Over Menschenleed en neuroses

Over Menschenleed en neuroses2019-04-11T11:13:34+00:00

IHLIA-medewerkers kiezen een stuk uit de collectie

Deze maand: voorzitter IHLIA-bestuur Koen Hilberdink

‘“Het is ook voor ons, artsen, zeer nuttig om dit te lezen […] Het is te hopen, dat dit boek het verschijnsel zal helpen begrijpen en dat een ‘begrijpen’ gevolgd zal worden door een meer vergevensgezinde houding.”

Dit stond in een recensie van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde over het boek De homosexueelen: 35 autobiographieën uit 1939 van Benno Stokvis. Dit las ik ter voorbereiding bij het schrijven van de biografieën over Hans Lodeizen en Johan Polak.

De homosexueelen is een verzameling autobiografieën van homoseksuele mannen en vrouwen waarin ze weliswaar anoniem, maar toch heel gedurfd hun verhaal vertelden. Stokvis was letterkundige jurist en heeft zich heel erg ingezet voor de juridische kant van de positie van homoseksuelen.

Menschenleed

In die tijd werd homoseksualiteit beschouwd als een medisch probleem. Door het boek leer je heel goed het perspectief van mensen uit die tijd kennen en krijg je door hun ervaringen een goed beeld van hoe hun homoseksualiteit op allerlei fronten, van de omgang met hun ouders en werk tot de samenleving, tot problemen leidde. Maar ook hoe ze codes vonden om elkaar te vinden in het geheim.

Voor het boek schreef Stokvis ook de inleiding die niet voor niets Menschenleed heet. Het ongelooflijk tobberige blijkt niet alleen uit die getuigenissen van De homosexueelen, maar was kenmerkend voor alle verhalen uit die tijd. Of homoseksualiteit leidde tot zelfmoord of iemand eindigde in de criminaliteit. Bovendien ging het voornamelijk om de geschiedenissen van mannen; er zijn veel minder verhalen van vrouwen opgenomen.

Ondanks het archaïsche en ouderwetse taalgebruik ervoer ik het lezen van een boek als De homosexueelen onontbeerlijk voor het schrijven van de biografieën. Grootste valkuil voor biografen is dat ze in de huid kruipen van iemand en met de blik van nu naar die situatie kijken en daardoor verkeerde conclusies kunnen trekken of iets kunnen veroordelen. Je voelt bijna hoe het was om toen homoseksueel te zijn.

Neurose

Momenteel ben ik bezig met een boek over P.C. Kuiper, de psychiater. Een jaar geleden heb ik het dossier bij IHLIA over hem opgevraagd en dat blijkt een rijkdom aan materialen te bevatten. Zijn psychiatrisch handboek, Neurosenleer, waarin hij homoseksualiteit een neurose noemt, leidde in 1981 tot veel ophef. Zo sprak hij in het COC-gebouw en daar werd hem echt het vuur na aan de schenen gelegd over zijn standpunten.

Waar ik helemaal van onder de indruk ben, is dat in wat ik heb opgevraagd alles zit: alle artikelen waarin de hele discussie goed en volledig gedocumenteerd is, zelfs met overdrukken uit het tijdschrift van het AMC van studenten. In het dossier is eveneens de lezing van Kuiper terug te vinden, helemaal uitgetypt door iemand. Je kunt zo de hele kwestie volgen, tot en met het terugnemen van Kuipers woorden als hij zijn boek Nieuwe Neurosenleer presenteert.

Beide collectiestukken – De homosexueelen en het dossier over Kuiper – laten zien dat je iets los van elkaar helemaal kunt uitpluizen, maar ook tussen elkaar. Dat je ziet dat homoseksualiteit in 1939 wordt gezien als een medische/lichamelijke aandoening en in de loop van de jaren vervolgens verandert in een psychische ontwikkelingsstoornis.

Die lijnen ontdek je niet in andere archieven. Daarnaast is het fijn om contact te hebben met IHLIA-baliemedewerkers die met je meedenken. Als onderzoeker word je er heel blij van als er niet alleen een dossier op tafel wordt gezet, maar dat ze je bijvoorbeeld op iets kunnen wijzen waar je zelf niet zo snel aan gedacht had.’

De homosexueelen : 35 autobiographieën
verz. en ingel. door Benno J. Stokvis / Lochem: De Tijdstroom, 1939