Hieronder vind je het overzicht van alle levensboeken die IHLIA in haar collectie heeft.

Enkele van deze boeken zijn ook in zijn geheel online te lezen, dit staat vermeld op de cover van het betreffende boek. De rest is alleen in te zien bij IHLIA op de 3e etage van de Centrale OBA.

  • schrijver: Dick Verroen
    Naast zijn loopbaan als maatschappelijk werker in de jeugdhulpverlening was Dic sinds 1983 actief als vrijwilliger bij het COC. Hij werkte onder andere als con­gresafgevaardigde, bestuurslid, regioconsulent in de individuele hulpverlening en als juridisch aanspreekpunt voor buitenlandse jongens. Een paar keer per week bemande hij de koffieshop in de Rozenstraat. Hij begeleidde transseksuelen waardoor hij in contact kwam met het VU-ziekenhuis. Daar gaf hij aan hoofdverpleeg­kundigen informatie over homoseksualiteit. Hij was een van de eerste aids-voorlichters en werkte mee aan de Spartacus Guide. Als roze ambassadeur beoordeelt hij momenteel bejaardentehuizen op homovriendelijkheid. Ook de Gay Pride en Grey Pride weten hem te vinden.
  • schrijver: Emma van Zalinge
    Willy Jansen wordt in 1931 geboren als oudste van zes kinderen. Ze groeit op in Amsterdam in een katholiek milieu. Al op veertienjarige leeftijd schrijft ze sportverslagen voor De Cetem en op haar achttiende wordt ze sportverslaggever bij de Volkskrant. Op haar 23e trouwt ze. Voortaan gaat ze als Wil Merkies door het leven. In de jaren daarna krijgt ze vier kinderen. Wil blijft werken als journalist, aanvankelijk freelance voor diverse kranten en bladen, maar later in dienst van de Perscombinatie. In de vrouwenbeweging krijgt ze relaties met vrouwen. Wil en haar man gaan uit elkaar omstreeks 1978. Sinds de kinderen de deur uit zijn woont ze, al zo’n dertig jaar, alleen en werkt ze nog steeds. Ze is feministe in hart en nieren.
  • schrijver: Paul Bodegraven
    Wie is Gerard Nizet? Actief, druk, soms een beetje chaotisch. Betrokken, een mensen-mens, door schade en schande wijs geworden én nog steeds lerend. Vallen, opstaan en weer doorgaan. Dit is in een notendop het beeld dat ik van Gerard Nizet heb gekregen in de tien keer dat we elkaar hebben gesproken voor dit boek. Gerard vertelde mij zijn verhaal, dat ik heb opgeschreven in de sfeer en toon die bij Gerard past. Direct, to the point, niet omfloerst, niet wollig. We hebben hier samen aan gewerkt, in de hoop dat we er in zijn geslaagd een tijdsbeeld te vangen. Gerard, bedankt voor het delen van jouw verhaal!
  • schrijver: Dick Verroen
    Hans Bruggeman: “Ik ben een verteller, meen wat te zeggen te hebben”. Hans, in 1927 geboren in een liberaal vrijzinnige familie, kijkt met tevredenheid terug op zijn lange leven, dat ook enkele goede vrienden al eerder geprobeerd hebben in een boek te vatten. Hun ging het vooral om zijn werkzame leven, zijn politieke loopbaan, zijn spirituele beleving. In dit levensverhaal heeft Hans zijn leven als homoseksueel vast willen leggen, vrij en open. “Ik ben een mens en een man die vanaf zijn dertiende jaar seks met mannen heeft en die pas op zijn tweeëntachtigste de grote passie heeft ontdekt.” Het leven van Hans als homoseksueel lijkt minder problematisch te zijn verlopen dan het vaak zo zwaarmoedige en homofobe beeld dat de homogeschiedenis schetst van Nederland tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.
  • schrijver: Frank Oostenbrug
    Bob van Schijndel, geboren in Amsterdam op 17 juli 1945, is een homoactivist. Hij heeft een achtergrond in het onderwijs, was dienstweigeraar en zette zich onder meer in voor de gelijke berechting van homoseksuelen. Bob studeerde orthopedagogiek aan de UvA, zat in de Amsterdamse gemeenteraad voor de PSP en zette zich in voor homo’s en prostituees. In 1983 ontstond bij hem het idee voor het Amsterdamse Homomonument, dat er uiteindelijk ook is gekomen. De Gay Games van 1998 haalde hij met een aantal medestanders naar Nederland. Daarna werd hij lid van de Commissie Gelijke Behandeling en bleef dat tot 2001. Ook was hij oprichter en voorzitter van de homozwemvereniging Gay Swim Amsterdam. In 1999 kwam hij voor GroenLinks in de Eerste Kamer. Hij hield zich als senator vooral bezig met volksgezondheid, welzijn en sport en politie. Nu houdt Bob zich nog vooral bezig met ‘roze ouderen’.
  • schrijver: Sjaak Lammerts
    Mijn wijsheden:
    - Het eerste wat sneuvelt in een oorlog is de waarheid.
    - Als hetero’s willen dat er geen homo’s zijn, moeten ze stoppen met het maken van homobaby's. Homo’s planten zich immers normaliter niet voort.
    - Cruiseplekken aanduiden als homo-ontmoetingsplekken is fout. Hier komen mannen voor seks met mannen. Meestal zijn het geen homo’s maar bi’s of hetero’s die weleens wat anders willen.
    - Moeder wilde wel kleinkinderen, maar hé kom zeg, ik ben niet op de wereld gezet om mijn moeder te plezieren.
    - Een mens heeft vier basisbehoeften: eten, drinken, slapen en seks.
    - My body is not a temple, it is an amusement park.
  • Levensboek nummer 7 is niet beschikbaar via de website
  • schrijver: Martien Sleutjes
    Albert K. Boekhorst (1943) was de eerste voorzitter van het bestuur van de Stichting IHLIA. De samenvoeging van verschillende initiatieven in Amsterdam en Leeuwarden was op dat moment tot stand gebracht. Het veilig onderbrengen van de collecties op een laagdrempelige plek was een tweede doel. Met de inhuizing in de Openbare Bibliotheek Amsterdam heeft hij dat bereikt. Dat werd dan ook het moment dat hij de voorzittershamer overdroeg. Boekhorst is socioloog en informatiewetenschapper en al jaren adviseur van internationale organisaties op het gebied van bibliotheken en informatiecentra. Zijn leven geeft een doorkijkje naar de tijd dat studeren nog een levenskunst leek, het homoleven een continu feest was en universiteiten nog fabrieken moesten worden. Voor mensen die honkvast zijn is dit boek met daarin ook de verhuislust van Albert en zijn partner misschien té spannend.
  • schrijver: Sam Witte
    In het communistische gezin waar Miena de Rijcke opgroeit accepteren ze elkaar zoals ze zijn. Dat Miena een halve jongen is en niet stil op een stoel kan zitten is dan ook geen enkel probleem. Maar als ze na een paar scharrels met de mooie, exotische Mohammed op de proppen komt ziet haar vader dat toch niet zitten. Ze wordt naar de huisarts gestuurd die haar vertelt dat het niet erg is om verliefd te zijn op een Marokkaan zolang ze maar niet in Marokko gaat wonen. Miena ziet geen problemen, trouwt met Mohammed en krijgt twee kinderen. Het huwelijk loopt stuk en Miena en haar kinderen worden opgevangen door Stichting Onderdak. Hier ontmoet ze andere vrouwen die ‘bijna stikten door de onderdrukking door hun mannen’ en komt de feministe in haar tot bloei. Een aantal jaar later is ze een trotse, lesbische vrouw die haar eigen fietsenstalling annex fietsenmakerij runt en een bekend gezicht is in Alkmaar.
  • Levensboek nummer 10 is niet beschikbaar via de website
  • schrijver: Hannah van Herk
    Na een zeer strenge en begrenzende kindertijd braken in haar pubertijd thuis heftige conflicten uit in het gezin waar Ans Brugman opgroeide. Ans verliet al vroeg het ouderlijk huis. Ze trouwde, scheidde, en werkte voor de gemeente voor ze ging studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Ze vond liefde en raakte die weer kwijt. Ans ontworstelde zich aan het milieu waar ze uit kwam. Eind jaren negentig vocht zij tegen een zware depressie, maar Ans vocht zich terug en vond kracht in de liefde voor muziek en filosofie en schoonheid. Ze leerde cello spelen. Op haar 62ste jaar begint Ans Brugman in haar eigen woorden weer samen te vallen met de persoon die zij was toen ze een jaar of 16 was: ‘Ik ben van binnen 16 of 17 gebleven’. Hoofd en hart komen sinds een tijd weer samen.
  • schrijver: Michel Otten
    ‘Ach ja, ‘k was anders, altijd geweest.’

    ‘Ik zat daar naast Jan en keek wanhopig en hunkerend naar boven naar de blauwe lucht en droomde over een wereld waarin ik ooit geaccepteerd en gerespecteerd zou worden. Door de maatschappij, door mijn ouders, door familie.’

    ‘Tante Rie liep langs en streek even over mijn haar, een moment om nooit te vergeten. Ik was nog nooit door iemand op een dergelijke manier aangeraakt.’

    ‘Harry en Ed… Een leven zonder hun onvoorwaardelijke vriendschap kan ik mij nauwelijks voorstellen.’
  • schrijver: Michiel Weber
    Rob Kopijn werd geboren op 1 november 1939 in Soerabaja in het voormalig Nederlands-Indië. Op 14-jarige leeftijd maakte hij en zijn oudste zus Jane de drie weken durende boottocht naar Nederland. Beiden gingen apart in de kost in Haarlem. Rob studeerde hij in Amsterdam voor onderwijzer, en ontmoette op dansles zijn ex-vrouw Bep. In 1965 vertrok hij met haar en zijn eerste dochter Sandra per boot naar Aruba om daar les te geven in het schoolvak Nederlands. Daar werd ook hun tweede dochter Yvette geboren. Ze verbleven er vijf jaar. Na terugkomst in Nederland verhuisde het gezin na Gouda naar Haarlem. Daar werkte hij op de Mariamavo en zou hij met enkele docenten hecht bevriend blijven. Rob werd verliefd op een van hen: Jules. Het huwelijk stond onder druk. Rob werd lid van het COC en er volgden zogenoemde huiskamergesprekken met de Schorerstichting en Stichting Orpheus. In 1984 scheidden Rob en Bep. Met Jules kreeg Rob geen relatie, maar wel met Frans, met wie hij tot op de dag van vandaag samenleeft en verschillende reizen naar Turkije, Japan, Indonesië, Frankrijk en Duitsland heeft gemaakt.
  • schrijver: Martien Sleutjes
    Ken Suffolk kwam in 1976 met een diploma van een Londense kunstacademie op zak naar Amsterdam. Na wat baantjes begon hij samen met zijn Nederlandse partner Philippe een succesvolle antiekzaak. Ken deed de inkoop, Philippe de verkoop. Intussen had Ken ook voldoende tijd om het Amsterdamse homoleven gedegen te onderzoeken. En buiten Amsterdam frequenteerde hij de cruisegebieden van Zandvoort, De Nieuwe Meer en Spaarnwoude. Hoezeer hij ook Amsterdammer is geworden, toch kijkt deze Engelsman nog steeds met een kritische blik naar zijn leven in deze homostad, naar wat er veranderde, naar wat er gelijk bleef.
  • schrijver: Bernice Siewe
    Carla Hardenberg wordt in 1944 in de Amsterdamse Kinkerbuurt geboren. Ze groeit op in een arbeidersgezin, waar het al vroeg “aanpoten” is. Van haar twee zusjes en haar wordt verwacht dat ze bijdragen aan het gezinsinkomen. Daardoor leert Carla dat ze het fijn vindt met haar handen te werken. Ondanks tegenwerking vanuit familie en school kiest ze ervoor om timmerman te worden. Een nog ongebruikelijk beroep voor een vrouw in die jaren. Het komt goed uit dat Carla graag onder mannen verkeert en zich ook eerder een man dan een vrouw voelt. Een relatie met een vrouw voert haar weg uit Amsterdam, maar na een aantal jaren keert ze terug en blijft in haar geboortestad wonen. Met verschillende vrouwen heeft ze liefdesrelaties. Op dit moment leeft ze alleen. Haar lange vriendschappen beschouwt ze als heel belangrijk en betekenisvol.
  • schrijver: Sjaak Lammerts
    Tijdens het maken van het levensboek, spraken schrijver Sjaak Lammerts en verteller David Large over Engelse en Amerikaanse homomannen die in de 70′er jaren naar Amsterdam kwamen. Zij drukten een stempel op het homoleven in de stad. De Engelsman bezocht Amsterdam vaak. Hij ging naar het COC en het DOK en vestigde zich in 1987, na zijn pensionering samen met zijn partner Simon Ferdinando in Amsterdam. David is geboren in 1921 en zijn levensverhaal is het verhaal van de 20e eeuw. Op zijn 90ste zijn Simon en hij formeel getrouwd. Sjaak voelde zich vereerd dat David met hem dit verhaal heeft opgetekend. Het verhaal is in het Engels geschreven.
  • schrijver: Gé Meulmeester
    Nel van Vliet (5 maart 1940) is geboren en getogen in Amsterdam, maar woont vanaf haar 25ste in verschillende dorpen in Friesland. Ze heeft allerlei verschillende banen gehad en een turbulent liefdesleven. Honden zijn haar grote passie. Ze vertelt haar verhaal, omdat ze zich zorgen maakt over de houding ten opzichte van homoseksuele mensen anno 2013 in Nederland.
  • schrijver: Els Veenis
    Cor Grotjohann (1938) is geboren en getogen in Amsterdam. Na het zevende leerjaar gaat ze aan het werk en volgt daarnaast de avondschool. Het leven als lesbische vrouw in de jaren ’50 en daarna vindt Cor niet moeilijk, wel een zoektocht. Op haar 27e stapt ze voor het eerst het COC binnen, vindt daar haar eerste vriendin Nans en trekt bij haar in. Samen staan ze op de markt en maken ze een lange reis met de Greyhound door Amerika. Daarna groeien ze uit elkaar. Cor vertrekt, vindt een nieuwe baan en een eigen huis. Op de avondschool komt ze Netty tegen. Met haar woont ze zestien jaar samen. Ze delen de liefde voor lezen, kunst, cultuur en reizen. Echter, Cor wordt soms verliefd op andere vrouwen. Daar doet ze dan niets mee, maar na lang aarzelen besluiten Cor en Netty uit elkaar te gaan. Nu leeft Cor al jaren “heerlijk alleen en vrij’’ in haar ruime flat vol boeken en kunst aan de Gaasperplas. Er komen nieuwe dames, maar samenwonen is aan Cor niet meer besteed.
  • schrijver: Niels van Maanen
    ‘Ik heb zelf nooit enige problemen gehad met mijn homoseksualiteit. Het waren altijd anderen die problemen met mij hadden omdat ik homo was. Soms interesseerde me dat, soms niet. Inmiddels maakt het me niet meer uit. Ik ben nu oud en heb niks meer te verbergen.’ Charles Furstner (Den Haag, 1931) hoeft eindelijk in geen enkele situatie meer geheimzinnig te doen over zijn homoseksualiteit. Dat is het voordeel van oud worden, meent hij. Dit is zijn levensverhaal.
  • schrijver: Nico Sjerps
    Bij de kennismaking liet Henk weten dat hij niet veel te vertellen had. Maar voordat we het wisten waren we ruim een uur verder. Dat was kenmerkend voor de man die Henk was. Hij was het niet gewend om over zichzelf te praten. Aanpakken was iets wat hem met de paplepel was ingegeven. Bescheiden en op de achtergrond blijven, daarin voelde hij zich het beste thuis. Het was volstrekt normaal voor hem zich met hart en ziel te wijden aan de dingen die hij kreeg te doen. Daar sprak je niet over, dat deed je gewoon. Met stralende ogen en af en toe een traantje, heeft hij een deel van ‘zijn ‘verhaal’ kunnen vertellen. Meerdere keren liet hij weten tevreden te zijn met hoe de dingen in zijn leven zijn gelopen en om daar een boekje over open te doen. Het bijzondere huwelijk heeft hij altijd gewild. Het was het beste ‘vehikel’ om het leven te kunnen leiden dat bij hem paste. Dat heeft hij voor zijn gevoel nooit onder stoelen of banken gestoken.
  • schrijver: Reinie van Goor
    Peter Lotgering werd geboren in Amsterdam, in de oorlog. Een jaar later ontmoette zijn moeder – op een bevrijdingsfeestje in het huis van haar schoonzus – iemand die ze heimelijk bleef zien. Pal achter de straat waar Peter opgroeide begon de polder. Maar als op zijn 11de zijn ouders definitief gaan scheiden en hij uiteindelijk in een kindertehuis belandt, zwerft hij regelmatig door de binnenstad waar hij ‘plaatjes met blote mannen achter ramen’ ziet – een galerie, blijkt later – en grijnzende mannen bij pisbakken. Op zijn 17de legt zijn moeder hem uit waar homoseksualiteit voor staat: ‘ze heeft me altijd moreel gesteund.’ Vanaf 1970 begint hij steden in Europa en Amerika te bezoeken. Hij logeert bij mensen die hij heeft leren kennen in het DOK: ‘magneet voor homo’s uit de hele wereld’. Hij neemt zijn gastheren altijd mee uit eten en houdt zich aan de regels. ‘Om de reizen te bekostigen heb ik altijd hard gewerkt, náást mijn gewone werk.’
  • schrijver: John Avis
    ‘Een leven vol beweging – een bewogen leven’ vertelt het levensverhaal van Jip van Leeuwen. Een leven waarin sport een prominente rol speelt en waarin zijn homoseksualiteit heel lang onzichtbaar was. Terwijl veel van zijn leeftijdgenoten mee surften op de golven van de opkomende vrijere moraal in de jaren 60 en 70 bleef Jip zijn homoseksualiteit angstvallig verbergen. De moeizame relatie met zijn vader is daar zeker debet aan geweest, maar ook de wereld van de sport waarin hij actief en werkzaam was. Een wereld die gericht is op het leveren van prestaties en een wereld waarin homoseksualiteit, zeker in de ogen van Jip, afbreuk deed aan dat beeld en dus ook aan het ideaalbeeld dat mensen van hem moesten hebben. Gedetacheerd vanuit de gemeente Amsterdam als directeur Sport was Jip een van de drijvende krachten in de organisatie van de Gay Games die in 1998 in Amsterdam plaatsvonden. Ook nadat hij om gezondheidsredenen vervroegd met pensioen is gegaan is hij actief gebleven binnen de homosportgemeenschap en daarbuiten. Jip is getrouwd met Martin met wie hij al ruim drie en twintig jaar lief en leed deelt.
  • schrijver: Annemiek van Harten
    Anne-Carine Henkelman wordt in 1945 in Eindhoven geboren. Ze groeit op als middelste kind en enig meisje in een middleclass, katholiek gezin. Haar vader is fabrieksdirecteur. Een autoritaire man, die besluit dat zijn dochter directiesecretaresse in zijn bedrijf moet worden. Anne-Carine saboteert zijn plannen en volgt haar hart. Zij gaat naar de sociale academie en werkt jarenlang als sociaal cultureel werkster. Ze trouwt en krijgt een dochter. Alles verandert als zij haar grote liefde Carrie tegenkomt. Anne-Carine gaat voortaan als lesbische vrouw door het leven. Haar relatie met Carrie kent veel ups en downs en houdt vijftien jaar stand. Na de scheiding van haar echtgenoot gaat ze uiteindelijk in Amsterdam wonen. Zij leeft sindsdien alleen. Haar grootste passies zijn zingen en volksdansen.
  • schrijver: Sjaak Lammerts
    Ton is geboren in 1939 in Eindhoven. Hij ging bij de fraters op school. In de vijfde klas vond een aangrijpend incident plaats met een frater, waardoor hij zich erg onveilig is gaan voelen en tientallen jaren slecht in zijn vel zat. Hij studeerde diergeneeskunde en begon een praktijk in Kerkrade. Na zijn coming out zocht Ton met een advertentie contact met gevoelsgenoten en richtte met enkelen van hen de Kontaktkring Limburg op. Op zijn vijftigste ontmoette Ton bij het COC de 28-jarige Alfred met wie hij nu al weer bijna 25 jaar samen is. Op datzelfde moment legde Ton de praktijk als dierenarts neer en ging hij opleidingen volgen en werken met zijn passie voor kinderen. Na een ‘uitstapje’ van ruim een half jaar naar Berlijn verhuisden Alfred en Ton in 2002 naar Amsterdam en bouwden daar een nieuw sociaal leven op. Ton werd actief bij de Zóciëteit, het COC, het Consortium Roze 50+ etc. In 2012 werd hij gekozen als mister Grey Pride vanwege zijn verdiensten voor de homo-emancipatie.
  • schrijver: Emma van Zalinge
    Marieke Griffijn wordt in 1947 geboren in Rotterdam, groeit daar op en ontdekt op haar vijftiende dat ze op vrouwen valt. Ze werkt er als kleuterleidster en biologiedocente. Door het feminisme aangetrokken komt ze in Utrecht terecht, is actief in de vrouwenboekhandel/het vrouwencafé, gaat naar vrouwenkampen en belandt uiteindelijk in Amsterdam. Ze is dan midden twintig. Ze volgt een vakopleiding meubelrestauratie en doet heel veel in het Vrouwenhuis: De Bonte Was en de Vrouwenkrant. Studeert in de jaren tachtig af als cultureel antropologe, maar kan daarin geen werk vinden. Sindsdien werkt ze als (antiek)restaurateur. De relatie met haar laatste grote liefde is in 2001 geëindigd. Ze heeft een uitgebreide vriendinnenkring en geniet daarvan.
  • schrijver: Peter Vermeulen
    Cor van der Linden is op 10 januari 1948 in Alphen aan den Rijn geboren als vierde van vijf jongens. Zijn jeugd is niet zonder problemen en bovendien voelt hij zich anders. Op de Lagere Land- en Tuinbouwschool kiest hij voor het vak van bloemist. Zijn seksuele voorkeur blijft nog lange tijd onduidelijk. Hij laat zich verleiden tot een huwelijk met Jacqueline, waaruit twee kinderen worden geboren. De relatie verloopt stroef en na een wanhoopspoging om zichzelf van het leven te beroven, besluit hij te kiezen voor zijn homoseksualiteit. Niet lang na zijn scheiding verhuist hij naar Amsterdam. Daar ontmoet hij Rob, zijn toekomstige partner en grote liefde. Ze besluiten een zaak in Nijmegen te beginnen. Als Rob na een hartinfarct in het ziekenhuis komt en door slecht medisch handelen overlijdt, kan Cor de zaak niet draaiend houden en raakt failliet. Mede door een, tijdens de hele affaire, opgelopen Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS) moet hij gas terugnemen. Desondanks wordt elke dag begroet met een ‘kom maar op’!
  • schrijver: Martien Sleutjes
    “Twee dingen stonden boven aan zijn agenda: ten eerste uitvinden hoe het met de mannenliefde zat, ten tweede uitvinden hoe het met de politiek zat. Beide zaken worden redelijk snel afgehandeld.” Dit schreef Hein in een biografie van een outplacementtraject eind jaren tachtig. Dit boek laat zien dat zijn politieke en seksuele identiteit op één lijn zitten. In de politiek zat hij links. Hij was betrokken bij de bezetting van het Maagdenhuis en de faculteit Politicologie. Hij werd actief in de CPN toen die partij ging moderniseren. De samenwerking in GroenLinks was voor hem heel natuurlijk. Waar hij ook zat hij hield altijd de emancipatoire belangen van homo’s en lesbo’s in het oog. Scherp analyserend probeerde hij de hindernissen voor een positief beleid weg te nemen. Via zijn werk in het Europees Parlement kreeg Europa de middelen om discriminatie tegen te gaan. Tegelijk zorgde Hein ervoor dat de internationale homo-organisaties zich actief gingen bezighouden met de Europese politiek.
  • schrijver: Sjaak Lammerts
    Voor Kees is het leven een ontdekkingsreis waar hij met trots op terugkijkt. Hij had een vervelende jeugd, maar heeft gelukkig later een mooi leven kunnen leiden. Hij groeide op in een gereformeerd milieu waar homoseksualiteit werd weggedrukt en het huwelijk werd opgedrongen. Hij trouwde en kreeg drie geweldige kinderen. Hij werkte in het hbo-onderwijs in Eindhoven. Maar jarenlang was hij ook therapeut bij Orpheus, de landelijke vereniging voor hulpverlening bij homo/biseksualiteit in man-vrouw relaties. Bij het schrijven van zijn levensboek was hij 73 jaar en heeft alsmaar toenemende last van de ziekte van Parkinson. Hij woont in een verpleegtehuis in Amsterdam, een huis met een Roze loper en dicht bij zijn kinderen. Hij is zijn kinderen dankbaar dat zo goed voor hem hebben geregeld.
  • schrijver: Emma van Zalinge
    Carla Brunott wordt in 1938 in Utrecht geboren als oudste van vijf. Ze doet in Rotterdam HBS-A op het befaamde Maria Virgo meisjeslyceum. In het schoolkoor wordt haar bijzondere zangstem ontdekt. Ze gaat naar het conservatorium en begint een zangcarrière. Die wordt abrupt afgebroken als ze haar stem kwijtraakt. Na een zoekperiode besluit ze het klooster in te gaan,waar ze drie jaar bij de Benedictinessen van Egmond verblijft. Ze ontdekt daar dat ze lesbisch is, gaat naar Amsterdam en vindt haar eerste geliefde. Via het COC belandt ze in de Vrouwenbeweging. Ze richt samen met anderen vrouwenboekhandel Xantippe op, daarna vrouwendrukkerij Virginia en het tijdschrift Lust en Gratie. Na haar werk als penningmeesteres voor een wetenschappelijke stichting gaat ze muziekwetenschap studeren. Jarenlang is ze vrijwilligster bij Mama Cash. Zij is actief geweest in het vluchtelingenwerk en in het Leerorkest voor kinderen in achterstandsposities. Ze had al bijna dertig jaar een relatie met Esther en was een fantastische oma voor de kleinkinderen van Esther. Kort na de presentatie van haar levensboek werd kanker bij haar geconstateerd. Krasse Car onderging enkele operaties, maar helaas kwam de ziekte terug. Ze overleed in augustus 2017.
  • schrijver: Sjaak Lammerts
    Ad Voorbij werd op in mei 1941 geboren. Hij was uiteindelijk de middelste van drie kinderen. Zijn vader was hoofd van een strengere protestantse school in 's Gravenzande in het Westland. Later verhuisde de familie naar Diemen. De gereformeerde wereld was voor hem een belangrijke wereld. Hij ging theologie studeren aan de gereformeerde Vrije Universiteit in Amsterdam. Daar ontdekte hij zijn homoseksuele geaardheid. In 1969 was hij lid van de actiegroep Synoodkreet. In een open en ondertekende brief aan de Gereformeerde Synode pleitte hij voor openheid over homoseksualiteit in de Gereformeerde Kerk. De weg naar een ban als predikant was daarmee afgesloten. Hij ging uiteindelijk werken als godsdienstleraar aan de Christelijke Pedagogische Academie (nu iPabo). Na zijn pensionering is hij meer gaan schilderen en actief gebleven onder andere als buddy bij de Schorerstichting. Ad is in de zomer van 2017 overleden
  • schrijver: Niels van Manen
    In 1975 stond Marty met de Rooie Flikkers in de belangstelling. Tijdens het eerste homofilmfestival in Nederland in 1978 in Nijmegen stond hij met Tedje en de Flikkers op het podium. De punkband ramde enkele jaren met stevige teksten in op het publiek. In 1980 verhuisde hij naar Amsterdam en ging schrijven in het tijdschrift Homologie en later Aids Info. Van daaruit start hij onderzoeken naar anale seks bij homomannen in het aidstijdperk en maakte daar zelfs een promotieonderzoek van. In 2000 verliet hij als schrijver deze scene om er in 2005 eigenlijk weer terug te komen door een hiv-infectie. Marty is altijd open geweest over zijn geaardheid en zijn seksuele leven. Ook in dit levensverhaal is hij eigenlijk nog net zo radicaal als tijdens zijn tijd bij de Rooie Flikkers.
  • schrijver: Sjaak Lammerts
    Wil heeft een bewogen leven gehad. Hij groeide op in Nederlands-Indië, zat in het het kamp met zijn moeder, terwijl zijn vader in een ander kamp stierf. Zijn kansen keerden toen hij een hotel in Brussel ging exploiteren. Hij ontmoette Graham, de liefde van zijn leven. Helaas stierf hij veel te vroeg. Na een periode met een tweede huisje in Engeland, kwam goede vriend Jos in Wils leven. Wil is fervent deelnemer bij de COC-senioren in Amsterdam, samen met Jos gaat hij mee op uitjes. Jos en Wil doen veel samen maar de een woont in de Pijp en de ander in Alkmaar.