Omschrijving

Hoe posters laten zien wat de LHBT-gemeenschap in 70 jaar wel en niet heeft bereikt

IHLIA verzamelt alles op het gebied van LHBT-erfgoed, ook posters. Van deze collectie zijn 7000 grote en kleine posters beschreven, ontsloten en gedigitaliseerd. De tentoonstelling toont een selectie uit dit kostbare bezit en richt zich op de demonstraties, protesten en manifestaties uit de afgelopen zeventig jaar.

In 1969 vindt de eerste Nederlandse homodemonstratie plaats op het Binnenhof in Den Haag. De afschaffing van het voor homo’s en lesbo’s discriminerende artikel 248-bis staat daarin centraal. Studenten staan ook daarna aan de basis van veel veranderingen. In 1977 bundelen zij en andere activisten, nationaal en internationaal, hun krachten tegen de aanval op de homorechten door Anita Bryant en rechtse christenen in de Verenigde Staten en daarbuiten.

Naast protesten en grote demonstraties gaat men ook opbouwend aan de slag: het opzetten van homostudies, het organiseren van culturele activiteiten en festiviteiten. Internationaal worden de Gay Games de grootste activiteit. De jaarlijkse homodemonstraties krijgen meer en meer het karakter van een festival. Sinds de Gay Games is de jaarlijkse Gay Pride bij het grotere publiek het meest bekend.

De tentoonstelling zet de acties in historisch perspectief vanaf het schuchtere begin in Nederland en Amerika tot de noodzakelijke bezinning tijdens de aidsperiode. Er is speciale aandacht voor posters uit de commerciële hoek. Aan het eind van de expositie staat de vraag centraal: wat is er in 70 jaar wel en niet veranderd?

Lees de brochure bij de tentoonstelling. Hierin vind je uitgebreide achtergrondinformatie over de expositie. The brochure is also available in English!


Men zegt weleens dat vroeger alles beter was. Voor de IHLIA-postertentoonstelling Verkeerd geplakt die terugkijkt op zeventig jaar LHBT-activisme geldt dat niet zozeer voor de positie die de homo’s vroeger in de Nederlandse samenleving hadden, want er is pas in de afgelopen jaren enorm veel ten goede veranderd. Maar als we kijken naar hoe de posters uit de jaren zestig en zeventig eruitzien, heeft er wel een omslag plaatsgevonden.

Op de vraag van IHLIA-bestuurslid Juul van Hoof, die de opening presenteert, of de expliciete beelden, de harde humor en zelfspot op de posters nog steeds zou kunnen antwoordt de maker van de expositie, Martien Sleutjes, heel resoluut: “Nee. De zelfspot die de jaren 70 had, zijn we echt kwijtgeraakt. De ‘verpreutsing’ was eigenlijk toen al aan de gang, want vooral in de jaren 60 had je nog bladen als Sekstant, maar nu zouden dergelijke posters niet meer gemaakt kunnen worden.”

Volgens Martien werkte die vertrutting ook door bij de samenstelling van deze tentoonstelling. Omdat de expositie in een openbare ruimte als de OBA wordt georganiseerd moest er rekening worden gehouden met wat er op de posters stond. Sommige beelden konden gewoon niet.

Wat is er dan wel te zien? Genoeg! Van een collectie van 7000 grote en kleine posters die beschreven, ontsloten en gedigitaliseerd zijn, toont de tentoonstelling een selectie uit dit kostbare bezit. Verkeerd geplakt richt zich op de demonstraties, protesten en manifestaties uit de afgelopen zeventig jaar. Martien Sleutjes werkte anderhalf jaar vrijwillig aan de tentoonstelling die al heel lang op het verlanglijstje van IHLIA stond.

Zelf studeerde Martien geschiedenis en was betrokken bij het blad Tijdschrift voor Homologie en bij de voorloper van IHLIA. Toen hij meer voor IHLIA wilde doen dan alleen zijn werk als vrijwilliger voor het project Roze levensverhalen, kwam het maken van de tentoonstelling heel goed uit.

Maar waar begin je met die gigantische aantallen van posters? Martien viel op dat er in de jaren zestig en zeventig in een keer een explosie van posters komt. Hij vroeg zich af waar die energie vandaan kwam. Er volgde een onderzoek waarin hij in het archief van IHLIA dook en historische boeken las. Met dat materiaal heeft hij geprobeerd om alles in perspectief te zetten. De bedoeling was om tien posters te selecteren die ieder een bepaald thema vertegenwoordigden om zo die informatie te groeperen. Maar dat zijn er twaalf geworden die iets over die tijd zeggen.

De zoektocht leverde ook wat verrassingen op. Zo is er relatief weinig informatie over de geschiedenis van de Rooie Flikkers, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Paarse September. Martien ging er achteraan om te kijken hoe dat zat en werd toen gewezen op de hoffotograaf. Hij was zo aardig om 600 foto’s aan IHLIA te schenken. “Het is werkelijk schitterend materiaal dat een goed beeld geeft van de jaren 1976-82.” Populair in die tijd waren de discussieweekenden die de homobeweging zelf organiseerde om een nieuw soort ideologie te bedenken.

Natuurlijk bevat de tentoonstelling maar een kleine selectie, je kan nu eenmaal niet alles tonen. Maar er zijn in ieder geval ook veel gaten die IHLIA hoopt op te vullen. Zo is er nauwelijks materiaal over biseksualiteit en transseksualiteit. Ook het bi-culturele ontbreekt, want hoewel er nu wel veel meer voorhanden ligt, was het in die tijd nog niet zo aanwezig. Daarom ook vooral de oproep om posters ed. die mensen zelf nog vinden op zolder aan IHLIA te schenken.

Hoewel posters de strijdkracht, zelfspot en ironie mooi vatten, zijn ze moeilijk om te verzamelen; je moet ze ergens kwijt kunnen, je moet ze beschrijven, ze zijn moeilijk te fotograferen en ze gaan snel kapot. Maar er zitten genoeg mooie en ontroerende tussen. Een van de favorieten van Martien is er een die de persoonlijke strijd van de homo- en aidsbeweging duidelijk laat zien. Op de poster staan twee jonge knappe jongens in het wit gekleed die een dode witte zwaan in hun armen vasthouden. “Wetend dat je niet meer lang te leven hebt en toch zeggen: Heaven can wait.” (De betreffende poster is ook in de brochure behorende bij de tentoonstelling te zien.)

Of het vroeger nu beter was? Het is nu sowieso anders: de strijd is anders geworden, er zijn meer mogelijkheden met de social media. Maar de zoektocht naar de vrijheid om je zelf te kunnen zijn, is nu nog steeds onverminderd actueel. En ook al is er misschien meer vertrutting, het plezier kan er nu ook nog wel steeds vanaf spatten: denk aan initiatieven als het Milkshake-festival en het tijdschrift L’HBTQ.

Eens kijken hoe we over zeventig jaar terugkijken op deze tijd.

Michel Otten