ihliadmin

About ihliadmin

This author has not yet filled in any details.
So far ihliadmin has created 12 entries.

August 2012

Expositie: Nooit meer in de Kast!

Levensverhalen van ‘roze ouderen’ verbeeld

Verhalenzuil LaVita Publishing

LaVita Publishing bestaat 10 jaar en viert dat onder andere met een verhalenzuil. In onze videokast op het IHLIA-plein is een video te zien met fragmenten voorgelezen door schrijfsters uit het fonds van LaVita. Te zien vanaf 24 juli ca 14:00 uur tot en met 24 augustus. 

Je kunt luisteren naar fragmenten uit de mooiste lesbische boeken van nu, voorgelezen door de auteurs Isabelle van Ewijk, Sharmila Madhvani, Ingeborg Hornsveld en Zoë, Sam Witte en veelschrijvers Adriënne Nijssen en Anja de Crom.

Lees hier meer over deze boeken (PDF).

November 2007

Van schoenendoos tot Homosaurus

In 1978 werd Homodok opgericht. Eerst idealistisch en enigszins amateuristisch, maar al heel snel professioneel. Een terugblik door Jack van der Wel, vrijwilliger van het eerste uur en tegenwoordig hoofd Collectie en Informatiedienstverlening:

“Begin maart 1978 verhuisde ik als student naar Amsterdam. Ik zat midden in mijn coming-out en wilde graag medehomostudenten ontmoeten. In het universiteitsweekblad Folia las ik dat op 12 maart 1978 de tweede bijeenkomst ‘homostudies’ werd georganiseerd door Jim Holmes en Annemarie Grewel. Een schot in de roos: workshops en discussies over het opzetten van werkgroepen en structuren om homo/lesbisch onderzoek te verbeteren, te promoten en op de academische kaart te zetten.

Eén van deze werkgroepen was een documentatiegroep, omdat literatuur over homoseksualiteit in de ‘normale’ bibliotheken en documentatiecentra moeilijk te vinden was. Net als de arbeidersbeweging (IISG) en vrouwenbeweging (IIAV) wilden we die literatuur zelf toegankelijk maken.

Via Annemarie Grewel kregen we een kamertje in het Baschwitz Instituut voor massapsychologie van de Universiteit van Amsterdam (UvA) aan de Weteringschans. In het Baschwitz Instituut werd in de jaren zeventig uitgebreid onderzoek gedaan naar meningen over homoseksualiteit in Nederland. Annemarie Grewel kende de secretaris, Peter Roth, en van hem hebben we altijd veel steun gehad. Helaas is hij in 2003 overleden, zodat we bij het vieren van het 25-jarig bestaan van IHLIA zijn gierende lach en zangerige Zwitserse accent moesten missen.

Homosaurus

Officieel was de naam Dokumentatiecentrum Homostudies, maar deze werd al snel afgekort tot Homodok. We schreven of typten literatuurgegevens op bibliotheekkaartjes en stopten die in een oude schoenendoos. Later werd de schoenendoos vervangen door kaartenbakken en vanaf 1982 werden de gegevens ingetypt op het computercentrum van de UvA. Daar rolden dan enorme vellen met uitdraaien uit. De eerste pc, een echte Tulip, werd al in 1987 aangeschaft, tegelijk met het databaseprogramma Cardbox dat IHLIA nog steeds gebruikt.

Dit heeft sterk bijgedragen tot de professionele naam die Homodok altijd heeft gehad. We leverden kwaliteit, mede doordat zich in het begin vrijwilligers aanmeldden met een bibliotheekachtergrond die er strikt op toezagen dat alle punten, komma’s en streepjes op de juiste plaats werden gezet.

Ook de ontwikkeling van een eigen thesaurus – de Homosaurus – is in dit opzicht een belangrijke mijlpaal. Deze werd samen met het Anna Blaman Huis ontwikkeld. In ellenlange sessies werd ieder woord gewikt en gewogen en op de juiste plek gezet, waarbij de ‘deel/geheel-relatie’ heilig was.

Historische bibliotheek van Van Leeuwen en COC-archief

Behalve het documenteren werd het collectioneren ook steeds belangrijker. Mensen wilden niet alleen weten wat er op homogebied uitkwam, ze wilden ook graag de publicaties inzien. Eerst verzamelden we alleen wetenschappelijke publicaties, maar al snel breidden we dit uit naar allerlei soorten publicaties. Het materiaal stroomde binnen.

Zo vroeg John Stamford, de uitgever van de Spartacus Guide, of wij belangstelling hadden voor zijn tijdschriften- en knipselarchief. Hij ging verhuizen en we moesten meteen komen. Met een aantal vrienden togen we in een ijskoud weekeinde in januari naar de onverwarmde grote villa van Stamford in Baarn. Er was een huiszoeking door justitie geweest vanwege vermeende belastingfraude en in die chaos moesten we de tijdschriften zien te vinden. Er waren drie autoritten nodig om alles naar Amsterdam te brengen en het was al geen kleine auto.

Ook verwierf Homodok het archief van de International Lesbian and Gay Association (ILGA) met veel tijdschriften. Dit ging niet zonder slag of stoot, want de Zweedse homo-organisatie RFSL – waar het archief was opgeslagen en die een belangrijke financiële contribuant van de ILGA was – weigerde het archief af te staan en dreigde de ILGA te verlaten. Met veel geduld, overredingskracht, steun van het COC en andere Nederlandse homo/lesbische organisaties en bezoeken aan Stockholm lukte het dit archief toch naar Nederland te halen.

De grootste bijdrage aan de collectie vormden echter de Van Leeuwenbibliotheek en de COC-bibliotheek. De Van Leeuwenbibliotheek (historische bibliotheek van het COC) was ondergebracht in het pand van het IIAV en moest daar van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid weg. De COC-vrijwilligers wilden deze bibliotheek overbrengen naar de Universiteitsbibliotheek van de UvA, maar uiteindelijk werd toch voor Homodok gekozen. Toen het landelijk COC ging verhuizen naar de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam, werd ook de actuele COC-bibliotheek naar het Homodok overgebracht.

IHLIA in de OBA

De sterk groeiende collectie legde echter ook het zwakke punt van Homodok door de jaren heen bloot: de huisvesting. Een grote collectie is leuk, maar je moet hem wel goed kunnen onderbrengen. De UvA dreigde steeds weer haar steun in te trekken en uiteindelijk moest Homodok in 1999 verhuizen naar de niet centraal gelegen ruimte in Bos en Lommer. Daar was wel genoeg ruimte om de lang gekoesterde fusieplannen met het Lesbisch Archief Amsterdam (LAA) te realiseren. Uiteindelijk is dit in 2000 gebeurd en is Homodok samen met het LLA en het Anna Blaman Huis in Leeuwarden gefuseerd tot het IHLIA.

Voor het probleem van de huisvesting kwam een paar jaar later een oplossing: de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) wilde IHLIA graag opnemen in de nieuwbouw op het Oosterdokseiland in de buurt van het Centraal Station. Als centrum van kennis en cultuur kreeg de OBA in één klap de bij IHLIA aanwezige homo/lesbische kennis en cultuur in huis, die zo goed bij een stad als Amsterdam past. Sinds mei 2007 zitten we nu op deze unieke locatie.”

October 1997

Voetbal, parfum en champagne

Het Lesbisch Archief Amsterdam (LAA) wilde niet alleen de geschiedenis van lesbische en biseksuele vrouwen verzamelen en ontsluiten, maar ook de lesbische cultuur bevorderen en beter zichtbaar maken. Met maandelijkse borrels rond een thema, tentoonstellingen en stadswandelingen bliezen de medewerksters leven in het verzamelde erfgoed. Eef Keijzer en Jeannette Nijboer, jarenlang werkzaam als vrijwilliger halen herinneringen op:

Eef:

“Had Coco Chanel niet ook ‘iets’ met vrouwen? In 1986, was ik daar van overtuigd. Gewapend met mijn (nog steeds) onafscheidelijke Chanel nr. 19 meldde ik mij direct na mijn afstuderen bij het Lesbisch Archief Amsterdam. Chanel en ik werden aangenomen en hartelijk welkom geheten in het souterrain van het statige grachtenpand.

Mijn motivaties waren diffuus, maar één ding stond vast: ik zou iets betekenen voor het lesbisch erfgoed, waarvan ik zelf immers ook deel uitmaakte. Wel was het woord archief in mijn ogen nogal misplaatst, al hoorde het werven van archieven bij de kernactiviteiten.

Vier jaar daarvoor was het LAA feestelijk opgericht en ik vond de collectie in die donkere, ietwat geheimzinnige ruimte toen al indrukwekkend. Ook indrukwekkend was dat je moest bellen voor het adres. De maandelijkse borrels waren desalniettemin een groot succes.

En soms deden wij bescheiden wolken stof opwaaien. Zoals die keer toen we een ‘borrel’ met tentoonstelling over vrouwenvoetbal organiseerden. De telefoon stond roodgloeiend. Het Parool vroeg het adres, maar kon helaas alleen een mannelijke verslaggever sturen – sport, nietwaar? – en die kwam er bij ons natuurlijk niet in! Een rel in een rel! Verontruste Buitenveldertse moeders vernamen het nieuws en dreigden hun dochters van de plaatselijke voetbalclub te halen. Meiden boos, want die wilden gewoon lekker voetballen. Dat sterkte ons uiteraard in het idee dat we heel goed werk deden en dat voor deze ‘moedige meisjes’ vooral moesten blijven doen. Toen zelfs de KNVB (vrouwenafdeling) zich ermee ging bemoeien wisten we zeker dat we een punt hadden gezet.

Ik ben ruim tien jaar bij ‘het’ archief gebleven. Het is een open deur, maar ik heb er veel geleerd. Ook veel plezier gehad en hard gewerkt. Het is mij meer dan duidelijk dat het Lesbisch Archief Amsterdam, tegenwoordig IHLIA, onmisbaar is: voor onze samenleving, ons historisch besef, onze herinnering.

Aan ‘het’ archief heb ik bovendien een zeer dierbare vriendin over gehouden. Die kwam in 1992, toen het LAA tien jaar bestond. Ze rook (en ruikt) ook erg lekker en heeft een substantiële bijdrage geleverd aan de professionalisering van het ‘collectief’.”

Jeannette:

“Ja, ik ruik vooral naar Manifesto van Rosselini (smaken zijn divers, gelukkig). Toen ik in 1992 bij het LAA kwam vond ik dat politiek idealisme en activisme ook zakelijk kon worden opgepakt. Door de dienstverlening en promotie te verbeteren konden meer mensen kennis nemen van onze unieke collectie. Zo maakten we een lesbisch videojaaroverzicht, een reizende postertentoonstelling, automatiseerden wij onze collectie met betaalde medewerkers, waren wij vaak op MVS-radio en -tv te gast en organiseerden wij aantrekkelijke bijeenkomsten: de lingerieparty die druk werd bezocht, de thema-avonden over Oost-Europa en Chili of de speelse avonden over lesbische normen en waarden in het COC.

Onze nieuwsbrief Uit de kast verfijnden we met informatieve artikelen en lieten wij verkopen via de boekhandels Xantippe en Vrolijk. Verder hernieuwden wij onze samenwerking met de lesbische archieven in Nijmegen en Leeuwarden en met het Homodok en het IIAV. Daarnaast gingen we op werkbezoek bij de andere archieven in Amsterdam. Alles onder het mom van echt professioneel uit de kast komen.

Eef bracht me met haar eerste ‘lesbische wandeling’ door Amsterdam op het idee om informatie en beeldmateriaal uit het LAA te gebruiken voor een publicatie van wandelingen, boot- en fietstochten langs de geschiedenis van lesbisch Amsterdam. Het werd het boekje Op de lesbische tour in Amsterdam. Met de wandelingen die wij met dat boek in de hand organiseerden, bereikten we een nieuw publiek.

Mijn directe betrokkenheid bij het LAA eindigde na vijf jaar, tegelijk met een spetterend jubileumfeest LAA 15 jaar op 15 november 1997 in het COC. Honderden vrouwen vierden feest met optredens van Frédérique Spigt en Groove the Princess. Het LAA deed het stof echt opwaaien. We hebben met veel champagne op die vijftien jaar geklonken.

Daarna werd het onvermijdelijk: het LAA redde het alleen niet meer en is gefuseerd met Homodok en het Anna Blaman Huis in Leeuwarden. Daarmee is het LAA een onderdeel van het professionele IHLIA geworden. Het is alleen jammer dat er geen ‘saphige’ bijeenkomsten meer zijn.”

 

November 1978

Van homoscriptie naar homologie

Veel werk op het Homodok zelf is niet gedocumenteerd. Vrijwilligers kwamen er om mee te werken aan een ideaal. Bij een documentatiecentrum is het eigenlijke werk best wel saai en dus dreigde een deel van de geschiedenis verloren te gaan. Op deze plek daarom het verhaal van Martien Sleutjes uit de beginperiode.

“Februari 1978. Ik studeerde geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en probeerde me op mijn hoofdvakscriptie te richten. Walter Brohet attendeerde mij op een oproep aan alle homoseksuele en lesbische studenten van de Universiteit van Amsterdam. Geleerden mochten wel iets zeggen over homoseksualiteit, dus waarom konden homoseksuele wetenschappers zichzelf niet onderzoeken?

De vrouwen waren namelijk al voorgegaan met ‘vrouwenstudies’. Terwijl overal homoseksuele subgroepjes als popcorn oppopten, bleven de studenten echter achter. Er was bij wijze van spreken wel een subgroep voor homoseksuele tramconducteurs, maar ze werden bestudeerd door heteroseksuele antropologen.

Miami Nightmare

Ondertussen was de tijd zwanger van verandering. Artikel 248bis – het wetsartikel wat homoseksualiteit veroordeelde – was in 1971 afgeschaft. De jaren daarna tastten homo’s duidelijk de tolerantie van Nederland en de wereld af. Het jarenlang naar binnen gekeerde COC trad langzaam naar buiten en begon intern te radicaliseren. Amerika en de daar sterk groeiende homoscene kwam dichterbij te liggen. Zelfs zo dichtbij dat een anti-homocampagne geleid door Anita Bryant in Florida ook hier tot veel bezorgdheid leidde.

Omdat het ver weg was kon Nederland zich van zijn tolerante kant laten zien: het Concertgebouw, de cultuurtempel van Nederland, werd gebruikt voor een grote anti-Anita happening. De Miami Nightmare was een doorslaand succes, meer nog dan je op het eerste oog vermoedde.

Die avond maakt Nederland ook publiekelijk kennis met de Rooie Flikkers. Links, Nijmeegs en dus radicaal – deze groep probeerde de Nederlandse schijntolerantie bloot te leggen. Hun verschijning – in drag – op de tramhalte voor het Concertgebouw schokte menig bezoeker van de Nightmare. Later werden ze instemmend ontvangen op het alternatieve feest De Miami Nichtenherrie in de studentensoos De Weesper. De niet-gevestigde orde wachtte hier om terug te slaan.

Gay capital of Europe

In de homosubcultuur waren ook grote veranderingen gaande. De leer- en sm-scene groeide als kool, vooral door de instroom van Engelse homovluchtelingen. Amsterdam kreeg echt naam als tolerante stad.

Toch speelde de subcultuur zich af in geblindeerde kroegen en nachtclubs met angstaanjagende portiers. In de meeste Europese steden was dit tot zelfs ver in de jaren negentig gebruikelijk. In dit dorre landschap verschenen in Amsterdam twee etablissementen die de homo letterlijk in de etalage zette: Coffeeshop Downtown en Café April. Ze maakten van een van de meeste lugubere straten van de binnenstad, het centrum van de zelfbenoemde gay capital of Europe.

En dan was er nog Gay Pride. Nee sorry, toen heette het nog Roze Zaterdag en was het iets Nederlands. Pas later is de Nederlandse homobeweging haar eigen geschiedenis vergeten en een schaamteloze kopie geworden van Amerikaanse marsen. Inmiddels is Berlijn opnieuw de gay capital van Europe, wacht alleen de Nederlandse dansmuziek op wisseling van de wacht door Berlijnse dj’s en zwemt de Nederlandse homo en lesbo in een poel van begrip.

In februari 1978 lag dit alles nog ver weg. Een grote collegezaal in de rechtenfaculteit aan de Oude Manhuispoort was overvol. Allerlei ideeën over activiteiten werden ontplooid: per faculteit, per subfaculteit, maar ook dwarsverbanden met andere universiteiten.

Natuurlijk werd besloten in het voorjaar een feest te organiseren. Daar zou dan ook het eerste nummer van ons eigen tijdschrift het levenslicht zien: de eerste editie van Homologie heette dan ook Tijdschrift voor Homologie.

Het Studiecentrum voor Speciële Sexuologie

Intussen was mijn geest op hol geslagen. Mijn hoofdvakscriptie Nieuwste Geschiedenis zou ik definitief wijdden aan de homozaak. Omdat ik op de VU zat werd dat Het veranderende confessionele denken over homoseksualiteit 1900 – 1960. Leuk plan, vurig gesteund door de toenmalige prof Horst Lademacher die echter meer een great inspirator bleek dan een goede begeleider.

Toen hij wegging werd de boedel verdeeld. Ik kwam bij iemand terecht die met zijn onbegrip voor historische onderstromen aantoonde dat homostudies een bittere noodzaak waren.

De scriptie werd een verschrikking: een hoop gebazel, te veel verdedigend. Tot overmaat van ramp werd het ook nog door iemand getypt die ze gemakkelijker het spijkerschrift hadden kunnen leren. Het enige interessante stukje uit deze brij werd jaren later, dankzij de vaardige eindredactionele hand van Sacha Wijmer, een gedegen stuk in Homologie onder de kop Het Studiecentrum voor Speciële Sexuologie.

Tijdschrift voor Homologie

Maar in 1978 kon ik nog alle hulp van de wereld gebruiken. De oprichting van homostudies was een steun in de rug. Naar aanleiding van de bijeenkomst zocht ik contact met Rob Tielman, een socioloog uit Utrecht. Hij was eigenlijk bezig met een historisch-sociologisch proefschrift over de geschiedenis van de Nederlandse homobeweging als sociale beweging. Hij werd mijn externe begeleider van mijn scriptie, ik een van zijn historische meelezers van zijn proefschrift.

Hij zette me vanuit zijn huis in Vianen op diverse sporen. In de kelder lag veel materiaal. Bert Boelaars, een Utrechtse collega van het Humanistisch Verbond, was door Rob aan het werk gezet om het archief van het COC te ordenen. Uit dat archief had ik het oudste materiaal nodig, de door Jaap van Leeuwen met liefde in herinnering gehouden erfenis van Jhr. Schorer.

Omdat ik al lay-outervaring had met het VU-studentenblad Pharetra werd in Vianen het idee geboren dat ik samen met het clubje van onder andere Bert het Tijdschrift voor Homologie moest gaan onderhouden.”

October 1700

Centro de Documentao Prof. Dr. Luiz Mott (CEDOC)

Centro de Documentao Prof. Dr. Luiz Mott (CEDOC) (Brasil/brazili)

O Centro de Documentao Prof. Dr. Luiz Mott (CEDOC) um acervo de diversos materiais sobre gays, lsbicas, bissexuais, travestis e transexuais.

view the website

 

RoSa Documentatiecentrum en Archief

RoSa Documentatiecentrum en Archief (Belgie_Belgium)

Bibliotheek, documentatiecentrum en archief voor gelijke kansen, feminisme en vrouwenstudies in Belgie

view the website

 

Australian Lesbian and Gay Archives

Australian Lesbian and Gay Archives (Australia)

Since 1978 the Australian Lesbian and Gay Archives have been collecting and preserving Australias very queer history.

view the website

 

IFLA LGBTQ Users Special Interest Group

IFLA LGBTQ Users Special Interest Group (Algemeen/general)

Substantial discussions of issues related to library services for LGBTQ community members have not taken place at IFLA. The LGBTQ Users SIG will address this gap in professional knowledge by offering opportunities to engage in discussions about this often invisible user group. This SIG will enable libraries to consider topics including professional attitudes, outreach, privacy, programming, and effective practice in acquiring and collecting materials of importance to LGBTQ people and allies. This includes literature, academic texts, materials of importance to LGTBQ youth and families, and other works that encourage thinking critically about issues of sexuality and gender identity. Dialogue to support librarians in addressing concerns raised about LGBTQ library services will also be encouraged within the SIG.

view the website

 

September 1700

Uitgelicht

Op deze plek vind je iedere keer een bijzonder en uniek stuk uit onze collectie waar we eens de schijnwerper op willen zetten. Deze keer aandacht voor Der Eigene.

Der Eigene wordt over het algemeen beschouwd als het eerste homotijdschrift van de wereld. Het eerste nummer verscheen in maart 1896! Het bijzondere is dat je behalve dit eerste exemplaar ook alle andere nummers van het blad online kunt lezen. In onze Digitale Bibliotheek zijn naast Der Eigene ook andere homotijdschriften online beschikbaar. In Nederland ging het om bladen als Wij – het eerste en enige nummer is alleen bij ons te vinden – uit 1932, het Orgaan-Maandbericht Shakespeare Club uit 1947 en 1948, Vriendschap en Levensrecht. Tot slot kun je ook de COC Periodiek bij ons terugvinden.

Nieuwsgierig geworden? Ga naar onze Digitale Bibliotheek.

June 1700

PPA ’14 van start

Pride Photo Award nodigt fotografen van over de hele wereld uit om vanaf nu hun foto’s in te sturen. Het thema van dit jaar, ‘Getting Closer’, daagt fotografen uit om dichtbij te komen. De winnende foto’s worden getoond op een expositie die van 29 augustus tot en met 26 oktober 2014 te zien zal zijn in de Oude Kerk in Amsterdam.

Nieuws 2

Nieuwe website van IHLIA is in ontwikkeling. Binnekort verwachten we een volledige nieuwe vormgeving, imago en huisstijl te kunnen presenteren.