bibliotheek. Deze stelde hij ter beschikking voor onderzoek naar homoseksualiteit.

 

Toen in 1940 de Duitsers Nederland binnenvielen, hief Schorer per direct het NWHK op en vernietigde met een paar kameraden de ledenadministratie en het archief van het NWHK. Een onherstelbaar verlies, maar geen overbodige maatregel. Nog geen week na het uitbreken van de oorlog in 1940 deden de Duitsers een inval in zijn appartement in Den Haag aan de Laan van Meerdervoort. Hierbij werd zijn gehele bibliotheek in beslag werd genomen.

 

De bibliotheekcatalogus was echter behouden gebleven. IHLIA heeft aan de hand van deze catalogus, en met financiële hulp van het ministerie van VWS in het kader van het rechtsherstel homoseksuelen tweede wereldoorlog, een groot deel van de collectie opnieuw mogen en kunnen samenstellen.

 

In de eerste week van de oorlog raakte Schorer aldus zijn gehele levenswerk kwijt. In 1943 werd hij gedwongen, net als vele anderen, Den Haag te verlaten en verhuisde hij naar Harderwijk. In 1946 nam de Shakespeare Club het stokje van hem over.

 

Op latere leeftijd sloot Schorer zich aan bij Christian Science, een vertakking van het Christendom dat slechts waarde hecht aan de geest en niet aan het lichaam. Zij is van mening dat ziekte overwonnen kan worden met gebed.

 

Schorer is een pionier en netwerker avant la lettre geweest op het gebied van de homo-emancipatie. IHLIA is daarom erg blij met het bureau waaraan hij vele jaren van zijn leven gewerkt heeft. We hopen dat we het op termijn een ereplaatsje kunnen geven.

 

Meer weten over Jonkheer mr. J.A. Schorer of de Schorer bibliotheek? Klik hier.

Herinneringen

Volgen hier de herinneringen van Bald Tieman (Harderwijk, 1942) aan Jonkheer mr. Jacob Anton Schorer, zoals door hem beschreven en verteld aan IHLIA:

“Jonkheer Schorer woonde vanaf 1943 samen met zijn ongetrouwde zuster Adolphine op diverse adressen in Harderwijk. Ik herinner me alleen het huis waar Schorer woonde, vlak bij het station van Harderwijk. Hij en zijn zuster woonden in bij de familie Posthumus, door ons onder elkaar aangeduid als de familie Pstúmus. Ze hadden er beiden een grote kamer, aan weerskanten van de gang, op de eerste verdieping.

De familie Posthumus maakte het de heer Schorer lastig, er waren conflicten, omdat hij jongens ontving aan huis. Ook mijn twaalf jaar oudere broer Ralph kwam regelmatig bij hem. Hoe dat contact precies ontstaan is, weet ik niet. Misschien moest hij een keer iets afgeven van mijn vader en zijn ze zo aan de praat geraakt. Pas veel later heb ik begrepen dat Ralph homo was, toen was hij al in de vijftig. Misschien speelde dat destijds een rol in het contact.

Toen Ralph ging studeren aan Nijenrode, een studie die waarschijnlijk (deels) is betaald door Schorer, was het voorbij met de bezoekjes, want Nijenrode was intern. Ralph kende Schorer en zijn zus dus al vóórdat hij naar de Oranjelaan verhuisde waar wij woonden.

Zwembad

Zelf kende ik jonkheer Schorer aanvankelijk alleen van het zwembad. Tegenover het huis van Postumus lag het paadje naar het zwembad van Harderwijk, de Sypel. Schorer ging daar zomers vele dagen naartoe om achterin te zonnebaden op het iets verhoogde gazon naast het pierenbadje. Vanaf die plek had hij goed uitzicht op de spelende kinderen.

Hij ging niet in het water, maar zat met zijn zonnebril op, in zijn eigen opvouwbare ligstoel voornamelijk te lezen. Hij had een ouderwetse bruine dokterstas met bovensluiting, daarin zaten zijn spullen. Hij liep met een houten wandelstok met zo’n grote bocht bovenaan, en ging gekleed in een belachelijk klein zwembroekje.

Hij viel ons kinderen natuurlijk op, maar we raakten gewend aan die zonderling. We vonden het een beetje een gekke kerel. Er waren nooit mensen van die leeftijd in het zwembad. Ik vond hem altijd een beetje morsig, misschien omdat hij zo oud, verfrommeld, gerimpeld en verschrikkelijk bruin was. Hij zocht nooit contact.

Oranjelaan

Toen zijn zuster, jonkvrouw Adolphine, stierf in 1953, is hij verhuisd naar de Oranjelaan op een steenworp afstand van ons huis. Hij kwam in te wonen bij het echtpaar Splinter en zoon Leo. Hun oudste zoon Rudy was kort daarvoor verongelukt. Leo was van mijn leeftijd, maar wij speelden niet vaak met hem, want de familie Splinter was rooms en wij waren hervormd. Dat was in die tijd nog zo.

Ralph was toen dus al het huis uit, en mijn drie jaar oudere broer Aernout nam de bezoekjes over. Ik werd eraan toegevoegd als chaperonne, al wist ik maar heel vaag wat dat was.

De kamer waar de heer Schorer woonde was klein, naar schatting 2.5 x 3.5 meter, misschien iets groter. Hij stond flink vol met spullen, waaronder het bewuste bureau en een grote bruinhouten kast. Dat Schorer een voorliefde had voor het mannelijk lichaam, kon je zien aan een aantal kunstwerken dat op die kast stond. Het waren naakte Olympische atleten van zwart metaal in Griekse houdingen op een rond zwart voetstuk, met gebroken kettingen aan hun polsen, of speer of discus werpend.

Hij werd goed verzorgd door mevrouw Splinter, al zal ze hem wel vreemd hebben gevonden.

Limonade

Mijn broer en ik gingen dus iedere middag van vier uur tot half zes naar hem toe. Mevrouw Splinter deed ons open. Het was niet dat wij een sleutel hadden zoals de jongens bij Posthumus, wat ik vele jaren later vernam.

Nu moet je niet denken dat deze bezoekjes een opgave en opoffering voor ons waren, want meneer Schorer verwende ons enorm. Ten eerste kregen we ruim glazen limonade te drinken, gemaakt van limonadesiroop van Siebrand uit zeskantige glazen flessen. Verder stond er een platte vierkante trommel van Verkade op tafel met gemengde biscuits, ronde en vierkante. Daar namen we flink van.

Financieel leverde het ons ook iets op. Dat ging zo: we speelden elke dag domino, dat werd door hem ‘nossen’ genoemd, aan de houten tafel. Ik herinner me dat hij de enen aanduidde met ‘apen’. Vijf om een, was dus ‘vijf om aap’, nul om een heette ‘blank om aap’.

Om de stand bij te houden had hij een prachtige set van vier rechthoekige doosjes met ivoren fiches. Die doosjes pasten precies in een op maat gemaakt oosters onderblad met schuin opstaande bewerkte randen, kunstig ingelegd ivoor op zwart. Mijn broer Aernout heeft het geërfd, en nu zal het bij een van z’n twee zonen zijn, denk ik.

Aan het eind van het bezoek kreeg de winnaar z’n gewonnen fiches in centen uitgekeerd. Schorer haalde dan zijn portemonnee uit zijn achterzak en betaalde ons uit. Het leuke was dat de verliezer ook uitgekeerd kreeg, volgens zijn principe ‘qui perd gagne’, wie verliest wint (toch).

Jules Verne

Schorer kocht voor Aernout regelmatig ingebonden boeken van Jules Verne, ik weet niet waarom. Het waren de originele, meestal blauwe, boeken, goud op blauw, die toen al antiquarisch waren. Ik vermoed dat hij iemand opdracht had gegeven om naar deze boeken te speuren. Aernout had op den duur wel twintig van die blauwe, plus circa vijf rode.

We hebben ook een keer een lp van hem gekregen met daarop de opera Cavalleria Rusticana van Pietro Mascagni. Schorer vond vooral de spectaculaire opening zo mooi dat hij vond dat wij die ook moesten beluisteren. Wanneer ik deze muziek hoor, moet ik nog altijd aan hem denken.

Ik heb me nooit onprettig gevoeld bij hem, het was altijd heel ontspannen, hij was een erg aardige oude man. Hij heeft ons nooit onheus bejegend. Het enige wat hij een enkele keer deed was z’n bruine gerimpelde hand kort op je blote knie leggen. Ik herinner me dat hij zei dat hij het zonde vond wanneer jongens gingen voetballen en er spierbundels ontstonden op de voorheen elegante en gladde bovenbenen en knieën.

Overdag als wij er niet waren, denk ik dat hij las. Blaadjes van Christian Science waar hij zich bij aangesloten had, of National Geographic. Hij ging niet vaak naar buiten en had verder weinig aanloop. Heel af en toe kwam Freddy, de zoon van zijn vroegere en overleden vriend.

Over homoseksualiteit heeft hij met ons nooit gesproken. Ook niet over Christian Science, trouwens.

Hij vond het jammer als we af en toe niet kwamen, maar heeft nooit enige druk uitgeoefend op ons.

Op den duur werd hij doof en moest vaak hij z’n oor naar je toekeren met z’n grote gerimpelde hand achter z’n grote dove oor.

Testament

Onze moeder stierf eind 1955, 53 jaar jong. In 1956 kreeg onze vader een baan op het hoofdkantoor in Amsterdam aangeboden, waardoor hij moest gaan forensen, dus zouden we gaan verhuizen. Ik herinner me dat dit een klap was voor Schorer maar hij heeft dat gelukkig niet hoeven meemaken. Hij overleed kort voordat we uit Harderwijk weggingen, op 91-jarige leeftijd.

Schorer had ons bedacht in zijn testament. Mijn vader erfde het mooie bureau. Het heeft de meeste tijd bij mijn vader gestaan, die er ook wel aan werkte. Na mijn vaders dood ging het naar Ralph en zo verder.

Voor mijn broer Aernout en mij was er een studiefonds. Daar heb ik met succes gebruik van gemaakt. Het dominospel en de Griekse atleten gingen naar Aernout, voor zover ik weet. Waarschijnlijk zijn ze nu dus bij zijn kinderen, net als de boeken van Jules Vernes. Ik moet dat eens nagaan.

Vanuit mijn woonplaats Utrecht ga ik regelmatig kijken op de oude begraafplaats in Harderwijk, waar mijn ouders en Ralph begraven liggen. Schorer ligt er ook begraven. De letters op zijn grafsteen zijn vrijwel onleesbaar geworden, daar mag wel eens iets aangedaan mag worden, vind ik. Ik ga altijd even langs bij zijn graf. Ik heb gewoon prettige herinneringen aan hem, alleen maar prettige herinneringen.”

Met dank aan Harold Tieman die het initiatief nam voor deze schenking en aan zijn oom Bald Tieman voor het delen van zijn herinneringen.