Omschrijving

100 jaar strafrecht en homoseksualiteit in Nederland

Opgepakt worden door de zedenpolitie omdat je seks hebt met een jongere partner? Door je eigen ouders aangegeven worden vanwege een gevonden liefdesbrief? Het is nu bijna onvoorstelbaar dat dit in Nederland tot in de jaren zestig geregeld voorkwam.

In 1911 kwam artikel 248bis in ons Wetboek van Strafrecht terecht. In 1971 werd het afgeschaft. In die zes decennia zijn ruim vijfduizend homoseksuelen vanwege dit artikel voor de rechter gebracht, voor het overgrote deel mannen. Ruim de helft werd schuldig bevonden. Zij moesten gemiddeld drie tot zes maanden zitten.

Strafbaar

Artikel 248bis betekende geen algeheel verbod op homoseksuele contacten. Het ging om seksuele contacten tussen meerderjarigen en minderjarigen, waarbij de leeftijdsgrens op 21 jaar lag. Een man van 28 jaar die seks had met een jongen van 16 was dus strafbaar. Maar ook een vrouw van 21 jaar die haar eerste grote liefde van 20 had ontmoet.

De strafbaarheid had grote gevolgen voor persoonlijke levens. De zedenpolitie legde kaartsystemen en fotoalbums aan van vermoedelijke homoseksuelen. Werkgevers, ouders en verhuurders werden over iemands homoseksualiteit geïnformeerd. Geregeld leidde dat tot ontslag, opzegging van de huur of verstoorde familierelaties. De zedenpolitie postte bij urinoirs en voor huizen, won inlichtingen in bij familie of kennissen en viel huiskamerbijeenkomsten binnen, als ze de aanwezigheid van minderjarigen vermoedde.

Homobeweging

Toch leidde 248bis ook tot het ontstaan van de Nederlandse homobeweging in 1912. Terwijl de ijver van de zedenpolitie in de jaren vijftig tot recordhoogte steeg, ontwikkelde Amsterdam zich tot homohoofdstad van Europa. Deze IHLIA-expositie vertelt het verhaal van de strafvervolging met tal van verbijsterende voorbeelden. Maar ook is te zien hoe de homobeweging tegen de klippen op groeide en bloeide, zodat de afschaffing van 248bis in 1971 onvermijdelijk werd.

Lees de brochure bij de tentoonstelling. Hierin vind je uitgebreide achtergrondinformatie over de expositie.

Afbeelding_Bewaar-mij

Naar aanleiding van het uitkomen van de brochure over deze tentoonstelling is er in het Noord-Hollands Dagblad een recensie verschenen:

Uit: Noord-Hollands Dagblad
Datum: 8 februari 2012
Auteur: Willemien Schenkeveld

Achter de tralies voor de liefde

Ze zijn er nog: Nederlandse homomannen en vrouwen, die wegens hun liefde in de gevangenis hebben gezeten of wiens geliefde achter tralies verdween. Wie het moeilijk vindt dit te geloven: lees Bewaar me voor de waanzin van het recht.

Eenentwintig jaar oud was John Welbergen uit Den Helder, toen hij in 1955 vijf maanden in de gevangenis moest doorbrengen. De reden: hij had een verhouding gehad met een 19-jarige collega op een mijnenveger. “Ik heb in de nor gezeten voor de liefde, je kunt het je nauwelijks nog voorstellen“, zegt de nu 77-jarige.

Tussen 1911 en 1971 zijn in Nederland minstens 5000 mannen en 50 vrouwen voor de rechtbank verschenen omdat zij homoseksueel contact hadden gehad met iemand die nog geen eenentwintig was. Terwijl voor heteroseksueel contact 16 jaar de leeftijdsgrens was, mocht homoseks alleen door volwassenen onderling worden gepraktiseerd. Jongeren moesten worden beschermd tegen de verleidingskunsten van homomannen (en -vrouwen).

En dus werd in 1911, op initiatief van de rooms-katholieke minister Regout, artikel 248bis opgenomen in het Wetboek van Strafrecht.

Het wetsartikel was vanaf het eerste begin omstreden, maar werd decennia lang wel door de politie uitgevoerd. Hoe het zo ver kon komen en waar 248bis allemaal toe heeft geleid, is te lezen in de fraaie bundel artikelen Bewaar me voor de waanzin van het recht.

Rond 1910 was jongensprostitutie gewoner dan nu. Een homo-uitgaansleven was er nauwelijks, zodat homomannen waren aangewezen op ontmoetingen bij vrienden thuis of op straat, of voor een paar kwartjes gebruik maakten van de diensten van arbeidersjongens en jonge soldaten. Die jongensprostitutie was een aanleiding voor 248bis, al wezen tegenstanders natuurlijk direct op het homovijandige karakter van het wetsartikel.

Onder de beroemde slachtoffers van 248bis is de dichter J.C. Bloem die er na een nachtelijke avontuur in Blaricum met een voorwaardelijke straf vanaf kwam. De protestantse dichter-onderwijzer Willem de Mérode verdween wel maandenlang in de gevangenis. Hij liep aan de vervolging een zware ‘knauw’ op en zou nooit meer op een school werken. Toen de Utrechtse hoogleraar Van Hamel werd vervolgd, eiste het universiteitsbestuur zijn ‘vrijwillig terugtreden’. Maar na massaal protest van studenten en collega’s kon hij gewoon aanblijven.

Een prachtig verhaal is dat van Riemke Cramer, die vertelt hoe zij, ergens in de jaren zestig, als zeventienjarige leerlingverpleegkundige smoorverliefd werd op de 35 jaar oudere hoofdzuster Hen Weidijk. Een boer in het dorp verraadde het stel aan haar zeer gelovige ouders, die op aanraden van een familielid naar de politie stapten. Na vele pijnlijke verhoren, werd de zaak geseponeerd, maar er was vanzelfsprekend veel leed berokkend. Pas jaren later betuigden Riemke’s ouders hun spijt.